Rond 1725 vestigt Aalt Anderson zich op Bremerstede in Toldijk, samen met Arndje Jansen, dochter van de familie Bremer van de gelijknamige herberg, anno 2024 café-restaurant Den Bremer.
De wieg van Aalts vader stond in Schotland. Ook al is de naam Anderson inmiddels uit Toldijk verdwenen, zijn Schotse bloed stroomt er nog steeds.
Bremerstede moet ruim voor 1660 zijn gesticht. De oudst bekende
eigenaar is Arend/Arnold Bremer. Hij is tevens eigenaar en naamgever van de herberg
die men dan nog aanduidt met ‘Bremers Huis’. In 1676 verkopen zijn drie
kinderen de boerderij aan één van zijn kleinkinderen: Elsken Kirspensis
(ca. 1653-1742). Zij is een dochter van Geertruid Bremer en Johannus Kirspensis,
koster in Steenderen. Elsken is getrouwd met Jan Arends, die later ook Bremer genoemd zal worden.
In 1725 krijgt hun dochter Joanna Jansen (ca. 1690-1771) van
haar ouders de helft van Bremerstede. Rond diezelfde tijd gaat dochter Arndje er wonen. Zij zal de andere helft hebben gekregen.
De boerderij wordt ook wel Bremerie, Bremersteeg, Ottenplaats,
Ottenbosstede of Aaltsplaats genoemd. Die laatste naam zal naar Aalt Anderson
verwijzen.
Jan Anderson, de Schotse vader van Aalt (1665-1731)
Vader Jan Anderson is in 1665 geboren in het plaatsje Duffus in
het noorden van Schotland als zoon van William Anderson en Christen Symmson. Al jong komt hij naar ons land, waar hij in 1686
trouwt met de Ellecomse Judith Aalts.
Zeer waarschijnlijk werkt hij voor koning-stadhouder Willem III en
zijn vrouw Maria II. Willem III is sinds 1675 stadhouder van Gelre en Zutphen. En
vanaf 1689 tevens koning van Engeland, Schotland en Ierland, als opvolger van Maria’s
vader. Hij is eigenaar van jachtslot Hof te Dieren waarvan de landerijen zich
uitstrekken tot in Ellecom. In 1684 koopt hij ook kasteel Het Loo in Apeldoorn.
Dat laatste verklaart dan meteen waarom het gezin Anderson enkele jaren in die
plaats woont.
Tot op heden ónverklaarbaar is Jans plotse rijkdom in 1695. We houden het maar op een Schotse erfenis. Vanuit Apeldoorn koopt Jan in Ellecom drie (delen van) boerderijen inclusief land. In 1705 zijn ze volledig Jans eigendom. Op een kaart van Hof te Dieren uit 1723 staat zijn naam tweemaal languit over zijn landerijen uitgeschreven.
Zijn leven lang blijft hij geregeld ‘Jan Schotsman’ genoemd worden.
Zo’n bijzonder accent raak je natuurlijk nooit kwijt.
2. Duffus, de geboorteplaats van Jan, ligt in het hoge noorden van Schotland
Aalt Anderson
Aalt is rond 1687 in Ellecom geboren, maar verhuist met zijn
ouders rond 1692 naar Apeldoorn. Uiterlijk begin 1702 keert het gezin naar
Ellecom terug. Daar woont het zeer waarschijnlijk op Sluiterskamp, een van hun
boerderijen. Het was een aanzienlijke hoeve met maar liefst vier ‘haardsteden’:
openhaarden met een schoorsteen.
Maar vanaf 1705 maakt Aalt ook de neergang van zijn vaders rijkdom
mee. Zo worden er hypotheken afgesloten, en uiteindelijk land en een boerderij
verkocht.
Er blijft echter voldoende over. Na de dood van Aalts vader in
1731 verkopen de erfgenamen een tweede boerderij en een groot weiland. Daarmee belandt
er via Aalts erfdeel ook een stukje Ellecomse voorspoed in Toldijk.
Ook Aalts broer en vier zussen verlaten Ellecom. Al blijft zus Marije in de buurt. Zij en haar man Gosseling Smink worden herbergier in De Engel in De Steeg. Twee zussen vertrekken naar de Betuwe, en een zus en een broer gaan naar Amsterdam. Broer Willem runt daar een herberg aan de Foeliestraat, ‘waer de Swaen in de gevel staet’.
Opvallend voor die tijd is de reislust van Aalts ouders. Zo zijn
ze in winters februari 1722 aanwezig bij de doop van een kleinzoon in Appeltern
(Betuwe): maar liefst 55 km. in een postkoets of te paard. Beiden zijn dan al bijna
60.
En in september 1727 reist moeder Judith, 65 jaar oud, naar
Amsterdam. Ze begraaft er zoon Willem.
Aalts ouders zullen dan ook Toldijk wel bezocht hebben.
Aalt Anderson (+1750) en Arndje Jansen Bremer (+1751)
Aalt en Arndje zijn in 1712 in Arnhem getrouwd. De eerste tijd wonen ze in Ellecom. Daar wordt hun oudste kind geboren. Begin 1714 verhuizen ze naar Dieren, waar hun andere kinderen het levenslicht zien.
3. Trouwboek Arnhem, inschrijving huwelijk Aalt en Arndje in 1712
Rond 1725 komt het gezin vervolgens naar de Bremerstede in Toldijk. Daarnaast blijft Arndje tot haar dood mede-eigenaar van herberg Den Bremer. Kort daarna komt deze in z’n geheel in handen van Johan Gordinou de Gouberville, een zoon van haar zuster Anna Sibilla.
Niet lang nadat Aalt en Arndje zijn overleden, kopen hun drie nog levende kinderen ook de andere helft van Bremerstede. Die blijkt nog steeds eigendom van Arndjes zuster Joanna.
Om in Toldijk de Schotse wortels te kunnen traceren, volgen we hun twee dochters, oftewel hun Toldijkse nazaten. Zoon Jan (1713-1765) vertrekt naar Dieren. Zijn nakomelingen bezitten nog tot 1791 percelen land behorend tot Bremerstede.
- Dochter Elsken trouwt in 1737 met Roelof Scholten uit Hummelo. Hun eerste twee kinderen
worden in Toldijk geboren. Drie jaar na hun huwelijk verhuizen ze naar een plek onder Warnsveld. Daar woont het gezin totdat het in 1772 naar de Bremerstede terugkeert.
- Dochter Janna huwt in 1750 met Teunis Teunissen uit Baak. Ze vestigen zich op de boerderij die later Kléin Bremerstede zal heten.
In ieder geval is er dus vanaf 1772 sprake van twee boerderijen Bremerstede: Zutphen-Emmerikseweg 34 en 36. We volgen van beide de opeenvolgende bewoners zolang het nazaten van de Andersons betreft.
Bremerstede, Zutphen-Emmerikseweg 34 (nu Het Barger)
Elsken Anderson (1717-1789) en Roelof Scholten (1717-1789)
Als zij in 1772 vanuit Warnsveld terugverhuizen naar de Bremerstede,
is de boerderij inmiddels hun eigendom. Roelof is dan 60 jaar oud en Elsken 55.
Het zal een enerverend jaar zijn, want in juni reizen ze ook nog naar Amsterdam
om getuige te zijn van de doop van een kleinzoon.
Misschien zijn ze naar Toldijk teruggekomen om kwartier te maken voor
een van hun zonen. En inderdaad, in 1780, acht jaar later, doen ze de boerderij
over aan zoon Aalt. Als tegenprestatie belooft hij zijn ouders tot hun einde
toe te onderhouden.
Van slechts vier van hun negen kinderen hebben we sporen kunnen terugvinden.
Waarschijnlijk zijn enkelen jong gestorven. Naast zoon Aalt blijven ook zoon
Willem en dochter Arentje in Toldijk. Barend Jan (ook Jan
Berend genoemd) vertrekt naar Amsterdam.
Als zoon Willem in 1762 met Janna Teunissen Lamslag trouwt, is hij
carabinier (ruiter) onder Oranje Nassau, majoor Van Pabst. Hij zal (tijdelijk) als
beroepssoldaat bij het leger hebben gewerkt, want dienstplicht bestaat nog
niet. In 1810 overlijdt hij op het Halve Verenbos. Deze boerderij lag naast het
Verenbos, Beekstraat 3, Toldijk.
Dochter Arentje trouwt met Jan Jansen. Ze wonen in ieder geval in
1784 (nog) in Toldijk.
Zoon Aalt is dus de volgende eigenaar/boer.
Aalt Scholten (1751-1832) en (1) Jenneken Bessem (1753-1791), (2)
Ludgardina Heitink (1752-1811)
Aalt trouwt in 1781 met Jenneken. Zij sterft tien jaar later, op diezelfde
dag als een dochtertje van drie weken oud. Ze worden samen in de kerk begraven.
Na vijf maanden hertrouwt Aalt. Voorafgaand aan dat tweede
huwelijk wordt er zoals gebruikelijk een inventaris van de bezittingen
opgemaakt opdat de kinderen uit zijn eerste huwelijk later hun erfdeel krijgen.
Daaruit blijkt dat zij bij volwassenheid een aanzienlijk bedrag zullen
ontvangen.
In zo’n boedelbeschrijving wordt werkelijk alles vermeld wat in
zo’n sterfhuis aanwezig is. Zoals in dit geval ook een ‘kakstoel’ en ‘enige
rommelderij op de zolders’. Bijzonder is dat er ook ‘enige boeken’ in huis zijn.
Niet veel mensen kunnen dan al lezen, laat staan een heel boek. Aalts oudtante
Marije Anderson had in 1734 overigens ook al boeken in huis, en een bijbel.
4. Fragment uit de inventaris: een banke, enige rommelderij op de zolders, twee stoven en
een koffijmool, brandhoud en een spigeltjen, enige boeken
Drie van Aalts vijf kinderen worden volwassen. Dochter Elsken vertrekt naar Angerlo, dochter Johanna (uit het tweede huwelijk) blijft in Toldijk. Zij woont met schoenmaker Derk Jan Dijenborgh aan de Schiphorsterstraat 16.
Zoon Gerrit Jan blijft op de Bremerstede.
Gerrit Jan Scholten (1784-1850) en Harmina Jolink (1785-1859)
Gerrit Jan trouwt in 1814 met Harmina Jolink, eveneens uit
Toldijk. Al snel is hij de hoofdbewoner van de Bremerstede, ook al is zijn
inwonende vader Aalt nog maar begin 60. Het echtpaar krijgt twee kinderen. De
dochter sterft al jong.
Zoon Aalt is daarmee de gedoodverfde opvolger.
Aalt Scholten (1815-1871) en Johanna Hendrika Koenders (1808-1888)
Aalt en Johanna trouwen in 1836. Ze krijgen in totaal negen
kinderen van wie er vier volwassen worden. Dochter Garritjen vertrekt samen
met dagloner Jan ten Hout uit Rheden naar een boerderij in Steenderen. Zoon Hendrik
Jan wordt kantoorbediende en polderontvanger, trouwt met een Arnhemse
vroedvrouw en vestigt zich eveneens in Steenderen. Harmina trouwt in
1862 met haar overbuurjongen Harmen Aalderink. Het paar zet de pachtboerderij van
zijn vader voort: De Kleine Russer, Zutphen-Emmerikseweg 69.
Zoon Arend volgt vader Aalt op.
Arend Scholten (1843-1889)
Arend blijft ongehuwd. Hij is 28 als zijn vader sterft. Zelf
overlijdt hij al op zijn 46e. Daarmee is in 1889 de laatste nazaat
van Jan Anderson van de Bremerstede verdwenen.
De boerderij wordt verkocht. Ene Berend Willem Hanskamp komt er
als pachter te wonen.
Klein Bremerstede, Zutphen-Emmerikseweg 36 (nu De Potdekkel)
Janna Anderson (ca. 1722->1789) en Teunis Teunissen
(ca.1722-1788)
Meteen na hun huwelijk in 1750 vestigen zij zich op Klein
Bremerstede. De boerderij wordt een daghuurdersplaatsje genoemd, en zal dus een
klein boerderijtje zijn geweest.
Maar Teunis is wel rotmeester. Een rot is een groep ‘weerbare
mannen’ die opgeroepen kunnen worden als een soort reserveleger. Van hogerhand
moesten die groepen in 1784 samengesteld worden. Veelal waren de ‘meesters’ van
zo’n groep niet de kleinste boeren.
Het paar krijgt dertien kinderen, van wie er slechts vier
volwassen worden: Zoon Jan Arend vertrekt naar Steenderen. Dochter Elsken
naar Huissen. Zoon Jan blijft in Toldijk, samen met zijn vrouw Elisabeth
Groenendaal die uit Holten komt. Zoon Peter blijft op Klein Bremerstede.
In juni 1787 maken Janna en Teunis een testament op. Ze schrijven
dat deze jongste zoon hen al vele jaren goed heeft geholpen. Bovendien zijn de
overige kinderen ‘tot hun eigen voordeel’ elders woonachtig. Daarom vermaken ze
hun ‘huis, hof en land’ aan hem.
Maar precies een jaar later herroept Janna deze wilsbeschikking.
Dit mede namens haar man. Per direct dragen ze hun bezittingen aan Peter over.
Dit met de mededeling dat deze schenking hiermee buiten de erfenis valt. Drie
maanden hierna overlijdt Teunis. Hij voelde zijn einde vast al naderen en wilde
dat alles nog voor zijn dood in kannen en kruiken zou zijn.
Zoon Peter is hier dus de volgende boer.
Peter Teunissen (1762-1810) en Janna Maneveld (1764-1832), later hertrouwd
met Gerrit Jan Jansen Reiger (1773-1859)
Peter en Janna trouwen in 1790. Janna is geboren op Maneveld,
Ruurloseweg 90, Hengelo (Gld) (Varssel). Samen krijgen ze negen kinderen van
wie de jongste nog maar vijf jaar oud is als Peter sterft.
Het jaar daarop hertrouwt Janna met de negen jaar jongere Gerrit
Jan Jansen Reiger uit Toldijk. Als hij bij Janna intrekt, brengt hij zijn
moeder mee: Janna Zeiskamp.
Zes van Peter en Janna’s kinderen worden volwassen. Dochter Johanna
vertrekt naar Rheden, Teuntje en Hendrik naar Leuvenheim, Arend
naar Bronkhorst. Alleen Jan (ongehuwd) en Hendrika blijven in
Toldijk.
In 1832, het jaar van haar overlijden, staat Janna’s tweede man bij
het Kadaster als eigenaar van Klein Bremerstede geregistreerd. In de papieren
zien we dat er bij de boerderij ook een bijenschuur staat.
Begin 1833 verlaat weduwnaar Gerrit Jan de boerderij om in te
trekken bij zijn zuster op Santbergen, Hardsteestraat 10. Samen met haar keert
hij in 1844 terug. Klein Bremerstede zal in de tussentijd verpacht zijn, want bij
terugkomst zijn een nichtje en haar man de hoofdbewoners. Bij zijn overlijden in
1859 is Gerrit Jan inmiddels geen eigenaar meer.
Dochter Hendrika Teunissen (1805-1885) is in 1829 van
Kleine Bremerstede vertrokken. Zij was er de laatste nazaat van de Schotse Jan
Anderson. Ze trouwt met Arend Klein Lenderink en trekt bij hem in op de Grote
Hietcole, Hoogstraat 10. Nadat Arend in 1838 is overleden, hertrouwt ze met
Harmen Garritsen (1802-1857) die zijn plaats inneemt.
De laatste 15 jaar van haar leven woont Hendrika als weduwe in bij
haar zoon op boerderij de Kruisbrink, Kruisbrinkseweg 7, Toldijk. Tegenwoordig
drijft haar nazaat Dick Garritsen daar een winkel in Achterhoekse streekproducten
(dekruisbrink.nl). Achterhoeks met, zo
weten we nu, een Schots accent.
Met dank aan Bertus Rietberg
Eerdere versies van dit artikel verschenen in
-
De Zwerfsteen (HVS Steenderen)
2024-01
-
OTGB 2024-02
Meer lezen? Dat kan via de volgende links:
Over vader Jan Anderson, zie:
Jan
Anderson (1665-1731), een Schot in Ellecom
Over zus Marije Anderson:
De
twee herbergen van Marije Anderson (Middachten en De Steeg)
Over café-restaurant Den Bremer:
Vier
eeuwen herberg Den Bremer in Toldijk
Over de boerderij waar Andersonnazaat
Hendrika Teunissen na haar huwelijk intrekt:
Boerderij
de Grote Hietcole in Toldijk
Genealogische noot
Mijn afstamming van de Andersons:
William Anderson x ca. 1660 Christen Symmson
Jan Anderson x 1686
Judith Aalts
Aalt Anderson
x 1712
Arndje Jansen Bremer
Janna Aalts Anderson x 1750
Teunis Teunissen
Peter Teunissen x 1790 Janna Maneveld/Boenink
Hendrika Teunissen x
1839 Harmen Garritsen
Arend Gerhard Garritsen x 1868 Tonia
Johanna Hartman
Harmen Garritsen x 1906 Aleida
Berendina ten Broek
Marinus Garritsen x 1939
Gerrie Busser
Alice Garritsen
Bronnen: Bevolkingsregister, Doop-, Trouw- en Begraafboeken, Ecal.nu, Gelders Archief, Kadaster, Memories van Successie, Wiewaswie.nl, diverse gerechtelijke aktes
Bronnen van de Illustraties
1. Gelders Archief, Tg. 0873, inv.nr. 36
2. Mapcarta.com
3. Gelders Archief, Tg. 2179, Trouwboek, inv.nr. 136
4. Idem, Tg. 3021, inv.nr. 799
Geen opmerkingen:
Een reactie posten