Het is maandag 25 november 1782. ‘s Morgens vertrekt een
groepje jongelui vanuit Toldijk naar Doetinchem voor een bezoek aan de markt. Eén
van hen is Arend Gordinou de Gouberville, zoon van Herberg Den Bremer. Ze
zullen de afstand van zo’n 13 km. te voet afgelegd hebben. Ook toen gingen
jongeren graag op stap, maar festivals of popconcerten kende men nog niet. Alleen
kermissen en ‘bier’. En markten dus.
Er gebeurt het
volgende
Kennelijk gaat eenieder op de markt zijn eigen weg, want ze
spreken af elkaar in de namiddag te treffen in herberg Het Loo. Deze herberg ligt
aan de weg naar Keppel, op zo’n 400 ‘treden’ van Doetinchem. Het is er druk, zo
tegen het einde van de marktdag. Een deel van de aanwezigen zit binnen, anderen
staan buiten voor de deur. Bij de lindeboom, die er zo zonder blad troosteloos bij
staat.
Ook Jan Roelofs uit Keppel en enkele Toldijkers staan voor
de herberg. Ze kennen elkaar van gezicht. Na een tijdje roept Jan: ‘die uit
Toldijk en Baak komen, dat zijn allemaal schelmen!’ Zomaar, zonder aanleiding. Dat
laten de Toldijkers zich niet zeggen. Het is de aanleiding tot een fikse ruzie
en ‘slagerij’, oftewel er wordt danig op losgeslagen, zowel met de hand als met
stokken. De gasten die binnen zitten, horen het gekrakeel en komen één voor één
nieuwsgierig naar buiten. Knokkende jonge mannen. Destijds was dat helemaal
niet zo bijzonder, zeker niet na een pul bier. Maar toch het bekijken waard.
Arend van Den Bremer komt ook naar buiten. Hij blijft in
de deuropening staan. Ook hij heeft een stok in zijn hand. Natuurlijk, wie
loopt niet met een stok in die tijd. En dan opeens … midden in de mierenhoop
van vechtende jongeren, valt Jan Roelofs uit Keppel dood neer. Drie dagen later
wordt de 20-jarige Arend gearresteerd en in Steenderen in het ‘gerichtshuis’ in
de ‘gerichtskamer’ opgesloten. Hij wordt er dag en nacht bewaakt.
Tijdens het verhoor door rechter Aberson verklaart Arend
dat hij uiteraard weet dat Jan Roelofs tijdens de ruzie ‘dood is gebleven’,
maar hij heeft dat niet met eigen ogen zien gebeuren. Volgens hem was er ook
geen sprake van ‘haat, vijandschap of ruzie’ tussen hem en Jan.
Getuigen
Zo’n acht getuigen worden onder ede gehoord. Weigert een
opgeroepen getuige te verschijnen, dan kost hem dat 3000 goudguldens. Een zeer
hoog bedrag, nog meer dan de herberg van zijn ouders in 1770 waard is, zo’n
2700 gulden (zonder de grond).
Ook deze getuigen verklaren niet gezien te hebben dat de
twee ruzie hadden. Wel zagen ze dat een en ander ‘in ’t honderd’ aan het lopen
was, in het groepje jongens voor herberg Het Loo. Arend heeft ‘daartoe echter geen hand of voet
uitgetrokken’. Hij had wel een stok in zijn hand, maar heeft daarmee niet
geslagen.
Integendeel. Arend riep zelfs: ‘Mijn God, jongens, wat
slaat gij. Houd toch op, en ziet toe wat gij doet.’ Op de vraag of de getuigen ooit
gezien hebben dat Arend ‘beschonken of door de drank onbekwaam’ was, antwoorden
ze als uit één mond: neen! Ze vinden hem allen ‘van zeer goed gedrag en
levenswijze’.
'Mijn God, jongens, wat slaat gij. Houd toch op, en ziet toe, wat gij doet,...' |
Vrijlating
Op 4 december 1782, hij zit dan zes dagen gevangen,
vraagt Arend het gerecht om vrijlating. De beëdigde getuigen hebben immers
verklaard dat hij met de dood van Jan Roelofs niets te maken heeft. Bovendien
‘durft hij vrijelijk te verklaren, dat hij zich altijd als een braaf en eerlijk
jongeling gedragen heeft, en dat er niets op zijn comportement en levenswijze
te zeggen valt’. De rechtbank heeft geen bezwaar.
Toch wordt Arend niet vrijgelaten. Integendeel. Op 9
december worden nog twee andere getuigen gehoord. Ook zij pleiten Arend echter vrij.
Vier dagen voor kerst, na 23 dagen gevangenschap, komt dan
toch het verlossende woord, en wel van de stadhouder van het landdrostambt van
de Graafschap Zutphen. Arend wordt ontslagen uit zijn ‘civiele detentie’. En zo
wordt het voor hem en zijn familie toch nog een mooi kerstfeest.
Kennelijk zit Justitie danig met de handen in het haar,
want begin januari wordt opeens Arends broer Isaac van de doodslag beschuldigd.
Op hoge poten begeeft hun moeder, Aaltje Harmsen, weduwe Gordinou de
Gouberville, zich daarop van Toldijk naar Steenderen. Ze weet het gerecht
aldaar gelukkig te overtuigen van Isaacs onschuld. Ook anderen worden later nog
beschuldigd.
Wie is Arend
Gordinou de Gouberville?
Arend stamt uit de familie Bremer die al sinds 1639 herberg Den Bremer in Toldijk bestiert. Mogelijk is de herberg al van veel oudere datum. Anno 2023 bestaat Den Bremer nog steeds. En
ook wordt deze nog steeds uitgebaat door afstammelingen van de eerste Bremer, ook een Arend. Dus al bijna vier eeuwen lang.
![]() |
Den Bremer rond 1960 |
Den Bremer toen en nu
Den Bremer, Zutphen-Emmerikseweg 37, Toldijk, eerst 'Toldijcks Huis' en later ‘Bremers Huijs’ geheten, komen we voor het eerst in de stukken tegen rond 1600. Lang is het een herberg, een pleisterplaats voor man en paard. Men kan er zijn paarden verversen en zichzelf van eten, drinken en een bed voorzien.
De herberg ligt aan de weg die de Hanzesteden Zutphen en Emmerik met elkaar verbindt. De Hanze is een Noord-Europees handelsverbond dat dateert uit de 14e eeuw. Daarom is de herberg mogelijk van nog veel eerdere datum.
De ZE-weg was ooit een tolweg. De naam Toldijk vindt hierin zijn oorsprong. Den Bremer fungeert dan tevens als tolhuis. In 1795 is het innen van de tol verplaatst naar Herberg de Zon, in de richting van Hummelo.
De herberg ligt aan de weg die de Hanzesteden Zutphen en Emmerik met elkaar verbindt. De Hanze is een Noord-Europees handelsverbond dat dateert uit de 14e eeuw. Daarom is de herberg mogelijk van nog veel eerdere datum.
De ZE-weg was ooit een tolweg. De naam Toldijk vindt hierin zijn oorsprong. Den Bremer fungeert dan tevens als tolhuis. In 1795 is het innen van de tol verplaatst naar Herberg de Zon, in de richting van Hummelo.
De achtereenvolgende
uitbaters van Den Bremer
In het jaar 1600 is Hans Hendricks Prater de uitbater van 'Toldijcks Huis', zoals de herberg dan nog wordt genoemd. Rond 1633 overlijdt hij.
Zijn dochter Agnies en haar man, brouwer Jan Keppelman, verkopen hun niet bijster florerende herberg in de buurt van de Meipoort in Doesburg, en nemen de zaak over.
Jan overlijdt al vrij snel, waarna Agnies in 1639 hertrouwt met Arend Bremer.
Arend brengt uit zijn eerste huwelijk kinderen mee, waaronder dochter Geertruijt. De huidige eigenaren van Den Bremer, en ook ik, stammen van hen af.
Zijn dochter Agnies en haar man, brouwer Jan Keppelman, verkopen hun niet bijster florerende herberg in de buurt van de Meipoort in Doesburg, en nemen de zaak over.
Jan overlijdt al vrij snel, waarna Agnies in 1639 hertrouwt met Arend Bremer.
Arend brengt uit zijn eerste huwelijk kinderen mee, waaronder dochter Geertruijt. De huidige eigenaren van Den Bremer, en ook ik, stammen van hen af.
Generatie 1 - Arend Bremer
Vanaf 1639 is Arend Bremer, ook wel Arnt of Arnold genoemd (ca. 1595-begin 1661), dus de volgende herbergier / brouwer. Hij woont in Groenlo als hij trouwt met Sibilla Haeffkes uit Steenderen, dochter van Willem Haeffkes. Na haar overlijden hertrouwt hij met eerdergenoemd Agnies Jansen (ca. 1590-na 1669).
Vanaf 1639 is Arend Bremer, ook wel Arnt of Arnold genoemd (ca. 1595-begin 1661), dus de volgende herbergier / brouwer. Hij woont in Groenlo als hij trouwt met Sibilla Haeffkes uit Steenderen, dochter van Willem Haeffkes. Na haar overlijden hertrouwt hij met eerdergenoemd Agnies Jansen (ca. 1590-na 1669).
Vanaf dan zal de naam 'Bremers Huijs' zijn intrede hebben gedaan.
Bijzonder om te vermelden: in 1654 wonen er twee kinderen bij hen in huis die ze hebben 'aangenomen en die ze om Godes wille opbrengen (opvoeden)'.
![]() |
'Erschenen, Arnolt Bremer en Agnies Jansen, eheluijden...' 13 augustus 1653 |
Generatie 2 - Jan Arends Bremer
Na Arends overlijden hertrouwt de inmiddels bejaarde Agnies (zij moet dan al de 70 zijn gepasseerd) met de circa 25-jarige Jan Arends. Mogelijk werkt hij in de herberg / brouwerij, en is hij de geschikte persoon om deze voort te zetten. Hij wordt al gauw Jan Arends Bremer (ca. 1635-voor 1707) genoemd. Maar hij is dus geen zoon van Arend Bremer uit generatie 1.
Zijn achternaam zal hem toegedicht zijn door de naam van de herberg, zoals ook boeren hun boerderijnaam wel als familienaam kregen toegemeten.
Zijn achternaam zal hem toegedicht zijn door de naam van de herberg, zoals ook boeren hun boerderijnaam wel als familienaam kregen toegemeten.
Uit het huwelijk tussen Agnies en Jan zijn logischerwijs geen kinderen bekend.
'... Agnies Keppelman, gewezen weduwe van zal. Aernt Bremer, nu getrouwt aan Jan Aerntssen...' 26 juli 1668 |
Agnies sterft en Jan Arends Bremer hertrouwt met de 20 jaar jongere Elsken Kirspensis (ca. 1653-na 1742), kleindochter uit het eerste huwelijk van Arend Bremer met Sibilla Haeffkes. Heel bijzonder: Jan hertrouwt met de stiefkleindochter van zijn eerste vrouw.
Arend/Arnold Bremer
|
x(1)
|
Sibilla Haeffkes
|
|||
v
|
x (2)
|
Agnies
Jansen
|
|||
Geertruit Bremer
|
x
|
Jan Kirspensis
|
|||
v
|
|||||
Elsken Kirspensis
|
x (2)
|
Jan Arends Bremer x (1) Agnies Jansen
|
Schema van de twee posities die Agnies Jansen achtereenvolgens inneemt
x = getrouwd met
v = kind van
Tijdens dit huwelijk krijgt Jan alsnog kinderen: zeven, onder wie slechts één zoon, Arend. Je zou zeggen: dat wordt de
volgende herbergier. Maar hij kiest voor een andere carrière: pachter van het weggeld. Later is hij pachter van de bieraccijns.
Bovendien wil Arend niet zo deugen. Menig keer komt hij voor het gerecht omdat zijn handjes weer eens los hebben gezeten. Moeder Elsken laat hem echter niet vallen. Tijdens een rechtszaak in 1717 staat ze zelfs borg voor hem.
Ze is dan al zo’n 10 jaar weduwe. Elsken heeft sowieso een zelfstandige natuur. Zo doet ze zelf meerdere aankopen, weliswaar 'met toestemming van haar man', maar toch, ... in díe tijd. In 1690 koopt ze bijvoorbeeld koren bij haar oom Hans Warner Bremer, pachter van boerderij Withagen.
Bovendien wil Arend niet zo deugen. Menig keer komt hij voor het gerecht omdat zijn handjes weer eens los hebben gezeten. Moeder Elsken laat hem echter niet vallen. Tijdens een rechtszaak in 1717 staat ze zelfs borg voor hem.
Ze is dan al zo’n 10 jaar weduwe. Elsken heeft sowieso een zelfstandige natuur. Zo doet ze zelf meerdere aankopen, weliswaar 'met toestemming van haar man', maar toch, ... in díe tijd. In 1690 koopt ze bijvoorbeeld koren bij haar oom Hans Warner Bremer, pachter van boerderij Withagen.
Gelukkig zijn er nog de zes dochters. Dochter Arndje, van
wie ik afstam, trouwt met Aalt Anderson uit Ellecom, zoon van een Schotse immigrant. Het paar woont eerst in Dieren, maar verhuist later naar Toldijk. Het vestigt zich daar op een boerderij met
de naam Bremerstede (huidige locatie: Zutphen-Emmerikseweg 34 en 36). Deze boerderij
heet niet voor niets zo. Ze komt uit het familiebezit van de Bremers.
Moeder Elsken overlijdt pas in 1742, bijna 90 jaar oud.
Meer over Arndje, Aalt en Bremerstede valt te lezen via de volgende link:
Meer over Arndje, Aalt en Bremerstede valt te lezen via de volgende link:
Generatie 3 - De zussen Johanna en Agnies Jansen Bremer
De twee
ongehuwde dochters van Jan en Elsken, Johanna
(+1771) en Agnies (+1750), nemen de dagelijkse leiding van hun moeder over. Dit terwijl ze zelf inmiddels al rond de 60 zijn. De andere vier zussen
blijven mede-eigenaar. De grond waarop de herberg staat,
is van oudsher eigendom van de Diaconie van Bronkhorst.
Na het overlijden van Agnies in 1750 bezinnen de andere
zussen – inmiddels ook zeker niet meer de jongsten - zich op de toekomst. Gezamenlijk verkopen ze Den Bremer aan een zoon van hun zuster Anna Sibilla: de in Zutphen
geboren en getogen Johan/Jan Gordinou de Gouberville.
De waarde van Den Bremer wordt daarbij als volgt getaxeerd (in guldens): huis 300; brouwhuis 50; brouwketel 169; die olde schuur 00; die nije peppeler schuur 55; den bargh (hooiberg) 12; die schup (soort schuur) 10; varkensschot (schuur) 15.
De waarde van Den Bremer wordt daarbij als volgt getaxeerd (in guldens): huis 300; brouwhuis 50; brouwketel 169; die olde schuur 00; die nije peppeler schuur 55; den bargh (hooiberg) 12; die schup (soort schuur) 10; varkensschot (schuur) 15.
Generatie 4 - Johan/Jan Gordinou de Gouberville
De hierboven al genoemde Johan/Jan Gordinou de Gouberville (1727-1769) treedt al in 1748 op namens zijn bovengenoemde tante Agnies. Mogelijk is hij samen met zijn moeder, die weduwe is, eerder al bij zijn grootmoeder en tantes ingetrokken.
De hierboven al genoemde Johan/Jan Gordinou de Gouberville (1727-1769) treedt al in 1748 op namens zijn bovengenoemde tante Agnies. Mogelijk is hij samen met zijn moeder, die weduwe is, eerder al bij zijn grootmoeder en tantes ingetrokken.
In 1757 trouwt hij met Aaltje Harmsen (1719-1807) uit Steenderen, dochter
van Harmen Philipsen. Het paar krijgt drie kinderen: Isaac, Harmina en de later
gedetineerde Arend (zie het verhaal bovenaan dit blog). Johan/Jan sterft als Arend pas 6 jaar oud is, op 42-jarige
leeftijd. Hij wordt begraven in de kerk.
Aaltje hertrouwt een jaar later met de Zelhemse Derk Coops (1741-1780), zoon van Berend Coops. Ook Derk sterft voordat Arend volwassen is. Aaltje zelf wordt maar liefst 88 jaar oud.
Aaltje hertrouwt een jaar later met de Zelhemse Derk Coops (1741-1780), zoon van Berend Coops. Ook Derk sterft voordat Arend volwassen is. Aaltje zelf wordt maar liefst 88 jaar oud.
Deze zeer oude gietijzeren bel heeft het kapelletje gesierd dat ooit schuin tegenover Den Bremer stond. Daarna heeft de bel op het dak van de vroegere Den Bremer gestaan (1795-1960) en deed daar dienst als alarmbel.
Generatie 5 - Arend Gordinou de Gouberville
Ook al is hij de jongste van de twee zonen, onze veelbesproken Arend Gordinou de Gouberville (1763-1827) wordt de volgende uitbater van Den Bremer. Dat is hij al op 21-jarige leeftijd, zo'n jaar na het voorval bij Doetinchem.
Ook al is hij de jongste van de twee zonen, onze veelbesproken Arend Gordinou de Gouberville (1763-1827) wordt de volgende uitbater van Den Bremer. Dat is hij al op 21-jarige leeftijd, zo'n jaar na het voorval bij Doetinchem.
Arend trouwt in 1786 met Aaltje
Soerink (1764-1796), dochter van Roelof Soerink van de Covik. Er worden
vier kinderen uit dit huwelijk geboren. In juli 1796 sterft Aaltje, 32 jaar oud.
Ze wordt begraven in de kerk van Steenderen.
Nog in datzelfde jaar hertrouwt Arend met Everdina Coops (1769-1835), dochter van Jan Coops uit Zelhem. Uit
dit tweede huwelijk worden zes kinderen geboren, waaronder de latere
uitbaatster van Den Bremer, dochter Johanna Diderika. Arend sterft in 1827, 64
jaar oud.
Waarom Arends zes jaar oudere broer Isaac de zaak niet heeft overgenomen, is onbekend. We zien dat deze Isaac soms op pad is vanwege ‘affaires’ (zaken). In 1781 vertrekt hij naar Amsterdam, waar hij in 1791 trouwt met de in Lochem geboren Johanna Dieperink.
Zuster Harmina trouwt in 1781 met Hendrik Keurschot, zoon van de schoolmeester van Bronkhorst.
Zuster Harmina trouwt in 1781 met Hendrik Keurschot, zoon van de schoolmeester van Bronkhorst.
Generatie 6 - Johanna Diderika Gordinou de Gouberville en Gerrit Jan Wunderink
Aan Arends dochter Johanna Diderika Gordinou de Gouberville (1800-1864) de eer herberg Den Bremer over te nemen. Ook hier weer de vraag: waarom zij? Waarom niet één van de andere in totaal zeven (half)broers en twee (half)zussen? Zes van hen blijken (vrij) jong gestorven. Bij het overlijden van moeder Everdina in 1835 worden alleen genoemd: zus Jantjen, getrouwd met de Toldijkse schoolmeester Van Asselt (ze wonen in het schoolmeestershuis aan de Hoogstraat), en broer Gerhard Izaak, broodbakker in Westervoort. Uit het eerste huwelijk van vader Arend is dan alleen halfbroer Jan nog in leven. Hij is katoenspinner in Enschede.
Aan Arends dochter Johanna Diderika Gordinou de Gouberville (1800-1864) de eer herberg Den Bremer over te nemen. Ook hier weer de vraag: waarom zij? Waarom niet één van de andere in totaal zeven (half)broers en twee (half)zussen? Zes van hen blijken (vrij) jong gestorven. Bij het overlijden van moeder Everdina in 1835 worden alleen genoemd: zus Jantjen, getrouwd met de Toldijkse schoolmeester Van Asselt (ze wonen in het schoolmeestershuis aan de Hoogstraat), en broer Gerhard Izaak, broodbakker in Westervoort. Uit het eerste huwelijk van vader Arend is dan alleen halfbroer Jan nog in leven. Hij is katoenspinner in Enschede.
Johanna trouwt in 1823 te Steenderen met Gerrit Jan Wunderink (1800-1873) uit Warnsveld. Hij is de zoon van
Albert Wunderink en Anna Gardina Brinkman. Vader Albert begon als houtteler, maar neemt later 'uitspanning' 't Harenberg over. Deze herberg lag langs de IJssel in de Bronsbergen onder Wichmond, een verzameling heuvels waar ooit de galg van Zutphen stond. Het kasteleinschap was Gerrit Jan dus met de paplepel ingegoten.
Ook in 1864, bij het overlijden van Johanna Diderika, is de grond
waarop Den Bremer staat nog deels van de ‘Provisorie (Diaconie) van Bronkhorst’. Wel bezit de familie in dat jaar in de
omgeving zo’n 15 ha. land. Vreemd is dat niet: ook al is men bijvoorbeeld schoenmaker of, zoals hier, herbergier: daarnaast heeft men een boerderij. Niet heel
veel later zal ook de rest van de grond onder Den Bremer door de familie
gekocht zijn, want zij weet niet beter dan dat deze ‘sinds mensenheugenis’ hun
eigendom is.
De 15 ha. zijn enkele generaties geleden verkocht.
De 15 ha. zijn enkele generaties geleden verkocht.
![]() |
Den Bremer met zichtbaar boerderijgedeelte. |
Generatie 7 - Peter Gerrit Jan Wunderink
Zoon Peter Gerrit Jan Wunderink (1840-1925)
neemt Den Bremer van zijn ouders over. Ook híj is tevens landbouwer. Dat beroep
staat zelfs als enige genoteerd op het inschrijvingsbewijs uit 1859 voor de
‘Nationale Militie’, de toenmalige naam van het leger. Zelf is Peter Gerrit Jan
niet in dienst geweest. In plaats daarvan heeft hij een ‘nommerwisselaar gesteld’.
Dat wil zeggen dat hij tegen betaling iemand anders zijn dienstplicht heeft
laten vervullen. Niet ongebruikelijk in die tijd voor wie het kan betalen. Peter
trouwt in 1873 met Lammertjen Polman
uit Drempt (1849-1907).
Ook hier is een oudere broer gepasseerd. Of mogelijk ziet deze broer
Derk (1834-1893) er zelf van af omdat hij Herberg Den Dollenhoed onder
Lochem/Barchem kan gaan uitbaten (Lochemseweg 37, anno 2023 Hotel BonAparte). Derk is getrouwd
met Gardina Garritsen, zuster van mijn overgrootvader Arend Gerhard
(1840-1910).
En hiermee wordt door de familie Wunderink een vijfde Achterhoekse herberg uitgebaat. Naast Den Bremer ook het eerdergenoemde Harenberg in Wichmond (Bronsbergen 28-A, Zutphen) en Den Dollenhoed, horen ook de herbergen De Kap(pe) in Warnsveld (tegenwoordig De Chinese Muur, Rijksstraatweg 166) en De Laatste Stuiver in Eefde (Rustoordlaan) in dit rijtje thuis. Deze laatste twee worden vanaf circa 1800 bestiert door Jan Wunderink, een oom van vader Gerrit Jan Wunderink, en zijn nazaten. Anno 2023 is Den Bremer de enige hiervan die nog steeds door deze Wunderinkfamilie wordt bestierd.
En hiermee wordt door de familie Wunderink een vijfde Achterhoekse herberg uitgebaat. Naast Den Bremer ook het eerdergenoemde Harenberg in Wichmond (Bronsbergen 28-A, Zutphen) en Den Dollenhoed, horen ook de herbergen De Kap(pe) in Warnsveld (tegenwoordig De Chinese Muur, Rijksstraatweg 166) en De Laatste Stuiver in Eefde (Rustoordlaan) in dit rijtje thuis. Deze laatste twee worden vanaf circa 1800 bestiert door Jan Wunderink, een oom van vader Gerrit Jan Wunderink, en zijn nazaten. Anno 2023 is Den Bremer de enige hiervan die nog steeds door deze Wunderinkfamilie wordt bestierd.
![]() |
'Aan den Bremer' vond menige verkoping plaats (bron: Zutphense courant) |
Hierna blijft Den Bremer tot op de dag van vandaag overgaan van vader
op zoon:
Van 1902 tot 1954 stopt de stoomtram Zutphen-Emmerik voor Den Bremer. Jarenlang staat er ook een varkenswaag. Men weegt er de varkens voordat deze naar de slachterij worden gebracht. Verder houdt de plaatselijke notaris geregeld publieke verkopingen in Den Bremer. ‘Aan den Bremer’, zoals men van oudsher zegt.
Jan Wunderink (1770-1835), een broer van bovengenoemde Albert, is eigenaar/kastelein van De Kap(pe). Jan wordt opgevolgd door zijn zoon Derk.
Bovengenoemde Jan Wunderink is ook eigenaar van De Laatste Stuiver. Daar zal hij opgevolgd worden door zijn zoon Gerret.
Generatie 8 - Johan (1880-1940),
in 1913 getrouwd met Reinetta Dina Vrieselaar uit Wisch (1879-1970).
Generatie 9 - Bernard
(1921-2005), in 1952 getrouwd met Reina Leneman (1929-2017)
Generatie 10 - Johan (*1954),
in 1977 getrouwd met Gerrie Aalderink (*1954)
Generatie 11 - Jurgen
(*1982), in 2010 getrouwd met Kristl Haggeman (*1982)
‘Vreemd’
bloed
Er stroomt zeker niet alleen Toldijks bloed in Den Bremer. Zo
zagen we al dat er ingetrouwd is vanuit Zelhem, Warnsveld, Drempt en Wisch. Van
een andere orde zijn de familienamen Kirspensis en Gordinou de Gouberville.
Kirspensis
De vader van mijn voormoeder Elsken
Kirspensis, Johannes (ca. 1607-na 1687), stamt zeer waarschijnlijk uit het plaatsje Kierspe, regio Westfalen, Duitsland (zo’n 75 km. ten oosten van Keulen). Mogelijk is hij tijdens de dertigjarige oorlog (1618-1648) om geloofsredenen naar onze streken uitgeweken.
Hij is koster van de kerk in Steenderen en meerdere jaren pachter van de accijns op bier.
In bepaalde kringen is het destijds mode de familienaam te verlatiniseren. ‘Van Kierspe’ wordt dan Ki(e)rspensis.
Hij is koster van de kerk in Steenderen en meerdere jaren pachter van de accijns op bier.
In bepaalde kringen is het destijds mode de familienaam te verlatiniseren. ‘Van Kierspe’ wordt dan Ki(e)rspensis.
Gordinou de Gouberville
Jan
Gordinou de Gouberville is de zoon van de Zutphense Isaac Gordinou de
Gouberville (*1673-+voor 1729) en de eerdergenoemde Toldijkse Anna Sibilla
Jansen Bremer. Isaac en Anna wonen in Zutphen. Ze bezitten daar een pand in de Beukerstraat en vanaf 1727 ook een half huis in de Lange Hofstraat.
Isaacs vader en naamgenoot is korporaal. Hij trouwt in 1664 in Zutphen met Roelofken Vinckenbergs. Vanaf 1668 woont het paar enkele jaren in de garnizoensplaats Sluis (Zeeland), en keert daarna terug naar Zutphen.
Isaacs vader en naamgenoot is korporaal. Hij trouwt in 1664 in Zutphen met Roelofken Vinckenbergs. Vanaf 1668 woont het paar enkele jaren in de garnizoensplaats Sluis (Zeeland), en keert daarna terug naar Zutphen.
Hoe komt deze familie aan een Franse achternaam? Het is niet
onwaarschijnlijk dat Isaac of zijn vader tot de Hugenoten behoort die destijds
uit Frankrijk gevlucht zijn. Hugenoten zijn aanhangers van Calvijn, oftewel
protestanten. Voor hen was het in het katholieke Frankrijk van weleer niet
veilig. Onder de vluchtelingen waren veel militairen.
Het achtervoegsel ‘de Gouberville’ wijst op een plaatsnaam:
‘van/uit Gouberville’. Het blijkt een gehucht aan de uiterste noordpunt van
Normandië (Frankrijk) te zijn. Anders dan in Nederland wijst in Frankrijk een
achternaam met ‘de’ (van) vaak op een
adellijke afkomst. Hugenoten stammen nogal eens uit verarmde landadel.
![]() |
De stoomtram bij de halte voor Den Bremer (1902-1954) |
Van 1902 tot 1954 stopt de stoomtram Zutphen-Emmerik voor Den Bremer. Jarenlang staat er ook een varkenswaag. Men weegt er de varkens voordat deze naar de slachterij worden gebracht. Verder houdt de plaatselijke notaris geregeld publieke verkopingen in Den Bremer. ‘Aan den Bremer’, zoals men van oudsher zegt.
Anno 2024 is het een hedendaags café-restaurant annex
zalencentrum.
Met dank aan Jurgen Wunderink
Hieronder volgt een overzicht van de herbergen die ooit uitgebaat werden door een Wunderink: een voorouder of aanverwant van de huidige fam. Wunderink van Den Bremer:
![]() |
Het Harenberg anno 1902, Ooit: Bronsbergen 28-A, Zutphen |
Van 1796 tot 1945 is herberg Het Harenberg eigendom van de familie Wunderink. Albert Wunderink (1772-1847) is de eerste in deze rij. Zijn zoon Gerrit Jan Wunderink (1800-1873) trouwt in 1823 in bij Den Bremer in Toldijk.
Meer over deze herberg kun je lezen via de link:
Boerderij Harenberg en de galg op de Bronsbergen
Boerderij Harenberg en de galg op de Bronsbergen
![]() |
Ooit De Kap(pe), Rijksstraatweg 166, Warnsveld |
Jan Wunderink (1770-1835), een broer van bovengenoemde Albert, is eigenaar/kastelein van De Kap(pe). Jan wordt opgevolgd door zijn zoon Derk.
![]() |
De Laatste Stuiver, Rustoordlaan, Eefde |
Genealogische noot
Mijn afstamming van Den Bremer
Arend Bremer ca. 1620 x Sibilla Haeffkes
Geertruijt Bremer ca. 1650 x Johannus Kirspensis
Elsken Kirspensis ca. 1676 x Jan Arends Bremer
Arndje Jansen Bremer 1712 x Aalt Anderson
Janna Anderson 1750 x Teunis Teunissen
Peter Teunissen 1790 x Janna Maneveld
Hendrika Teunissen 1839 x Harmen Garritsen
Arend Gerhard Garritsen 1868 x Tonia Johanna Hartman
Harmen Garritsen 1906 x Aleida Berendina ten Broek
Marinus Garritsen 1939 x Gerrie Busser
Alice Garritsen
Eerdere versies van dit artikel verschenen in:
- De Zwerfsteen, periodieke uitgave van de Historische Vereniging Steenderen, 2016-1
- Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek, 2016-3
Bronnen
- Diverse archieven
- Zondervan, W., Herberg "Den Bremer" te Steenderen, artikelen in het OTGB 1988-2 en 3
Geen opmerkingen:
Een reactie posten