zondag 26 juli 2026

Inhoudsopgave met links naar de verhalen

(Informatie over mijn boek 'Een beerput die geen doofpot werd' vind je hierboven achter de gelijknamige tab)                                                                                                          

Klik op de gewenste titel:

36. Mijn vooroudertak Ten Broek vanaf ca. 1650 (Brummen en Voorst)
In dit verhaal worden acht generaties Ten Broek beschreven. Stamvader is Berend ten Broek(e). Hij pacht boerderij Ten Broek, Den Broekweg 2 in Oeken (Brummen). Zijn nazaten wonen er tot 1798. Dat jaar verhuist zijn achterkleinzoon Willem naar het Bolveen. Latere generaties wonen op de Otto Boelens Hofstede in Voorst (Appen), Olde Nijenbeek in Voorstonden en de Perle en het Leusveld in Voorst (Noord-Empe).
Bijzonder vind ik het pachtcontract uit 1830 van voorvader Willem Derk ten Broek (1799-1881) met Huis Voorstonden, en zijn betrokkenheid bij de stichting van een illegale godsdienst in 1836.
Aangetrouwde familienamen onder meer: Garritsen, Hummelman, Weenink, Langenberg, Slijkhuis, Smits/Smid, Voorhorst, Wagenvoort, Stegeman, Wilbrink, Houtzeel, Noorman.

35. De familie Russer in Toldijk (Steenderen) van 1736 tot 1841
Als je anno 2026 Toldijk doorkruist via de Zutphen-Emmerikseweg (ZE-weg), passeer je driemaal de naam Russer. Tweemaal prijkt deze op een huis/boerderij (huisnrs. 67 en 69), eenmaal op een straatnaambord, de Russerweg. Daarnaast is de veldnaam De Russer er nog in gebruik.
Een indrukwekkende nalatenschap van een voorouderfamilie die slechts zo’n 100 jaar in Toldijk heeft gewoond: van 1736 tot 1841.

34. Over boerderij Timmerplaats / Lubbert Jansenstede / Hietcole, Hoogstraat 6, Toldijk
Begin 19e eeuw is deze boerderij eigendom van mijn voorvader Jan Russer (1750-1815). Aanleiding voor nader onderzoek.
Andere namen in dit verhaal: Elsken Berends, Gerritje Breukink, Jan Enserink, Berend Gesink, Jan van Grol, Frans Cuijper van Holthuijsen, Hilleken Hilverink, Aaltje Jansen, Christina Jansen, Joost Jansen, Lubbert Jansen, Berend Joosten, Jan Joosten, Berend Klein Lenderink, Anna Margaretha Lubberts, Janna Luunk, Coenraad van Munster, Johanna Margaretha van Munster, Derk Nijkamp, Johanna Revelman, Jan Russer sr. en jr., Willem Russer, Egbert Derks Weideman, Geertruid Weideman, Mechelina Weideman, Geesken Wentink, Wendelina Wentink

33. Ongehuwd zwanger in de 18e eeuw in Steenderen
Destijds was ongehuwd zwanger zijn een strafbaar feit. In 1770 kreeg ook Reintje Huetink om die reden een boete. Zij is een nichtje van voorvader Garrit Arends (ca. 1720-1808).
Andere namen in dit verhaal: Gerrit Egbers, Arend Huetink, Willem van Londen, Elsken van Londen

32. Schotse wortels in Toldijk: Aalt Anderson (ca. 1687-1750)
Rond 1725 vestigt voorvader Aalt Anderson zich op boerderij Bremerstede in Toldijk, samen met Arndje Jansen, dochter van de familie Bremer van de gelijknamige herberg, anno 2024 café-restaurant Den Bremer.
De wieg van Aalts vader stond in Schotland. Ook al is de naam Anderson inmiddels uit Toldijk verdwenen, zijn Schotse bloed stroomt er nog steeds.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Elsken Anderson, Jan Anderson, Janna Anderson, Harmen Garritsen, Johan Gordinou de Gouberville, Elsken Kirspensis, Arend Klein Lenderink, Janna Maneveld, Aalt Scholten, Roelof Scholten, Hendrika Teunissen, Peter Teunissen, Teunis Teunissen

31. Jan Anderson (1665-1731), een Schot in Ellecom  (incl. nieuwe info mei 2025)
Eind 1686 is voorvader Jan Anderson in Ellecom getrouwd als 'jongeman uit Schotland'. Een prikkelend gegeven dat ertoe uitnodigt onze tanden in zijn leven te zetten.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Judith Aalts, Marije Anderson, Jochum Claessen, Jan Schotsman, Christiaan Smink, Gosseling Smink

30. De twee herbergen van Marije Anderson (Middachten en De Engel in De Steeg)
Marije is de in Ellecom geboren jongste dochter van mijn Schotse voorvader Jan Anderson (1665-1731). Met haar eerste man heeft ze een herberg onder Middachten, met haar tweede man, Gosseling Smink/Smeenk, baat ze De Engel in De Steeg uit. Dit artikel gaat ook over de andere eigenaren/uitbaters van De Engel, waaronder haar nageslacht. Haar achterkleinzoon draagt de herberg uiteindelijk in 1874 aan iemand anders over. 
Andere namen in dit verhaal o.a.: Hendrik Aalten, Jan Engelen, Christiaan Goedvriend, Heer van Middachten, Steven Peters, Steven Reinink, Smink

29. De familie Busser: van Recke in Duitsland naar de Oosterenk in Empe
In dit blog volgen we de rechte lijn van de Duitse stamvader via Brummen, Oeken, Voorst en Empe naar boerderij de Oosterenk aldaar aan de IJsselstraat (deel A). Dit met zoveel mogelijk achtergrondinformatie. Daarna wordt per generatie aandacht besteed aan hun broers en zussen (deel B).
Berend Busser (1868-1937) is mijn grootvader.

28. De veermannen van het Bronkhorsterveer vanaf 1696
Mijn voorvaders Arend Jansen en Garrit Arends bemanden deze pont van 1716 tot 1752. Dit verhaal gaat over hen, maar geeft ook een overzicht van alle veermannen van 1696 tot heden.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Hendrik Jan Breukink, Maria van Bronkhorst, Grietien Garritsen, Steventjen Hogenkamp, Anna Maria Huetink, Hendrik Jacobs, Frerik Reijnts, Hendrik Jan Spitholt, Starink, Rijk Wessels, Wijers

27. De dienstverbanden van Geert Busser (1870-1943)
Mijn oudoom Geert Busser werkt tijdens zijn jonge jaren een kleine zestien jaar als huisknecht op drie verschillende landhuizen: De Beele in Voorst, de Meeuwenberg in Empe en Den Dam in Eefde, en daarnaast op de pastorie in Voorst. Welke families treft hij daar?

26. Over Berend Busser (1868-1937), de derde Busser op de Oosterenk in Empe 
Boerderij Oosterenk, IJsselstraat 7 te Empe, is vanaf 1836 bijna twee eeuwen lang het honk van deze familie Busser. Mijn grootvader Berend Busser is de derde in een rij van in totaal vijf generaties. Hij is naar verluidt een lieve man en heeft twee rechterhanden. Ook is hij maatschappelijk betrokken. Deze beschrijving van zijn leven geeft daardoor meteen een inkijkje in het Empe van toen.

25. De boedel van Garritjen Hendriksen (Smitskamp) (1739-1774) in Brummen
Nadat voormoeder Garritjen Hendriksen is overleden, wil voorvader Berend Busser (1746-1818) hertrouwen met Cornelia (Knelia) Timmer. Voor zo’n tweede huwelijk kan plaatsvinden, moet er ten behoeve van de kinderen een inventaris worden opgemaakt van de eigendommen die het paar op het moment van overlijden bezat. 

In 1936 trouwt de ietwat bijzondere westerling Emile Vernig met Hanna Busser, dochter van mijn oudoom Hendrik Jan Busser, en trekt in op haar ouderlijke boerderij Witzand, Emperweg 90, Empe.
Andere namen in dit verhaal: Brinkman, Robers, Spiegelenberg

23. Boerderij Klein Neerheide in de Kruisberg vanaf 1650 (Doetinchem)
Op deze boerderij aan de Hogenslagweg 7-9 boerden tussen 1864 en 1911 twee generaties Wiltink: mijn grootmoeder Aaltje en overgrootvader Derk Jan. Drie generaties Stoltenborg gingen hen voor. In 1911 neemt de familie Bennink het stokje over, en vanaf 1995 de familie Wassink.
Het jaar 1901 is voor Klein Neerheide een enerverend jaar. Dan verlaten beoogd opvolger zoon Herman Wiltink en zijn vrouw de boerderij wegens een geloofskwestie.
Andere namen in het verhaal: Bieleman, Bilderbeek, Bodmer, Bosman, Breukink, Busser, Crommelin, van Diest, Ebbers, Garretsen, Gerritsen, van Heeckeren, Keijzer, Langwerden, Renssen, van Santbergen, Siebelink, Sileon, Tenkink, Wesselink

22. Hendrik te Winkel is er helemaal klaar mee (Hengelo Gld 1683)

Mijn voorvader Hendrik te Winkel is een van de getuigen in de kwestie Rumpius (zie hieronder bij #MeToo (2x)). Met eigen ogen heeft hij gezien hoe deze predikant een vrouw lastig valt. Zijn getuigenis wordt hem echter niet in dank afgenomen.
Andere personen in het verhaal: meerdere (Klein) Lenderinks, Trijne op Grote Holte, Hendersken ter Stege, Hendrik Teunissen, Derk en Hendrik Wiemelink

21. Boerderij Harenberg en de galg op de Bronsbergen (bij Zutphen) 

Eeuwenlang stond aan de Bronsbergen 28-A bij Zutphen een herberg met de naam Harenberg, bakermat van een van mijn vooroudertakken. Er dichtbij stond een galg van de stad Zutphen. Rond 1800 verdween de galg. Ook de familie Harenberg ruimde na vier generaties het veld. Er volgden vier generaties Wunderink, totdat de herberg in 1945 werd verwoest.  

20. Een treurig voorval in herberg De Zwaan in Steenderen (1749)

Twee van mijn voorvaders zitten op enig moment samen in deze herberg aan de Dorpsstraat ca. nr 14 in Steenderen. Op zeker moment krijgen ze een meningsverschil. En dan opeens...
Personen in het verhaal: voorvader Henricus Eggink en zijn dochter Theodora Eggink (Hengelo), voorvader Esken Huetink (Steenderen).

19. Aaltje Bannink laat zich niet verleiden (Hengelo Gld 1674) 

De Hengelose domineeszoon Henricus Rumpius probeert mijn voormoeder Aaltje Hillebrants,
de vrouw van voorvader Jan Bannink, te verleiden.

18. De tweede Hengelose beeldenstorm (1677)
De Hengelose Remigiuskerk is sinds de Reformatie protestants, maar wordt tussen 1672 en 1674 opnieuw katholiek. Nadat de papen wederom verdreven zijn, blijft het broeien. Dit leidt tot een tweede beeldenstorm en tot bedreiging van Willem Goijcker en zijn huisvrouw.
Figuranten: Mijn voorouders Johannes en Willem Eggink, en Eva Rumpius

17. De aanstelling van een nieuwe (Hengelose) predikant in Gendringen (1678-1679)

Over de verdeeldheid hierover binnen de Gendringse kerkgemeenschap. Kandidaat-predikant Johannes Eggink uit Hengelo (Gld), een van mijn voorvaders, kan niet anders dan afwachten.
De Gendringse kerkleden die hun zegje doen zijn: Steven van Amerongen, graaf Van den Bergh, Henrik Eekhof, Johannes Gunning, Hertgert Jansen, Herman Langeloth en Salomon Locken. Ook Otto Vogel speelt een rol.

16. Heibel bij het hek van Olburgen tussen mannen uit Toldijk en Hengelo Gld (1679)

De Toldijkse Peter Pennekamp, een voorvader, beschuldigt de Hengelose Theodorus Rumpius ervan hem barbarisch mishandeld te hebben.
In het verhaal genoemde personen: Tonnis ten Bosch (Hengelo), Derk Bruinderink (Toldijk), Frans Cuijper van Holthuizen, Jan Eggink Wzn.(Hengelo), chirurgijn Van Geelkerken (Bronkhorst), Reind Geltink (Hengelo?), Arend Huetink (Steenderen), Reind Jansen, Derk Peurs (Steenderen), Jan Reindsen, Jan Rootheuvel (Toldijk), Jan Rijken (Toldijk), jonker Veer (Hengelo) en Herman Wagenvoort (Hengelo). 

15. De dood van schoenmaker Storteler (Hengelo Gld) (1687) 

Chirurgijn Theodorus Rumpius, een voorbroer, komt een gewonde verbinden en doodt een toevallige aanwezige. Of niet?
Personen die in het verhaal genoemd worden: Derk te Bockelaar (Zelhem), Jantien Boeink alias Gotink, Berend Coops, rechter Cremer, Arnold Dam, Berend Dringenborg, Abraham Eerlich (Zelhem), voorouders Johannes en Willem Eggink, andere Egginks, Lambert Eskes, Jacob Hasebroek (Zutphen), Berend Herink, Coop Hermsen alias Coop Muller, Jan Luijkink, Herman Luijssink, Daniël van Raij (Wehl), voormoeder Eva Helena Rumpius, Henricus en chirurgijn Theodorus Rumpius, Rijkel Schooltink, Wijnand Schreurs (Zelhem), Hendrik Schutten, Hendrik Storteler (Zelhem), Aaltjen Weetink (Zelhem).

14. #MeToo in de Achterhoek (1682-1688) - een recensie van prof.dr. J.H.Th. (Jos) Joosten

Een recensie over mijn boek Een beerput die geen doofpot werd. Zie ook bovenaan deze pagina, achter de gelijknamige tab. In het boek figureren een groot aantal Hengelose en Achterhoekse inwoners uit de tweede helft van de 17e eeuw.

13. #MeToo in een zeventiende-eeuws Gelders dorp (Hengelo Gld) (1682-1688)

Een artikel over mijn eerdergenoemde boek, gepubliceerd in Gen, magazine voor familiegeschiedenis 
van het CBG 2020 nr. 2

12. De Van Londens en De Gouden Leeuw in Bronkhorst (deels herzien in januari 2025)

Beschrijving van de verschillende generaties Van Londen, onder wie vier vooroudergeneraties, die de herberg tot 1797 bestieren, en hun belevenissen. Andere personen die genoemd worden: voorvader Garrit Arends, Hendrik Eeltink (Doetinchem), Hendriksken Geerlichs, Garrit Geerligs, Maria Hagens (Geesteren), Geurt Geurtsen Hammink, Hendriks (meerdere), Teuntje Herink, Wendeltjen Heijman (Havikerwaard), voorvader Arend Jansen, Hendrik Krimperman (Haarlem), Cornelis en Margaretha Planten (Doetinchem), Hendrika Stoltenburg, Gerrit Jansen Wijers, Hendrik Jansen Wijers.

11. De Toldijkse familie Hartman

Beschrijving van de verschillende generaties van mijn vooroudertak Hartman en hun belevenissen.
Andere personen die genoemd worden: Jan Dolleman (Spankeren, Baak), voormoeder Teuntje Eggink (Hengelo), voorvader Garrit Evers, Hendrika Evers, voorvader Arend Gerhard Garritsen, Gradus Garritsen, Garrit Harenberg, Johanna Hiddink, voorouders Berendina en Evert Jansen, voormoeder Johanna Pennekamp, voormoeder Elsken Russer, Gosselink Teunissen, Harmina Wassink.

10. Uit een oude schoenendoos in Toldijk (begin 20e eeuw)

Afbeeldingen van een aantal rekeningen van middenstanders in Toldijk en Steenderen, aangetroffen in de nalatenschap van mijn overgrootouders Arend Gerhard Garritsen en Tonia Hartman.

09. Dienstweigeraars in Steenderen anno 1784

Niet iedereen staat erom te springen op de 'Lijst weerbare mannen' geplaatst te worden. De manier waarop men soms reageert, is niet mals. 
Personen die in het verhaal genoemd worden: A.J. Aberson, voorvaders Jan en Hendrik Harenberg, andere Harenbergs, Jan en Willem Jansen, Jan Medse, Teunis Medse, Jan Schepens, Gerrit Sloot.

08. De losse handjes van de Heer van Holthuizen (Toldijk) (1786 en daarna)

Baron Gerrit van Dorth, de eigenaar van Holthuizen in Toldijk, is niet de gemakkelijkste. Zo slaat hij  zonder aanleiding twee jongetjes. Zijn zuster Judith is ook niet mis. 
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Garrit Arends, Johanna Arends, Gerrit J.J.A.A., Jan A.H.S. en Judith van Dorth, Harmina Ensink, Janna en Willem Gaikhorst, Hendrik Garritsen, Goswinus Geurtsen, meerdere Huetinks waaronder voorouders Esken en Anna Maria, Hendrik Jan Smeenk, C.C. Stumph (Aalten), Harmina Weenk.

07. Conversatie, slagerij en bouwvak: hun betekenis toen en nu

Enkele voorbeelden van woorden die vroeger een andere betekenis hadden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: Berend Coops (1684, Hengelo), Evert Gerrits (1713, Steenderen), voormoeder Aaltje ter Meulen (1713, Steenderen), Evert Wantink (1788, Baak), Otto Jansen Wijers (1713, Steenderen).

06. Vier eeuwen herberg Den Bremer in Toldijk

Overzicht van de familie die al enkele eeuwen lang Den Bremer bestiert. Daaraan voorafgaande het verhaal van de bijzondere belevenissen van een van de loten aan deze stam.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorouders Aalt en Janna Anderson, voorvaders Arend en Jan Bremer, Anna Gardina Brinkman (Wichmond), Berend en Derk Coops (Zelhem), Johanna Dieperink (Lochem), Gordinou de Gouberville (meerdere), voormoeder Sibilla Haefkes, Aaltje Harmsen, Agnies Keppelman (Doesburg?), zes dochters Jansen waaronder voormoeder Arndje, Hendrik Keurschot, voormoeder Elsken Kirspensis, Jan en Everdina Koops (Zelhem), Harmen Philipsen, Lammertjen Polman (Drempt), Jan Roelofs (Keppel), Aaltje en Roelof Soerink, Reinetta Vrieselaar (Wisch), meerdere Wunderinks.

05. Een roer in Vorden als roerganger van mijn leven (1727)

Een tragisch ongeluk zorgde ervoor dat de eerste man van een van mijn voormoeders stierf. Zo kon mijn voorvader met haar trouwen en werd ik uiteindelijk geboren.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Hendrik Brinkerhof, meerdere Enserinks, Bennie Jolink, voormoeder Anneken Veltmaat (en de kwartierstaten van de hoofdpersonen).

04. Boerderij Steenweert in Bronkhorst

Tot 1886 staat aan de rand van Bronkorst, in de bocht richting het veer, boerderij Steenweert. Bijna was dat mijn familienaam geweest. Lees hier het relaas van deze boerderij door de eeuwen heen.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Gerrit Arends, Johanna Arends, Gerrit Buenink, Aaltjen Donderwinkel, voorvaders Garrit en Harmen Garritsen, andere Garritsens, Johanna Gosselink (Baak), Sweer Harenberg (Bronsbergen), Hendrik Hoklein (Düsseldorf), voormoeder Anna Maria Huetink, andere Huetinks, voorvader Arend Jansen, Isabella Schoonhoven, Derk Seesink (Arnhem), Theodorus Wolterbeek, Aaltje Wunnink, Geertruid Wijers.

03. Boerderij de Grote Hietcole in Toldijk (deels herzien in december 2024)

De levensloop van de boerderij aan de Hoogstraat 10 in Toldijk waarin mijn vader in 1907 is geboren, van circa 1713 tot heden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: slagerij Aalderink, J.H.A. Baumhove (Pruisen), grootmoeder Aleida ten Broek (Empe), Gerritje Breukink (Steenderen), Anna Dammers (Zutphen), grootvader Harmen en overgrootvader Arend Garritsen, overgrootmoeder Tonia Hartman, Aaltje Jansen, Johanna Geertruid Jansen, Joost Jansen, Lubbert Jansen, Anna Geertruid Joosten, Berend Joosten, Jan Joosten, Arend Klein Lenderink, Jan Klein Lenderink, dokter J.J. van Lonkhuyzen (Steenderen), Janna Luunk (Vorden), Derk Nijkamp, C.W.G.P. van Oeveren (Doesburg), Hendrikus Wilhelmus Offenberg, Hendrik Reesink (Zutphen), Maria Geertruida Schooltink, Hendrica Teunissen, Jan Vels, Egbert Weideman (Wichmond).

02. Toverij in de Toverstraat in Baak (1773)

Zouden de koeien op boerderij de Vrendenborg werkelijk betoverd zijn geweest? Eind 18e eeuw werd zoiets door sommigen nog geloofd. En daardoor kon je er zomaar van beschuldigd worden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: rechter Aberson (Steenderen), voorvader Evert Jan Garritsen Hartman (Toldijk), pater Jan Koekkoek, Waander Scheunink, Harmen Schut, Henrik Stevens, Jan Vrendenborg, Maria Wantink.

01. De Dollemansstraat in Baak

Over de oorsprong van deze straatnaam
Personen die in het verhaal genoemd worden: Jan Dol(le)man (Spankeren, Baak), voormoeder Teuntje Eggink (Hengelo), voorvader Gerrit Evers (Toldijk), Garrit en Jan Harenberg, voorvaders Evert Jan Garritsen en Teunis Hartman (Toldijk), Johanna Hiddink, Lambertus Veenendaal (Toldijk).

00. Het product Nico Kwakman

Negentig jaar na de ontruiming geboren, toch nog voor 87,5% een zoon van Schokland
Dit is de titel van een door mij geschreven boek dat bij uitzondering niet gaat over mijn voorouders, maar over die van mijn man. De meesten van hen woonden op het voormalige eiland Schokland. Aan bod komen zijn voorouderfamilies (op alfabetische volgorde): Bape; Bien; Boer, de; Broodbakker; Corjanus; Diender; Dierkes; Holsappel; Jongsma; Karel; Klappe; Kok; Konter; Koridon; Kwakman; Molen, van der; Mommendé; Net; Ouderling; Schoon; Sul/Scholten/Scholtus; Toeter; Visser.
Belangstelling? Ik stuur je dit boek in digitale vorm graag kosteloos toe. Klik voor meer informatie op de boektitel.

36. Mijn vooroudertak Ten Broek vanaf ca. 1650 (Brummen en Voorst)

In dit blog worden de levens van in totaal acht generaties Ten Broek beschreven. De broers en zussen van hen, en hun kinderen, worden hierin slechts met hun DTB-gegevens vermeld. Het volledige document waarin ook zij nader aan bod komen (50 A4), stuur ik op verzoek graag per mail toe (zie rechts de contactvelden). 

Stamvader is Berend ten Broek(e) (overl. vóór 1693). Hij pacht boerderij Ten Broek, Den Broekweg 2 in de buurtschap Oeken (Brummen). Zijn nazaten zullen er wonen tot 1798. Dat jaar verhuist zijn achterkleinzoon Willem naar het nabijgelegen Bolveen. Maar de boerderijnaam neemt hij mee, of liever gezegd, hij blijft ermee aangeduid worden. Begin 1800 wordt het zijn officiële familienaam.

Bijzonder vind ik het pachtcontract dat voorvader Willem Derk ten Broek (1799-1881) in 1830 afsluit met Huis Voorstonden.

We stappen in bij mijn grootmoeder Aleida Berendina ten Broek (1868-1937). Zij is de jongste van deze vooroudertak. Ik heb haar niet gekend. Ze overleed voor mijn geboorte.
(Alleen beroepen anders dan landbouwer worden vermeld.)

Generatie 1
Aleida Berendina ten Broek, geb. Noord-Empe (Voorst) 13-10-1868, overl. Voorst 06-06-1937, d.v. Marinus ten Broek en Everdina Johanna Langenberg (zie Generatie 2), tr. (1) Steenderen 20-04-1906 Harmen Garritsen, geb. Toldijk (Steenderen) 07-08-1869, overl. ald. 20-07-1909, z.v. Arend Gerhard Garritsen en Tonia Johanna Hartman, tr. (2) gem. Voorst 26-08-1911 Jan Hummelman, geb. Eefde (Gorssel) 19-10-1873, overl. (gem.) Voorst 25-02-1953, z.v. Egbert Jan Hummelman en Willemina Hendrika Loman.

Aleida is in 1868 geboren op het Leusveld, Leusvelderweg 2, Voorst (Noord-Empe). Deze boerderij is negen jaar eerder door haar grootvader Willem Derk ten Broek (1799-1881) gekocht, en zal nog tot 2018 in de familie blijven: 159 jaar lang.


Het Leusveld ca. 1950 (bron: Willemien Bos-Meulmeester, bewerkt door Martin Wilbrink)

Tot haar huwelijk, ze is dan 37, woont ze thuis. Ze zal haar moeder in de huishouding hebben geholpen. Ook haar broer Jan Fredrik trouwt laat, op z’n 38e. In 1906 trouwt ze in Steenderen met de 36-jarige Harmen Garritsen. Hij is enig kind. Ze trekt bij hem en zijn ouders in op de Grote Hietcole, Hoogstraat 10, Toldijk.
Al snel krijgen ze twee zonen, beiden in 1907: Johan op 16 januari, en Marinus op 17 december (overl. Apeldoorn 17-11-1992)

Harmen Garritsen, Aleida’s eerste man (1869-1909)
(bron: familiebezit)


   Marinus en Johan Garritsen als kleuters 
    (bron: familiebezit)

 




Hoe zouden ze elkaar hebben ontmoet? Zij in Voorst, hij in Toldijk, met daartussen de IJssel als hindernis? Er waren wel banden met die streek, want grootmoeder aan moederskant, Berendina Harenberg, komt uit Baak. Zij legde in 1835 min of meer de omgekeerde route af. En Aleida’s zus Berendina woont sinds 1895 in de Steenderense buurtschap Rha.
Hoe dan ook, voorafgaand aan hun huwelijk zullen ze menig keer heen en weer zijn gereisd. Misschien ging die reis per trein en tram. Op station Empe (1876-1938) aan de spoorlijn Zutphen - Apeldoorn nam je dan de trein naar Zutphen. Daar stapte je over op de stoomtram Zutphen - Emmerik (1902-1934). Deze stopte midden in Toldijk bij herberg Den Bremer, zo’n 400 meter van de Grote Hietcole.

De Grote Hietcole (foto van schilderij eigendom van de fam. Offenberg)

Maar … al na drie jaar huwelijk overlijdt Harmen, nog net geen 40 jaar oud. Hun jongste zoon is dan pas anderhalf… Volgens overlevering is Harmen een gezonde boom van een kerel, nooit ziek. Hij zou zomaar plotsklaps omgevallen zijn. Uit de afhandeling van zijn nalatenschap blijkt iets anders. Er staan nog twee doktersrekeningen open:
-          ‘den arts Van Lonkhuizen te Steenderen over 1909 tot de laatste dag 75 gulden,’ en
-          ‘den arts Van der Hoeven te Zutphen 20 gulden’.
Vergelijk: Harmens begrafenis kost 46 gulden. 

Een half jaar hierna verhuist Aleida met haar twee peuters terug naar haar ouderlijk huis in Voorst. Daar blijven ze anderhalf jaar.
In 1911, twee jaar na Harmens overlijden, hertrouwt ze met de vijf jaar jongere Jan Hummelman (1873-1953). Hij is in Eefde geboren, en in 1893 met zijn ouders naar de regio Voorst gekomen. Ze pachten er de Pannekoek, Oudhuizerstraat 16, eigendom van het Bornhof in Zutphen. Het adres valt (nu) onder Klarenbeek, maar men was volledig op het dorp Voorst gericht.

Het paar trouwt tegelijk met haar broer Jan Fredrik (die het Leusveld zal overnemen) en Jans zuster Engberdina Wilhelmina. Beide mannen blijven daarna in hun ouderlijke boerderij, de vrouwen ruilen van woning.
Aleida en haar zoontjes komen zo op de Pannekoek terecht. Ook daar treft ze schoonouders. Haar schoonmoeder overlijdt al na enkele maanden, haar schoonvader in 1933.
Zelf overlijdt ze in 1937, 68 jaar oud. Haar beide zonen wonen dan nog thuis. Die zullen in respectievelijk 1938 en 1939 trouwen en daarbij de Pannekoek verlaten. Jan Hummelman sterft begin 1953.


Jan Hummelman (1873-1953) ca. (bron: familiebezit)

Aleida’s 2e huwelijk (bron: Willemien Bos-Meulmeester)







Verkoop van eikenhakhout op de Pannekoek, 
aanw(ijzer) J. Hummelman (Zutphensche
Courant 04-04-1934)


Aleida’s broers en zussen, allen geboren op het Leusveld in Voorst (Noord-Empe)

1.1   Willem Derk ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 08-02-1866, overl. Apeldoorn 25-02-1945, 79 jr oud, tr. (1) gem. Voorst 09-11-1895 Johanna Leusink, geb. Voorst 29-03-1858, overl. ald. 02-06-1916, 58 jr oud, d.v. Garrit Leusink en Janna Gerrits de Vries, tr. (2) gem. Voorst 01-09-1917 Antonia Cornelia Monshouwer, geb. Gorinchem 30-05-1876, overl. Apeldoorn 28-06-1947, 71 jr oud, wed.v. Jietse Posthumus, wagenpoetser.

1.2. Aaltjen ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 02-03-1867, overl. ald. 31-05-1867, bijna 3 mnd.

1.3. Berendina ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 27-11-1869, overl. Lutten (Hardenberg) 29-04-1953, 83 jr oud, tr. gem. Voorst 16-02-1895 Jacob Weenink, geb. Empe (gem. Brummen) 28-10-1865, overl. Heemserveen (Hardenberg) 18-10-1926, 60 jr oud, z.v. Wolter Harmen Weenink en Maria Helena Bleumink.

1.4.  Jan Fredrik (Jan) ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 17-11-1872, overl. ald. 27-04-1936, 63 jr oud, tr. gem. Voorst 26-08-1911 Engberdina Wilhelmina Hummelman, geb. Eefde (Gorssel) 09-04-1882, overl. Voorst (Noord-Empe) 07-05-1937, 55 jr oud, d.v. Egbert Jan Hummelman en Willemina Hendrika Loman.

1.5.  Hendrika Alberdina ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 14-10-1875, overl. ald. 18-08-1876, 10  mnd oud.

1.6.  Johanna ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 12-09-1877, overl. ald. 26-05-1880, 2 jr oud.

 

Generatie 2
Marinus ten Broek, geb. Voorstonden (Brummen) 30-07-1840, overl. Voorst (Noord-Empe) 16-04-1914, 73 jr oud, z.v. Willem Derk ten Broek en Aaltje Harms Smits (zie Generatie 3), tr. Brummen 30-04-1864 Everdina Johanna Langenberg, geb. Voorst (ws. Noord-Empe) 02-02-1836, overl. Voorst (Noord-Empe) 02-04-1914, 78 jr oud, d.v. Jan Fredrik Langenberg, timmerman, en Berendina Hendriks Harenberg.



Trouwakte Marinus ten Broek anno 1864 (bron: Gelders Archief, Huwelijksregister Brummen)


Handtekening Marinus ten Broek onder geboorteakte Aleida 1868 (bron: Gelders Archief, Geboorteregister Voorst)


Marinus is in 1840 geboren op Olde Nijenbeek in Voorstonden (Brummen).
In 1859, op zijn 19e, wordt hij gekeurd voor de Nationale Militie (de dienstplicht) met als lotnummer 43. Hij woont dan inmiddels in Voorst, waarschijnlijk als kwartiermaker op het zojuist door zijn ouders gekochte Leusveld, Leusvelderweg 2, Noord-Empe.
In 1864 trouwt hij met Everdina Johanna Langenberg. Zij trekt bij Marinus en zijn ouders in. Dat denken we tenminste, maar ze wordt daar pas op 23 maart 1866, bijna twee jaar later, in het Bevolkingsregister ingeschreven. Hun oudste zoon Willem Derk is dan al ruim een maand oud. Een administratieve kwestie? Of … misschien is het huisje dat vader Willem Derk op het erf bijbouwt, niet eerder klaar.

In 1876 neemt Marinus officieel het Leusveld over van zijn dan 77-jarige vader. Zijn moeder is dan al overleden. Bij de afhandeling van zijn vaders nalatenschap worden de kosten verrekend die Marinus vanaf medio 1876 voor hem heeft gemaakt in verband met ‘inwoning, kost, bewassing en verdere verzorging.’

Van hun zeven kinderen overlijden er drie jong (zie Generatie 1). Dochter Aleida woont tot haar huwelijk (april 1906) thuis. Ze zal haar moeder in de huishouding hebben geholpen. Na het overlijden van haar eerste man komt ze begin 1910 met twee peuters terug. Zij zullen anderhalf jaar inwonen.
Zoon Jan Fredrik blijft steeds thuis wonen.

Marinus en Everdina overlijden beiden in april 1914, slechts twee weken na elkaar. Ze waren bijna 50 jaar getrouwd. Ze laten het Leusveld na, het daar bijgebouwde huisje en 14,8 ha. grond: bouwland, weide en hei. Voor díe tijd een redelijk grote boerderij. Ook staat er geld op een spaarbank in Zutphen. En men heeft nog geld tegoed van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te Loenen. Daarnaast zijn er openstaande rekeningen van onder meer: gemeentelijke hondenbelasting; smid Sarink, Voorst; timmerman Harmsen, Tonden; metselaar Radstake, Voorst; veearts Heimans, Zutphen; dokter van Zanten, Voorst; dienstbode Rika ter Haar, Voorst; dienstknecht Tienus S..ut, Voorst; mw. Kalff te Oosterbeek vanwege landpacht.

In de Memorie van Successie lezen we nog dat hun kinderen Jan Fredrik en Aleida elk over de periode 1897 tot hun moeders overlijden een gelijk bedrag erven ‘wegens verdiend loon’. Opvallend, want Aleida heeft daarvan zes jaar niet thuis gewoond.

De broers en zussen van Marinus. De eerste drie zijn geboren op de Perle in Voorst (Noord-Empe), de laatste twee op Olde Nijenbeek in Voorstonden.

2.1. Jan Willem ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 17-09-1820, overl. Voorstonden 31-03-1833, 12 jr oud.

2.2. Aartjen ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 15-05-1823, overl. Rhienderen (Brummen) 17-04-1870, 46 jr oud, tr. Brummen 17-02-1849 Gerrit Jan Slijkhuis, geb. Tonden 01-06-1819, overl. Rhienderen 12-01-1892, 72 jr oud, z.v. Jacob Slijkhuis en Reintje Romein; Gerrit Jan tr. (2) Brummen 26-06-1875 Maria Elisabeth de Jong, geb. Loenen aan de Vecht 13-01-1828, overl. Ede 02-08-1909, 81 jr oud, weduwe van Cornelis Lankkamp (1827-1868).

2.3. Harmen Jan ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 22-04-1827, overl. Apeldoorn 06-10-1884, 57 jr oud, tr. Apeldoorn 24-08-1861 Alberdina van Amersfoort, geb. ald. 23-09-1830, molenaarster, overl. ald. 16-02-1897, 66 jr oud, d.v. Marten Adolfs van Amersfoort, molenaar, en Janna Harms Smid.

2.4. Gerdina Antonia ten Broek, geb. Voorstonden 16-03-1831, overl. ald. 30-03-1836, 5 jr oud.

2.5. Jan Willem ten Broek, geb. Voorstonden 02-12-1833, overl. ald. 12-09-1841.



Generatie 3
  
Willem Derk ten Broek, geb. Voorst (Appen) 22-09-1799, overl. Voorst (Noord-Empe) 18-03-1881, 81 jr oud, z.v. Arend Willems ten Broek en Margaretha/Grietje Stegeman (zie Generatie 4), tr. gem. Voorst 24-04-1819 Aaltje Harms Smits, geb. Beekbergen 15-09-1795, overl. Voorst (Noord-Empe) 25-12-1874, 79 jr oud, d.v. Harmen Jansen Smid en Maria Hendriks (van de Hel).

Willem Derk is in 1799 geboren op de Otto Boelens Hofstede, Appenseweg 17, Voorst (Appen). Hij is het negende kind van zijn moeder Grietje Stegeman, van wie er dan inmiddels twee zijn gestorven. En het tweede kind van vader Arend ten Broek.
In 1818 wordt hij vanwege de Nationale Militie gekeurd. Zijn signalement luidt: lengte 5 voet en 2 duim, vol aangezicht, breed voorhoofd, blauwe ogen, langwerpige kin en donkerbruin haar. Hij hoeft echter niet in militaire dienst omdat hij op de boerderij de enige zoon is. Kennelijk hebben zijn oudere halfbroers de boerderij dan al verlaten.
Hij is 19 als hij in 1819 trouwt met de 23-jarige Aaltje Smits uit Beekbergen. Zij woont op dat moment al in Voorst, waar ze werkt als dienstmeid. Eerder trouwde Aaltjes zus Hendrika met Willem Derks halfbroer Berend Wissink. Van een bruiloft komt een bruiloft, zei men vaak.
Als Willem Derk al lang en breed uit huis is, 26 jaar oud en zelf vader van een kind van zes, krijgt hij nog een halfbroertje. Zijn vader is in 1826 hertrouwd met een vrouw die slechts vier jaar ouder is dan Willem Derk zelf.
Bij zijn huwelijk wordt hij karman genoemd, iemand die met een kar spullen van a naar b brengt, vergelijk een transportbedrijf. Net als zijn vader.
Willem en Aaltje betrekken de Perle, Perleweg 2, Voorst (Noord-Empe), een boerderij die al in het jaar 1405 wordt genoemd[1]. Mogelijk pachten ze deze eerst, maar uiterlijk 1832 (kadaster) zijn ze eigenaar. Ze zijn dan zelf inmiddels vertrokken naar de Olde Nijenbeek. De Perle is daarom per 1830 verpacht, en in 1844 verkocht. Waarschijnlijk bracht de Olde Nijenbeek meer op.







Middenboven (zwarte cirkel) de Olde Nijenbeek. Daar rechtsonder met blauw omgeven, het Huis Voorstonden (bron: Kadaster 1832 via hisgis.nl/projecten/gelderland)


De Olde Nijenbeek
Per 1830 pachten Willem Derk en Aaltje de Olde Nijenbeek, later De Beek genaamd. De boerderij lag ca. 450 m. ten westen van Voorsterweg 148, Voorstonden (Brummen), en hoorde onder Huis Voorstonden. Ze zullen er blijven tot 1863.
Eigenaar is in die periode Gerrit Carel baron van Spaen tot Voorstonden (1756-1841). Hij is minister (diplomaat, AG) van zijne majesteit de Koning der Nederlanden aan het Hof te Wenen. Daarom neemt zijn zoon Alexander Diederik (1779-1834) de honneurs waar. Alexander is wethouder van Zutphen, rentenier en grondeigenaar. Hij woont op Huis Voorstonden.
Olde Nijenbeek is met haar 23 ha. grond voor die tijd een grote boerderij. Daarbij is er ook nog een ‘plaggenslag’ van 12 ha. (het gebied waar de boerderij het recht heeft om plaggen/zoden te ‘maaien’, AG). In het Bevolkingsregister wordt dan ook een aardige rij inwonende meiden en knechten opgesomd.




 




Deel voorblad van het pachtcontract van Olde Nijenbeek (bron: RAZ, archief 2068, inv. 21, akte 1505)




Enkele pachtvoorwaarden[2]
Het pachtcontract beslaat acht pagina’s vol gedetailleerde voorschriften (hieronder deels hertaald en ingekort). Zo moeten de pachters:
1.       het huis behoorlijk net en zindelijk bewonen, en glas- en dakdicht houden.
2.       de bouwlanden behoorlijk bemesten, bebouwen, bezaaien en onkruidvrij houden.
3.       de weilanden behoorlijk onderhouden: jaarlijks op de geëigende tijd molshopen, worthaak, doornen, distels en biezen verwijderen, de mierenhopen laten zakken, en voor Sint Jacob het land bloten (het maaien van de planten die het grazende vee heeft laten staan, zoals (on)kruiden en graspollen, AG)
4.       de hooilanden op de juiste tijd maaien.
5.       de wrochtheggen en graven (sloten, AG) langs bouw-, wei- en hooilanden in goede staat brengen en onderhouden.
6.       En ook de beken, sloten en tochtgraven schoonmaken en -houden.
7.       de uit de sloten opgeworpen aarde op hopen gooien en op een geschikte tijd over de weilanden uitstrooien.
8.       de landerijen verder ook als goed huisvader behandelen. Dit overeenkomstig hun bestemming: wei- of hooilanden mogen niet veranderd worden in bouwland, en bouwland niet in weiland. Tenzij met toestemming van de Heer Verpachter.
9.       rijtuigen of los vee van het land weren. Ook mogen er geen voetpaden over het gepachte land aangelegd worden. 

En (Een actueel onderwerp, maar dan in spiegelbeeld. Destijds was er juist een tekort aan mest):
10.   De pachters mogen zo veel vee houden als tot bemesting van het land in redelijkheid voldoende kan worden geacht.
11.   Zij mogen geen ander dan bij de boerderij horend bouwland in gebruik nemen, tenzij tegenover iedere bunder (hectare) bouwland ook een halve bunder goed weiland in gebruik genomen wordt en daar naar evenredigheid meer vee wordt gehouden.
12.   Dit bouwland mag niet meer worden bemest dan het land dat bij de boerderij hoort.
13.   Mest of stro mag de boerderij niet verlaten. Ook plaggen of schadden (zoden, AG) mogen niet aan anderen verkocht worden. 

Andere punten:
14.   De pachters mogen geen ander hout hakken dan van wilgen die tenminste drie jaar oud zijn.
15.   En geen gras, heide of plaggen maaien bij of onder het jonge houtgewas, en het daaronder liggende blad niet opharken of weghalen.
16.   Zij moeten dode wilgen vervangen door goede jonge wilgen.
17.   Eén van de bij het huis staande zaad- of hooibergen blijft in gebruik bij de Heer Verpachter.
18.   De vruchten van de jonge vruchtbomen zijn ook voor hem. Het snoeien van deze bomen komt voor zijn rekening.
19.   Als er reparaties aan de gepachte gebouwen nodig zijn, zullen de pachters dat moeten gedogen. Zij hebben geen recht op eventuele schadeloosstelling. Daarbij moeten zij alle benodigde materialen aanvoeren en de werklieden van huisvesting en voedsel voorzien.
20.   Zij zijn verplicht om als dienst aan de Heer Verpachter zes keer per jaar met wagen en paarden van Huis Voorstonden naar Zutphen te rijden en terug.
21.   En ze moeten in september of oktober bij dat Huis ‘zeven paar volwassen jonge hanen’ afleveren.
22.   De pachters mogen absoluut geen ganzen of eenden houden. Dit op straffe van drie gulden voor iedere gans of eend (vergelijk: de jaarpacht van de boerderij bedraagt 370 gulden).
23.   Zij moeten de pachtsom voorafgaand aan het aankomende pachtjaar voor of op 11 november voldoen, ‘in goede op rijkskantoren gangbare muntspeciën, naar de tegenwoordige koers.’

Twee personen staan garant voor de betaling van de pacht, onder wie Willem Derks vader Arend ten Broek. Willem zal er maar liefst 33 jaar blijven, tot 1863.





De handtekeningen onder het pachtcontract van W.D. ten Broek, zijn vrouw A.H. Smet (moet zijn Smits, AG), (E. Wolters) en vader A. ten Broek (bron: idem)



Willem Derk als opstandig kerklid
Vanaf 1834 beginnen zich groepen gelovigen af te scheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk, waar rijke boeren de dienst uitmaken. Ze hebben bezwaar tegen het zingen van de gezangen en tegen de vrijzinnigheid, eigenlijk tegen de gehele sfeer. Weliswaar is er godsdienstvrijheid, desondanks mag niet iedereen zomaar zelf een nieuwe Kerk stichten. Toch probeert men een Gereformeerde Kerk op te richten.
Begin 1836 bereikt deze beweging ook Empe. Op 9 februari verzamelen zich daar in boerderij De Larke (Ganzekolk 5) zo’n 50 mensen samen met een eveneens afgescheiden predikant. Ze hebben een voorlopig bestuur geformeerd. ‘Willem ten Broek uit Voorstonden’ zal een van de twee diakens zijn. Er zullen ook drie kinderen worden gedoopt. Buiten is er een grote toeloop van volk.
Maar het feest gaat niet door, want even na 12.00 uur komt de politie. Die wijst de aanwezige dominee erop dat zo’n samenkomst verboden is. De predikant antwoordt dat hij aan God meer gehoorzaamheid verschuldigd is dan aan de mensen.
Daarop worden de aanwezigen gesommeerd uiteen te gaan, maar men blijft zitten. Vervolgens arriveert er rond vieren vanuit Zutphen een detachement bestaande uit 100 militairen. De dominee kiest dan eieren voor zijn geld en verzoekt zijn volgelingen geen geweld te gebruiken, en rustig te vertrekken.
Door de rechtbank in Arnhem worden fikse boetes opgelegd, zowel aan de predikant als aan de boer op de Larke. Later worden beiden echter in Hoger Beroep te Amsterdam vrijgesproken.[3]

Na 1863
Bij zijn vertrek van Olde Nijenbeek (inmiddels eigendom van de familie De Vos van Steenwijk) in 1863 is Willem Derk ten Broek 64 jaar oud. Hij verkoopt zijn boedel middels een erfhuis, een veiling. Daartoe verschijnt begin februari een advertentie in de Zutphensche Courant. De boerderij heet dan inmiddels de Beek. Aangeboden worden: ‘Allerlei huismeubelen, waaronder glazenkast, tafels, stoelen, kisten, kasten, een grote fornuiskachel, bouw-, melk- en deelgereedschappen, grote zaadkist, paardentuigen, enz. Drie paarden en een eenjarig bruin veulen, twee vette koeien, twee vette ossen, een vette bol, verscheidene nurende, drachtige en guste koeien, twee wagens, een kleedwagen, twee karren, ploegen, eggen, een welboom, 50 vim rogge, 50 mud aardappelen, een partij hooi, verscheidene percelen elshout en lang wilgenhout, slieten, enz.’












Zutphensche courant 07-02-1863



Het (Grote) Leusveld
[4]
De eerdergenoemde Perle is in 1844 verkocht, maar inmiddels kocht Willem Derk in 1859 een andere boerderij, het Leusveld, Leusvelderweg 2, Voorst (Noord-Empe). Deze zal bedoeld zijn voor hun jongste zoon, Marinus, en tevens voor hun eigen oude dag. Marinus lijkt er meteen al de zaak te gaan opstarten, want volgens de Nationale Militie (het leger) woont hij in 1859 in Voorst. Willem Derk en Aaltje volgen in 1863.
De naam Leusveld bestaat al lang. In 1432 wordt de plek Luesvelt genoemd en in 1448 Loesvelt, later ook Luijsvelt. Het eerste deel van de naam zal staan voor het Middelnederlandse woord luusch (= riet, rietgras). In 1493 is er voor het eerst sprake van een boerderij: het goet Luysvelt.
Midden 18e eeuw wordt dichtbij boerderij Klein Leusveld gebouwd (huisnummer 4). Daarna wordt ter onderscheiding in stukken wel de naam het Grote Leusveld gebruikt, zoals in ‘het boerenerve en goed het Grote Leusveld, bestaande uit woonhuis, schuur, berg en bakoven’.
Tot 2018 zal de boerderij in het bezit van nazaten blijven.
Aaltje sterft er in 1874, na een huwelijk van 55 jaar, Willem in 1881, 81 jaar oud. Bij de verdeling van zijn nalatenschap worden de kosten verrekend die zoon Marinus vanaf medio 1876 voor hem heeft gemaakt in verband met ‘inwoning, kost, bewassing en verdere verzorging.’
Willem Derk en Aaltje hebben zes kinderen, van wie er drie jong overlijden (zie Generatie 2).








Het Leusveld anno 2026 (foto: huidige eigenaar/bewoner)



Willem Derks (half)broers en -zussen
Ten Broek, allen geboren op de Otto Boelens Hofstede in Voorst (Appen)

Zijn broer
3.1.  NN ten Broek, geb. en overl. Voorst (Appen) 06-09-1798.
Zijn halfbroers en -zussen

3.2. Hendrika ten Broek, geb. Voorst (Appen) 06-02-1827, overl. Wilp 03-02-1864, 36 jr oud, tr. gem. Voorst 11-11-1854 Hendrik Voorhorst, geb. Welsum (gem. Olst) 15-10-1820, overl. Wilp 16-02-1881, 60 jr oud, z.v. Jacob Voorhorst, daghuurder, en Johanna Hermanna van Cleef; Hendrik tr. (2) gem. Voorst 23-07-1864 Willemina de Wilde, geb. Terwolde 01-08-1833, overl. Deventer 08-10-1912, 79 jr oud, d.v. Willem de Wilde en Hendrika

3.3.  Hendrik ten Broek, geb. Voorst (Appen) 10-11-1828, overl. Voorst 22-04-1902, 73 jr oud, tr. (1) gem. Voorst 27-04-1850 Gerritjen Wagenvoort, geb. Voorst 26-01-1828, overl. ald. 12-06-1875, 47 jr oud, d.v. Harmen Wagenvoort, stro- en rietdekker, en Eva Jansen, tr. (2) gem. Voorst 26-04-1883 Hendrika Hendrina van den Brink, geb. Wilp 09-04-1835, overl. Voorst 24-06-1894, 59 jr oud, wed.v. Jannes Denekamp, schoenmaker, tr. (3) gem. Voorst 17-11-1894 Antonetta Stein, geb. Steenderen 14-04-1836, overl. Voorst 16-11-1919, 83 jr oud, wed.v. Jan Hendrik Penterman, daghuurder.

3.4. Margaretha ten Broek, geb. Voorst (Appen) 03-11-1831, overl. ald. 16-02-1833, 1 jr oud.

3.5. Martinus ten Broek, geb. Voorst (Appen) 18-11-1833, overl. ald. 23-12-1901, 68 jr oud, tr. gem. Voorst 24-04-1858 Fredrika Gerlach, geb. Voorst 31-08-1833, overl. ald. 17-06-1887, 53 jr oud, d.v. Hendrikus Gerlach, daghuurder, en Fredrika Denekamp. 

 

Generatie 4
Arend Willems ten Broek, geb. Oeken 20-08-1773, overl. Voorst (Appen) 04-01-1838, 64 jr oud, z.v. Willem Arends/Berends ten Broek en Derkjen Claesen Noorman (zie Generatie 5), tr. Voorst 03-12-1797 Margaretha/Grietje Stegeman, geb. ws. Epse, ged. Deventer 09-05-1758, overl. Appen 26-10-1825, 67 jr oud, wed.v. Berend Jan Wissink (overl. 01-06-1797), d.v. Hendrik Berents Stegeman en Johanna/Janna Heimens Oosterbroek, tr. (2) gem. Voorst 29-04-1826 Teuntje Hendriks, ged. Loenen (Apeldoorn) 08-03-1795, overl. Voorst 03-11-1866, 71 jr oud, d.v. Jan Hendriks en Hendrika Stokking; Teuntje tr. (2) gem. Voorst 17-11-1838 Harmen Harmsen (1807-1868).

Arend is de jongste voorouder die (in 1773) geboren is op Ten Broek, Den Broekweg 2, Oeken (Brummen). Anders dan bij zijn broers en zus vinden we over hem niets dat wijst op (een schijn van) financiële ondersteuning door zijn ouders. Zoals in april 1797 wanneer zijn eveneens nog jonge broers aan hun ouders een aanzienlijke hypothecaire lening verstrekken. 





Doopakte Arend ten Broek (bron: RAZ, Doopboek Brummen)




Al vóór dat jaar heeft Arend zijn ouderlijk huis verlaten, dus ook voordat zijn ouders naar het Bolveen verhuizen. Hij woont dan al in Zutphen waar hij werkt als karman. We hebben van hem geen inschrijving bij de Nederduits-Gereformeerde Kerk gevonden, niet in Brummen, niet in Zutphen, en ook niet in zijn latere woonplaats Voorst.

Als hij begin december 1797 in Voorst met Grietje Stegeman trouwt, staat hij nog in Zutphen ingeschreven. Grietje is waarschijnlijk geboren in Epse, in elk geval dichtbij Deventer. Deels groeit ze op in Eefde/Gorssel. Rond 1780 komt het gezin naar Voorst. Ze is dan 22 jaar. In 1785 trouwt ze met haar eerste man, Berend Jan Wissink. In dat huwelijk kreeg Grietje zeven kinderen van wie er dan inmiddels eentje is gestorven. 

Deze Berend Jan is begin juni 1797 overleden. Vijf maanden later vindt de boedelscheiding tussen Grietje en haar kinderen plaats. Daarbij wordt een inventaris opgemaakt van alle bezittingen, waarbij de waarde van elk item wordt bepaald. Dat is noodzakelijk als iemand kinderen heeft, en wil hertrouwen. Zo ligt vast op welk bedrag de kinderen later recht hebben. Alleen ‘het leder in de kuip’ kan op dat moment niet getaxeerd worden…
Meteen ook wordt ‘consent tot hertrouwing’ gegeven. Op 10 november 1797, de dag erna, gaan Arend en Grietje in Voorst in ondertrouw. Op 3 december trouwen ze: hij 24, zij 39.

Zo wordt Arend op zijn 24e stiefvader van zes kinderen tussen de 9 en 2 jaar oud. En meteen ook (mede)eigenaar van de Otto Boelens Hofstede. Financiële steun van zijn ouders had hij dus helemaal niet nodig. Maar dat het zó zou lopen, kan in april 1797 nog niet bekend zijn. Grietjes eerste man leeft dan nog.
De ene dag is Arend karman in Zutphen, de volgende dag landbouwer onder Voorst. Een gespreid bedje zogezegd. En zij heeft weer een man in huis, en een (stief)vader voor haar kinderen.

De Otto Boelens Hofstede bestaat uit huis en hof, bouwland (groot een mudde gesaaij) en peppelbomen (populieren), en is ‘alleen bezwaard met herenschattingen’. Een soort belasting. Grietje en haar eerste man hebben de helft ervan in 1790 gekocht, de andere helft kopen Arend en zij een maand na hun huwelijk. Ze sluiten er een hypotheek voor af.
Arends nazaten zullen de hofstede nog tot in 2024 bezitten, 234 jaar lang.

Het eerste kind wordt zo’n tien maanden na hun huwelijk geboren, maar overlijdt vrijwel meteen. In 1799 volgt de geboorte van Willem Derk (zie Generatie 3). Hij is Arends tweede kind, en Grietjes negende, tevens laatste. 









De Otto Boelens Hofstede anno 2010 (eigen foto’s)

De boerderijnaam op de achtergevel


Als Grietje in 1825 sterft, zijn alle (stief)kinderen inmiddels uitgevlogen. Willem Derk blijft alleen achter in een leeg huis, 52 jaar oud. Maar net als zij destijds, hertrouwt ook hij na zes maanden, en wel met Teuntje Hendriks uit Loenen. Was Grietje 15 jaar ouder, Teuntje is 21 jaar jonger dan hij. Arend wordt 26 Jaar na de geboorte van zijn laatste kind opnieuw vader. Het nieuwe paar krijgt er in totaal vier van wie er eentje jong sterft.
Het is een oud gebruik om na het overlijden van een partner het eerste kind uit een volgend huwelijk naar hem/haar te vernoemen, als een soort eerbetoon. Dat gebeurt hier niet. De oudste twee heten naar de ouders van Teuntje. Pas het derde kind krijgt de naam Margaretha.
Bij de aangiftes van deze kinderen staat als Arends beroep steeds karman vermeld, het beroep dat hij ooit in Zutphen uitoefende. Kennelijk is hij dit naast zijn eigen boerenbedrijf blijven doen.

Arend sterft in 1838, 64 jaar oud. Hij laat de hofstede en zijn land (3,3 ha.) na aan zijn gezamenlijke biologische kinderen. Zoon Willem Derk is dan 38 jaar oud, en ‘landbouwer te Brummen’ (op de Olde Nijenbeek in Voorstonden). De drie kinderen uit Arends tweede huwelijk zijn tussen de 10 en 4 jaar oud. Zoon Martinus zal de volgende eigenaar worden.
Teuntje hertrouwt tien maanden later als 43-jarige met de 31-jarige Harmen Harmsen (1807-1868). Zij sterft in 1866, 71 jaar oud, Harmen in 1868.

Arends zes stiefkinderen Wissink zijn: Hendrik Jan (1788-1860), Joannis (1789-<1825), Hendrika (1791-1871), Berend (1793-1849) en de tweeling Marten (1795-1865) en Aaltje (1795-1861).
Zie Generatie 3 voor zijn zes biologische kinderen, twee met Margaretha/Grietje Stegeman, vier met Teuntje Hendriks.


De broers en zuster van Arend Willems ten Broek, allen geboren op Ten Broek in Oeken

4.1. Klaas Willems ten Broek, geb. Oeken 13-03-1769, overl. Rhienderen 30-09-1834, 65 jr oud, tr. Brummen 17-09-1797 Jenneken Harmsen, ged. Voorst 25-06-1769, overl. Rhienderen 13-03-1847, 77 jr oud, d.v. Jan Harms en Henders Bosch.

4.2. Grietjen Willems ten Broek, geb. Oeken, ged. Brummen 13-06-1770, overl. Oeken 16-11-1830, 60 jr oud, tr. (1) Brummen 30-01-1791 Berend Wilbrink, ged. Zelhem 17-09-1758, overl. Oeken 02-04-1813, 54 jr oud, z.v. Jan Hendrik Wilbrink en Aaltjen Horstink, tr. (2) Brummen 09-02-1816 Arend Gerritsz Houtzeel, geb. Oeken, ged. Brummen 11-03-1768, overl. Oeken 20-12-1850, 82 jr oud, wdnr.v. Aaltje Gerrits Jansen.

4.3. Hendrik Willems ten Broek, geb. Oeken, ged. Brummen 15-03-1772, overl. na 1810, tenminste 38 jr oud.

 

Generatie 5
Willem Arends/Berends ten Broek, geb. Oeken, ged. Brummen 04-09-1737, overl. Oeken 12-07-1811, 73 jr oud, z.v. Berend Arends ten Broeke en Gerritjen Jansen (Burgers) (zie Generatie 6), tr. Brummen 04-04-1768 Derkjen Claesen Noorman, ged. Hall 11-12-1735, overl. Oeken 01-04-1805, 69 jr oud, d.v. Claes Derksen Noorman en Maria/Merritje Willems.


Willems doop (bron: RAZ, Doopboek Brummen)


Willems patroniem
Willem is in 1737 geboren op Ten Broek, Den Broekweg 2, Brummen (Oeken), net als zijn vader en grootvader. Zijn overgrootvader Berend ten Broeke is de oudst bekende pachter/bewoner.
Willem lijkt enig kind te zijn.
In 1756 wordt hij aangenomen als lidmaat van de Brummense kerk onder de naam: ‘Willem Berends ten Broek – Oeken’. Het patroniem Berends is correct, zijn vader heet immers Berend. Zo’n aanduiding is een automatisme, een naam die je niet kunt kiezen. Deze dient als achternaam in de tijd dat niet iedereen er al eentje draagt.

Maar al voor zijn huwelijk in 1768 met Derkjen Claesen Noorman denkt Willem daar zelf anders over. In het Trouwboek lezen we: '… Willem Berends Ten Broek j.m., zich thans noemende Arends …’ Arend is de naam van zijn grootvader.
En vervolgens noemt hij zijn oudste zoon niet Berend, maar Klaas, naar zijn schoonvader, Claes Noorman. Ook zijn tweede zoon niet, zelfs zijn derde niet. Die wordt (ook) naar opa Arend ten Broeke vernoemd… Dochter Grietje krijgt echter de naam van haar grootmoeder, Gerritje Jansen. . Dat is wél zoals gebruikelijk.
Vaak wordt Willem slechts aangeduid met zijn patroniem, soms ook extra met Ten Broeke. In de loop der tijd zal die laatste E verdwijnen.

Derkjen Noorman is geboren bij Brummen, maar in 1735 in Hall gedoopt. Waarschijnlijk is ze opgegroeid op de Gelmershofstede in Rhienderen.




Het huwelijk van Willem Berendts Ten Broek j.m. ‘zig thans noemende Arendtz’ (bron: RAZ, Trouwboek Brummen)



Begin 1776 wordt Willem voogd over de ‘onmondige’ dochter van zijn neef Arend ten Broek, zoon van zijn oom Gerrit Arends ten Broeke. Ook later in 1776 en in 1792 is Willem bij voogdijschappen betrokken.

In 1779, het jaar nadat Willems moeder Gerritjen Jansen (Burgers) overlijdt, sluiten hij en Derkjen samen met zijn vader Berend een hypotheek af op het door Berend in 1753 gekochte Bolveen, Voorsterweg 95, Oeken (Brummen). Zij zijn dus inmiddels mede-eigenaar. Vader Berend is dan circa 73 jaar oud.
In september 1785 verkopen ze gedrieën de in 1750 door vader Berend gekochte akker onder Holtwijk op de Haar (vijf schepel gesaaij).
In hetzelfde jaar worden de eigendommen van Derkjens moeder, weduwe Maria Willems, alvast verdeeld, ook al zal ze dan nog 10 jaar leven. Willem en Derkjen erven de percelen: Korte Zand en Hamakker (onder het erve De Brake gehoord hebbende), het Kip, de Veltbrake, een deel van de Kruisakker (onder de Gelmershofstede gehoord hebbende), en een tiende van het Krommeland en de Oort. Dit alles onder Rhienderen, en samen minimaal 25 schepel gesaaij groot. Wel zal schoonmoeder tot haar dood het vruchtgebruik ervan genieten.

In de tussentijd hebben Willem en Derkjen in 1780 al het andere deel van de hierboven genoemde Kruisakker van de Noormanfamilie gekocht. In 1787 kopen ze de landjes Malsteren en Klein Malsteren (samen een mudde gesaaij), en in 1789 van Derkjens broer Teunis nog bouw- en weideland de Zomp. Dit alles ook onder Rhienderen.
Dat jaar 1789 sluiten ze een aanzienlijke hypotheek af. De jaren daarop nog enkele.

De meeste benodigde leningen worden afgesloten bij particulieren, maar in 1790 lenen ze 500 gulden tegen 4% rente per jaar bij de Waalse diaconie in Zutphen. Als onderpand dient het Bolveen en het in 1789 gekocht land de Zomp.
Een van de hypotheken moet afgelost worden in ‘goede, grove, ongedut Hollands geld van geen minder waarde als sestehalven of in gouden rijders of gerande wittige ducaten’.  

In april 1797 sluit het paar de eerdergenoemde hypotheek van 500 gulden af bij hun zonen Klaas en Hendrik, en later nog een van 400 gulden alleen bij Hendrik. Grote bedragen, want vergelijk: voor 600 tot 900 gulden kocht je al een huisje met een lapje grond.
Mogelijk sluizen ze dit geld liever door naar deze zoons dan er hun schulden mee af te lossen. Wat er echt is gebeurd, weten we natuurlijk niet, maar qua financiën gaat het opeens snel bergafwaarts. Begin 1798 blijken Willem en Derkjen achter met het betalen van de pacht van boerderij Ten Broek. Ook kunnen ze een lening niet terugbetalen. Ze gooien de handdoek in de ring. Tegenover de dorpsregering van Brummen (het is de tijd van de Bataafse Republiek 1795-1806) verklaren ze dat ze zich realiseren dat hun schuld van jaar tot jaar vermeerdert. En dat ze door hun ‘opklimmende jaren’ (Willem is dan 60, Derkjen 62) hoe langer hoe minder in staat zullen zijn om deze schuld af te lossen. Daarom dragen ze al hun roerende goederen, ‘have en vee’, en wat er verder toe gerekend kan worden, over aan de toenmalige eigenaren van Ten Broek: Hendrik Cromhout en Johanna Ossenkamp.

Na minimaal vier generaties wordt boerderij Ten Broek in 1798 verlaten. Het paar verhuist naar het Bolveen, hun tot dan toe verpachte boerderijtje. Ze wonen er tot hun dood samen met dochter Grietje en schoonzoon Barend Wilbrink.
Maar de naam Ten Broek blijft aan de familie kleven. Die verhuist mee.

Tussen 1799 en 1804 verkopen ze al hun landerijen. Het Bolveen blijft echter in de familie. In 1803 verkopen ze die boerderij aan dochter Grietje. Nazaten zullen deze tot 1861 behouden.
En in 1804 koopt zoon Hendrik hun bouw- en weideland de Zomp.




Overlijden Willem ten Broek in 1811 (bron: RAZ Register overledenen Brummen)



Hun jongste zoon Arend (1773-1838), mijn voorvader, komt nergens in dit verhaal voor. Hij is al vóór 1797 naar Zutphen vertrokken.
Hun vier kinderen worden allen volwassen (zie Generatie 4).


Generatie 6
Berend Arends ten Broeke, geb. Oeken ca. 1705, overl. ald. 12-03-1791, ca. 86 jr oud, z.v. Arend ten Broeke (zie Generatie 7), tr. Brummen 10-03-1736 Gerritje Jansen (Burgers), geb. ca. 1710, overl. Oeken 13-01-1778, ca. 68 jr oud.

Berend zal rond 1705 geboren zijn op Ten Broek in Oeken, op dezelfde boerderij als zijn zoon Willem en zijn vader Arend. In 1725 doet hij belijdenis in de Nederduits-Gereformeerde kerk als ‘Berend Arends uit Oeken'.
En in 1736 trouwt hij met Gerritje Jansen. Van haar weten we weinig. Zowel in het doop- als in het lidmatenboek van de Brummense kerk zien we meerdere naamgenoten. We missen echter aanknopingspunten om te bepalen wie van hen ónze Gerritje is. Haar familienaam Burgers duikt pas op in 1838 bij het tweede huwelijk van kleinzoon Arend ten Broek. Zij wordt daar als grootmoeder aan vaderskant Gerritje Burgers genoemd. Het is meteen de enige keer dat we deze achternaam zien.

Nog maar net getrouwd wordt aan Berend en Gerritje gevraagd om officieel te ‘getuigen en certificeren’ dat een zekere Henders als dochter van Hendrik Lammertz in Oeken ‘getogen en geboren’ is. Zo’n getuigenis is kennelijk nodig, want men kon haar doop niet in het doopboek terugvinden. Dat boek is óf niet accuraat bijgehouden, óf … Henders is niet gedoopt.
Op de pagina met de kinderen die in juni/juli 1727 gedoopt zijn, staat onderaan bijgeschreven: ‘aangaande de geboorte van Henders, dochter van Hendrik Lammerts, zie (…)’. En met ‘zie’ wordt verwezen naar bovengenoemde getuigenis die achterin het boek te vinden is.

Daarna duikt het paar pas in 1750 weer in de stukken op. Ze kopen dan voor 625 gulden van Amsterdamse eigenaren ‘twee akkers bouwland op de Haar in (…) Oeken, genaamd Holtwijk’.
En medio 1753 kopen ze voor 500 gld het Bolveen, Voorsterweg 95, Oeken, bestaande uit huis, hof en een kamp land’, in 1832 (Kadaster) samen 25 roeden groot. Daartoe lenen ze 300 ‘caroli guldens à 20 stuiver Hollands het stuk’ van de Brummense predikant Anthonis Verbeeck. Als onderpand dienen de twee in 1750 gekochte akkers. De hypotheek is in 1766 afgelost.
De veldnaam ‘Bollenveen’ of ‘Bolveen’ verwijst vrijwel zeker altijd naar het gebruik als offerveen.[5] Dus onder of bij dit huis liggen mogelijk resten van geofferde mensen. 
Het boerderijtje zal verpacht zijn geweest, want het paar blijft op Ten Broek wonen. Ruim 20 jaar later, eind 1775, Berend zal inmiddels de 70 zijn gepasseerd, verkopen ze voor 400 gld. een van de twee in 1750 gekochte akkers, de Kleine Akker genaamd, groot ‘drie schepel gesaaij’. Deze was eerder onderdeel van Holtwijksgoed.

In 1778 overlijdt Gerritje, zo’n 68 jaar oud. De inmiddels 40-jarige zoon Willem (zie Generatie 5) neemt langzamerhand de pacht van Ten Broek en de eigendommen van zijn vader over. In 1779 leent Berend samen met hem en schoondochter Derkjen 250 gulden met als onderpand het Bolveen (in 1790 afgelost). Samen ook verkopen ze in 1785 de andere in 1750 gekochte akker op de Haar voor 650 gulden.
Berends leven eindigt in 1791, circa 86 jaar oud.

Overlijden van Berend Arends in 1791 (bron: RAZ Register overledenen Brummen)





De ons bekende broers en zuster van Berend Arends ten Broek, allen geboren op Ten Broek in Oeken

6.1. Derk Arends aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1706, overl. na 1726.

6.2. Henders Arends aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1713, overl. na 1737, tr. Brummen 24-11-1736 Jan Garrits.

6.3. Gerrit Arends ten Broeke/aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1715, overl. ald. 16-12-1788, ca. 73 jr oud, tr. Brummen 06-08-1747 Geesken Teunissen, geb. Oeken, ged. Brummen 25-08-1715, overl. Oeken 09-07-1771, 55 jr oud, d.v. Teunis Petersen en Aaltjen Wilts/Willemsen.


Generatie 7
Arend ten Broeke, geb. Oeken ca. 1675, z.v. Berend ten Broeke (zie Generatie 8), tr. NN, overl. Oeken 02-09-1751.

Arend is geboren op Ten Broek, Den Broekweg 2, Oeken (Brummen). Van zijn vrouw kennen we alleen de sterfdatum. Zoon Berend deed de aangifte van haar overlijden: ‘Berend ten Broeke bekent gemaakt het overlijden van zijn moeder’. Mogelijk is Arend zelf al eerder gestorven.

Overlijden van de vrouw van Arend ten Broek in 1751 (bron: RAZ Register overledenen Brummen)

We vonden vier kinderen, drie zonen en een dochter (zie Generatie 6).

De enige ons bekende zus van Arend ten Broeke is
7.1. Engeltje Berends ten Broeke, tr. Brummen 01-01-1693 Peter Jansen, wdnr.v. Jacobjen Berents.

 

Generatie 8
Berend ten Broeke,  overl. vóór 1693.

Dat Berend de stamvader van deze familie zal zijn, én dat hij op het gelijknamige Ten Broek in Oeken woont, leiden we af uit het volgende:

a.       We zien zijn naam in 1693 bij het huwelijk van Engeltje Berends, ‘j.d.v. wijlen Berent ten Broeck’.
b.       Zoon Arend noemt zijn oudste zoon Berend (Generatie 6).
c.       En wat betreft de juiste boerderij: achterkleinzoon Willem Arends ten Broek (Generatie 5) is in 1798 achterstallige pacht verschuldigd voor ‘de bouwplaats Ten Broek in Oeken’. Daarmee weten we dat het niet om de gelijknamige boerderij in Leuvenheim gaat.
      Berend is hiermee de oudst ons bekende pachter van het ‘erve en goed ten Broek’ in Oeken.
Mogelijk is hij al geboren wanneer in 1630 (80-jarige oorlog) een Duits/Spaans leger plunderend, brandstichtend en moordend over de Veluwe trekt. Daarbij zijn in Oeken 29 van de 35 boerderijen platgebrand.[6]

We vonden van hem twee kinderen (zie Generatie 7).

Bij de oudste generaties schreven we de achternaam met een E op het eind: Ten Broeke. Geleidelijk verdwijnt deze E, maar tot ver in de 19e eeuw is er soms nog twijfel over de juiste schrijfwijze. Zo lezen we in een notitie bij de Memorie van Successie opgemaakt na het overlijden van Willem Derk in 1881 ‘… verklaart bij deze dat wijlen Willem Derk ten Broeke of ten Broek, overleden den 18 maart…’

Memorie van Successie Willem Derk ten Broek 1881 (bron: Gelders Archief)














Met dank aan Willemien Bos-Meulmeester, Gerco Klopman, Ellen Lobeek, Martin Wilbrink en de huidige eigenaar/bewoner van het Leusveld in Voorst (Noord-Empe).

In andere vorm en deels uitgebreider is deze tekst eerder gepubliceerd in:
-          Oudheidkundig tijdschrift De Marke nr. 2026-01 stond onder de titel ‘Het pachtcontract van Willem Derk ten Broek in Voorstonden (1830)’ dit contract weergegeven, met daarbij een beknopt overzicht van de generaties Ten Broek.
-         Veluwse Geslachten publiceerde in 2026-02 een uitgebreidere versie onder de titel ‘De familie Ten Broek rond Brummen en Voorst’.

Bronnen en voetnoten

-          Bevolkingsregister
-          Delpher.nl
-          Gelders Archief
-          Kadaster
-          nl.wikipedia.org
-          Regionaal Archief Zutphen
-          Veld- en boerderijnameninventarisatie in de gemeente Brummen, Herman Blom en Arie van Bodegom, 2010 Oudheidkundige vereniging De Marke
-          www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-09030
-          www.online-begraafplaatsen.nl
-          www.topotijdreis.nl 
-          www.wiewaswie.nl
       Zie verder bij de voetnoten


[1] Dirk Otten, Boerderijnamen in Voorst, Kampen 2009, pag. 145
[2] Bron pachtcontract: Regionaal Archief Zutphen, archiefnr. 2068, inventarisnr. 21, akte 1505
[3] Empe, een open gemeenschap aan de Oude IJssel, Jan Schurink, Bussloo 2005, p. 58
[4] Dirk Otten, Boerderijnamen in Voorst, Kampen 2009, pag. 66
[5] www.rug.nl/research/kenniscentrumlandschap/mscripties/2020-mascr-pingo-ruines-drenthe-koops.pdf
[6] Veluwse Geslachten 2022-01, Artikel Hamer, pag. 27