donderdag 30 april 2026

Inhoudsopgave met links naar de verhalen

(Informatie over mijn boek 'Een beerput die geen doofpot werd' vind je hierboven achter de gelijknamige tab)                                                                                                          

Klik op de gewenste titel:

35. De familie Russer in Toldijk (Steenderen) van 1736 tot 1841
Als je anno 2026 Toldijk doorkruist via de Zutphen-Emmerikseweg (ZE-weg), passeer je driemaal de naam Russer. Tweemaal prijkt deze op een huis/boerderij (huisnrs. 67 en 69), eenmaal op een straatnaambord, de Russerweg. Daarnaast is de veldnaam De Russer er nog in gebruik.
Een indrukwekkende nalatenschap van een voorouderfamilie die slechts zo’n 100 jaar in Toldijk heeft gewoond: van 1736 tot 1841.

34. Over boerderij Timmerplaats / Lubbert Jansenstede / Hietcole, Hoogstraat 6, Toldijk
Begin 19e eeuw is deze boerderij eigendom van mijn voorvader Jan Russer (1750-1815). Aanleiding voor nader onderzoek.
Andere namen in dit verhaal: Elsken Berends, Gerritje Breukink, Jan Enserink, Berend Gesink, Jan van Grol, Frans Cuijper van Holthuijsen, Hilleken Hilverink, Aaltje Jansen, Christina Jansen, Joost Jansen, Lubbert Jansen, Berend Joosten, Jan Joosten, Berend Klein Lenderink, Anna Margaretha Lubberts, Janna Luunk, Coenraad van Munster, Johanna Margaretha van Munster, Derk Nijkamp, Johanna Revelman, Jan Russer sr. en jr., Willem Russer, Egbert Derks Weideman, Geertruid Weideman, Mechelina Weideman, Geesken Wentink, Wendelina Wentink

33. Ongehuwd zwanger in de 18e eeuw in Steenderen
Destijds was ongehuwd zwanger zijn een strafbaar feit. In 1770 kreeg ook Reintje Huetink om die reden een boete. Zij is een nichtje van voorvader Garrit Arends (ca. 1720-1808).
Andere namen in dit verhaal: Gerrit Egbers, Arend Huetink, Willem van Londen, Elsken van Londen

32. Schotse wortels in Toldijk: Aalt Anderson (ca. 1687-1750)
Rond 1725 vestigt voorvader Aalt Anderson zich op boerderij Bremerstede in Toldijk, samen met Arndje Jansen, dochter van de familie Bremer van de gelijknamige herberg, anno 2024 café-restaurant Den Bremer.
De wieg van Aalts vader stond in Schotland. Ook al is de naam Anderson inmiddels uit Toldijk verdwenen, zijn Schotse bloed stroomt er nog steeds.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Elsken Anderson, Jan Anderson, Janna Anderson, Harmen Garritsen, Johan Gordinou de Gouberville, Elsken Kirspensis, Arend Klein Lenderink, Janna Maneveld, Aalt Scholten, Roelof Scholten, Hendrika Teunissen, Peter Teunissen, Teunis Teunissen

31. Jan Anderson (1665-1731), een Schot in Ellecom  (incl. nieuwe info mei 2025)
Eind 1686 is voorvader Jan Anderson in Ellecom getrouwd als 'jongeman uit Schotland'. Een prikkelend gegeven dat ertoe uitnodigt onze tanden in zijn leven te zetten.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Judith Aalts, Marije Anderson, Jochum Claessen, Jan Schotsman, Christiaan Smink, Gosseling Smink

30. De twee herbergen van Marije Anderson (Middachten en De Engel in De Steeg)
Marije is de in Ellecom geboren jongste dochter van mijn Schotse voorvader Jan Anderson (1665-1731). Met haar eerste man heeft ze een herberg onder Middachten, met haar tweede man, Gosseling Smink/Smeenk, baat ze De Engel in De Steeg uit. Dit artikel gaat ook over de andere eigenaren/uitbaters van De Engel, waaronder haar nageslacht. Haar achterkleinzoon draagt de herberg uiteindelijk in 1874 aan iemand anders over. 
Andere namen in dit verhaal o.a.: Hendrik Aalten, Jan Engelen, Christiaan Goedvriend, Heer van Middachten, Steven Peters, Steven Reinink, Smink

29. De familie Busser: van Recke in Duitsland naar de Oosterenk in Empe
In dit blog volgen we de rechte lijn van de Duitse stamvader via Brummen, Oeken, Voorst en Empe naar boerderij de Oosterenk aldaar aan de IJsselstraat (deel A). Dit met zoveel mogelijk achtergrondinformatie. Daarna wordt per generatie aandacht besteed aan hun broers en zussen (deel B).
Berend Busser (1868-1937) is mijn grootvader.

28. De veermannen van het Bronkhorsterveer vanaf 1696
Mijn voorvaders Arend Jansen en Garrit Arends bemanden deze pont van 1716 tot 1752. Dit verhaal gaat over hen, maar geeft ook een overzicht van alle veermannen van 1696 tot heden.
Andere namen in dit verhaal o.a.: Hendrik Jan Breukink, Maria van Bronkhorst, Grietien Garritsen, Steventjen Hogenkamp, Anna Maria Huetink, Hendrik Jacobs, Frerik Reijnts, Hendrik Jan Spitholt, Starink, Rijk Wessels, Wijers

27. De dienstverbanden van Geert Busser (1870-1943)
Mijn oudoom Geert Busser werkt tijdens zijn jonge jaren een kleine zestien jaar als huisknecht op drie verschillende landhuizen: De Beele in Voorst, de Meeuwenberg in Empe en Den Dam in Eefde, en daarnaast op de pastorie in Voorst. Welke families treft hij daar?

26. Over Berend Busser (1868-1937), de derde Busser op de Oosterenk in Empe 
Boerderij Oosterenk, IJsselstraat 7 te Empe, is vanaf 1836 bijna twee eeuwen lang het honk van deze familie Busser. Mijn grootvader Berend Busser is de derde in een rij van in totaal vijf generaties. Hij is naar verluidt een lieve man en heeft twee rechterhanden. Ook is hij maatschappelijk betrokken. Deze beschrijving van zijn leven geeft daardoor meteen een inkijkje in het Empe van toen.

25. De boedel van Garritjen Hendriksen (Smitskamp) (1739-1774) in Brummen
Nadat voormoeder Garritjen Hendriksen is overleden, wil voorvader Berend Busser (1746-1818) hertrouwen met Cornelia (Knelia) Timmer. Voor zo’n tweede huwelijk kan plaatsvinden, moet er ten behoeve van de kinderen een inventaris worden opgemaakt van de eigendommen die het paar op het moment van overlijden bezat. 

In 1936 trouwt de ietwat bijzondere westerling Emile Vernig met Hanna Busser, dochter van mijn oudoom Hendrik Jan Busser, en trekt in op haar ouderlijke boerderij Witzand, Emperweg 90, Empe.
Andere namen in dit verhaal: Brinkman, Robers, Spiegelenberg

23. Boerderij Klein Neerheide in de Kruisberg vanaf 1650 (Doetinchem)
Op deze boerderij aan de Hogenslagweg 7-9 boerden tussen 1864 en 1911 twee generaties Wiltink: mijn grootmoeder Aaltje en overgrootvader Derk Jan. Drie generaties Stoltenborg gingen hen voor. In 1911 neemt de familie Bennink het stokje over, en vanaf 1995 de familie Wassink.
Het jaar 1901 is voor Klein Neerheide een enerverend jaar. Dan verlaten beoogd opvolger zoon Herman Wiltink en zijn vrouw de boerderij wegens een geloofskwestie.
Andere namen in het verhaal: Bieleman, Bilderbeek, Bodmer, Bosman, Breukink, Busser, Crommelin, van Diest, Ebbers, Garretsen, Gerritsen, van Heeckeren, Keijzer, Langwerden, Renssen, van Santbergen, Siebelink, Sileon, Tenkink, Wesselink

22. Hendrik te Winkel is er helemaal klaar mee (Hengelo Gld 1683)

Mijn voorvader Hendrik te Winkel is een van de getuigen in de kwestie Rumpius (zie hieronder bij #MeToo (2x)). Met eigen ogen heeft hij gezien hoe deze predikant een vrouw lastig valt. Zijn getuigenis wordt hem echter niet in dank afgenomen.
Andere personen in het verhaal: meerdere (Klein) Lenderinks, Trijne op Grote Holte, Hendersken ter Stege, Hendrik Teunissen, Derk en Hendrik Wiemelink

21. Boerderij Harenberg en de galg op de Bronsbergen (bij Zutphen) 

Eeuwenlang stond aan de Bronsbergen 28-A bij Zutphen een herberg met de naam Harenberg, bakermat van een van mijn vooroudertakken. Er dichtbij stond een galg van de stad Zutphen. Rond 1800 verdween de galg. Ook de familie Harenberg ruimde na vier generaties het veld. Er volgden vier generaties Wunderink, totdat de herberg in 1945 werd verwoest.  

20. Een treurig voorval in herberg De Zwaan in Steenderen (1749)

Twee van mijn voorvaders zitten op enig moment samen in deze herberg aan de Dorpsstraat ca. nr 14 in Steenderen. Op zeker moment krijgen ze een meningsverschil. En dan opeens...
Personen in het verhaal: voorvader Henricus Eggink en zijn dochter Theodora Eggink (Hengelo), voorvader Esken Huetink (Steenderen).

19. Aaltje Bannink laat zich niet verleiden (Hengelo Gld 1674) 

De Hengelose domineeszoon Henricus Rumpius probeert mijn voormoeder Aaltje Hillebrants,
de vrouw van voorvader Jan Bannink, te verleiden.

18. De tweede Hengelose beeldenstorm (1677)
De Hengelose Remigiuskerk is sinds de Reformatie protestants, maar wordt tussen 1672 en 1674 opnieuw katholiek. Nadat de papen wederom verdreven zijn, blijft het broeien. Dit leidt tot een tweede beeldenstorm en tot bedreiging van Willem Goijcker en zijn huisvrouw.
Figuranten: Mijn voorouders Johannes en Willem Eggink, en Eva Rumpius

17. De aanstelling van een nieuwe (Hengelose) predikant in Gendringen (1678-1679)

Over de verdeeldheid hierover binnen de Gendringse kerkgemeenschap. Kandidaat-predikant Johannes Eggink uit Hengelo (Gld), een van mijn voorvaders, kan niet anders dan afwachten.
De Gendringse kerkleden die hun zegje doen zijn: Steven van Amerongen, graaf Van den Bergh, Henrik Eekhof, Johannes Gunning, Hertgert Jansen, Herman Langeloth en Salomon Locken. Ook Otto Vogel speelt een rol.

16. Heibel bij het hek van Olburgen tussen mannen uit Toldijk en Hengelo Gld (1679)

De Toldijkse Peter Pennekamp, een voorvader, beschuldigt de Hengelose Theodorus Rumpius ervan hem barbarisch mishandeld te hebben.
In het verhaal genoemde personen: Tonnis ten Bosch (Hengelo), Derk Bruinderink (Toldijk), Frans Cuijper van Holthuizen, Jan Eggink Wzn.(Hengelo), chirurgijn Van Geelkerken (Bronkhorst), Reind Geltink (Hengelo?), Arend Huetink (Steenderen), Reind Jansen, Derk Peurs (Steenderen), Jan Reindsen, Jan Rootheuvel (Toldijk), Jan Rijken (Toldijk), jonker Veer (Hengelo) en Herman Wagenvoort (Hengelo). 

15. De dood van schoenmaker Storteler (Hengelo Gld) (1687) 

Chirurgijn Theodorus Rumpius, een voorbroer, komt een gewonde verbinden en doodt een toevallige aanwezige. Of niet?
Personen die in het verhaal genoemd worden: Derk te Bockelaar (Zelhem), Jantien Boeink alias Gotink, Berend Coops, rechter Cremer, Arnold Dam, Berend Dringenborg, Abraham Eerlich (Zelhem), voorouders Johannes en Willem Eggink, andere Egginks, Lambert Eskes, Jacob Hasebroek (Zutphen), Berend Herink, Coop Hermsen alias Coop Muller, Jan Luijkink, Herman Luijssink, Daniël van Raij (Wehl), voormoeder Eva Helena Rumpius, Henricus en chirurgijn Theodorus Rumpius, Rijkel Schooltink, Wijnand Schreurs (Zelhem), Hendrik Schutten, Hendrik Storteler (Zelhem), Aaltjen Weetink (Zelhem).

14. #MeToo in de Achterhoek (1682-1688) - een recensie van prof.dr. J.H.Th. (Jos) Joosten

Een recensie over mijn boek Een beerput die geen doofpot werd. Zie ook bovenaan deze pagina, achter de gelijknamige tab. In het boek figureren een groot aantal Hengelose en Achterhoekse inwoners uit de tweede helft van de 17e eeuw.

13. #MeToo in een zeventiende-eeuws Gelders dorp (Hengelo Gld) (1682-1688)

Een artikel over mijn eerdergenoemde boek, gepubliceerd in Gen, magazine voor familiegeschiedenis 
van het CBG 2020 nr. 2

12. De Van Londens en De Gouden Leeuw in Bronkhorst (deels herzien in januari 2025)

Beschrijving van de verschillende generaties Van Londen, onder wie vier vooroudergeneraties, die de herberg tot 1797 bestieren, en hun belevenissen. Andere personen die genoemd worden: voorvader Garrit Arends, Hendrik Eeltink (Doetinchem), Hendriksken Geerlichs, Garrit Geerligs, Maria Hagens (Geesteren), Geurt Geurtsen Hammink, Hendriks (meerdere), Teuntje Herink, Wendeltjen Heijman (Havikerwaard), voorvader Arend Jansen, Hendrik Krimperman (Haarlem), Cornelis en Margaretha Planten (Doetinchem), Hendrika Stoltenburg, Gerrit Jansen Wijers, Hendrik Jansen Wijers.

11. De Toldijkse familie Hartman

Beschrijving van de verschillende generaties van mijn vooroudertak Hartman en hun belevenissen.
Andere personen die genoemd worden: Jan Dolleman (Spankeren, Baak), voormoeder Teuntje Eggink (Hengelo), voorvader Garrit Evers, Hendrika Evers, voorvader Arend Gerhard Garritsen, Gradus Garritsen, Garrit Harenberg, Johanna Hiddink, voorouders Berendina en Evert Jansen, voormoeder Johanna Pennekamp, voormoeder Elsken Russer, Gosselink Teunissen, Harmina Wassink.

10. Uit een oude schoenendoos in Toldijk (begin 20e eeuw)

Afbeeldingen van een aantal rekeningen van middenstanders in Toldijk en Steenderen, aangetroffen in de nalatenschap van mijn overgrootouders Arend Gerhard Garritsen en Tonia Hartman.

09. Dienstweigeraars in Steenderen anno 1784

Niet iedereen staat erom te springen op de 'Lijst weerbare mannen' geplaatst te worden. De manier waarop men soms reageert, is niet mals. 
Personen die in het verhaal genoemd worden: A.J. Aberson, voorvaders Jan en Hendrik Harenberg, andere Harenbergs, Jan en Willem Jansen, Jan Medse, Teunis Medse, Jan Schepens, Gerrit Sloot.

08. De losse handjes van de Heer van Holthuizen (Toldijk) (1786 en daarna)

Baron Gerrit van Dorth, de eigenaar van Holthuizen in Toldijk, is niet de gemakkelijkste. Zo slaat hij  zonder aanleiding twee jongetjes. Zijn zuster Judith is ook niet mis. 
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Garrit Arends, Johanna Arends, Gerrit J.J.A.A., Jan A.H.S. en Judith van Dorth, Harmina Ensink, Janna en Willem Gaikhorst, Hendrik Garritsen, Goswinus Geurtsen, meerdere Huetinks waaronder voorouders Esken en Anna Maria, Hendrik Jan Smeenk, C.C. Stumph (Aalten), Harmina Weenk.

07. Conversatie, slagerij en bouwvak: hun betekenis toen en nu

Enkele voorbeelden van woorden die vroeger een andere betekenis hadden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: Berend Coops (1684, Hengelo), Evert Gerrits (1713, Steenderen), voormoeder Aaltje ter Meulen (1713, Steenderen), Evert Wantink (1788, Baak), Otto Jansen Wijers (1713, Steenderen).

06. Vier eeuwen herberg Den Bremer in Toldijk

Overzicht van de familie die al enkele eeuwen lang Den Bremer bestiert. Daaraan voorafgaande het verhaal van de bijzondere belevenissen van een van de loten aan deze stam.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorouders Aalt en Janna Anderson, voorvaders Arend en Jan Bremer, Anna Gardina Brinkman (Wichmond), Berend en Derk Coops (Zelhem), Johanna Dieperink (Lochem), Gordinou de Gouberville (meerdere), voormoeder Sibilla Haefkes, Aaltje Harmsen, Agnies Keppelman (Doesburg?), zes dochters Jansen waaronder voormoeder Arndje, Hendrik Keurschot, voormoeder Elsken Kirspensis, Jan en Everdina Koops (Zelhem), Harmen Philipsen, Lammertjen Polman (Drempt), Jan Roelofs (Keppel), Aaltje en Roelof Soerink, Reinetta Vrieselaar (Wisch), meerdere Wunderinks.

05. Een roer in Vorden als roerganger van mijn leven (1727)

Een tragisch ongeluk zorgde ervoor dat de eerste man van een van mijn voormoeders stierf. Zo kon mijn voorvader met haar trouwen en werd ik uiteindelijk geboren.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Hendrik Brinkerhof, meerdere Enserinks, Bennie Jolink, voormoeder Anneken Veltmaat (en de kwartierstaten van de hoofdpersonen).

04. Boerderij Steenweert in Bronkhorst

Tot 1886 staat aan de rand van Bronkorst, in de bocht richting het veer, boerderij Steenweert. Bijna was dat mijn familienaam geweest. Lees hier het relaas van deze boerderij door de eeuwen heen.
Personen die in het verhaal genoemd worden: voorvader Gerrit Arends, Johanna Arends, Gerrit Buenink, Aaltjen Donderwinkel, voorvaders Garrit en Harmen Garritsen, andere Garritsens, Johanna Gosselink (Baak), Sweer Harenberg (Bronsbergen), Hendrik Hoklein (Düsseldorf), voormoeder Anna Maria Huetink, andere Huetinks, voorvader Arend Jansen, Isabella Schoonhoven, Derk Seesink (Arnhem), Theodorus Wolterbeek, Aaltje Wunnink, Geertruid Wijers.

03. Boerderij de Grote Hietcole in Toldijk (deels herzien in december 2024)

De levensloop van de boerderij aan de Hoogstraat 10 in Toldijk waarin mijn vader in 1907 is geboren, van circa 1713 tot heden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: slagerij Aalderink, J.H.A. Baumhove (Pruisen), grootmoeder Aleida ten Broek (Empe), Gerritje Breukink (Steenderen), Anna Dammers (Zutphen), grootvader Harmen en overgrootvader Arend Garritsen, overgrootmoeder Tonia Hartman, Aaltje Jansen, Johanna Geertruid Jansen, Joost Jansen, Lubbert Jansen, Anna Geertruid Joosten, Berend Joosten, Jan Joosten, Arend Klein Lenderink, Jan Klein Lenderink, dokter J.J. van Lonkhuyzen (Steenderen), Janna Luunk (Vorden), Derk Nijkamp, C.W.G.P. van Oeveren (Doesburg), Hendrikus Wilhelmus Offenberg, Hendrik Reesink (Zutphen), Maria Geertruida Schooltink, Hendrica Teunissen, Jan Vels, Egbert Weideman (Wichmond).

02. Toverij in de Toverstraat in Baak (1773)

Zouden de koeien op boerderij de Vrendenborg werkelijk betoverd zijn geweest? Eind 18e eeuw werd zoiets door sommigen nog geloofd. En daardoor kon je er zomaar van beschuldigd worden.
Personen die in het verhaal genoemd worden: rechter Aberson (Steenderen), voorvader Evert Jan Garritsen Hartman (Toldijk), pater Jan Koekkoek, Waander Scheunink, Harmen Schut, Henrik Stevens, Jan Vrendenborg, Maria Wantink.

01. De Dollemansstraat in Baak

Over de oorsprong van deze straatnaam
Personen die in het verhaal genoemd worden: Jan Dol(le)man (Spankeren, Baak), voormoeder Teuntje Eggink (Hengelo), voorvader Gerrit Evers (Toldijk), Garrit en Jan Harenberg, voorvaders Evert Jan Garritsen en Teunis Hartman (Toldijk), Johanna Hiddink, Lambertus Veenendaal (Toldijk).

00. Het product Nico Kwakman

Negentig jaar na de ontruiming geboren, toch nog voor 87,5% een zoon van Schokland
Dit is de titel van een door mij geschreven boek dat bij uitzondering niet gaat over mijn voorouders, maar over die van mijn man. De meesten van hen woonden op het voormalige eiland Schokland. Aan bod komen zijn voorouderfamilies (op alfabetische volgorde): Bape; Bien; Boer, de; Broodbakker; Corjanus; Diender; Dierkes; Holsappel; Jongsma; Karel; Klappe; Kok; Konter; Koridon; Kwakman; Molen, van der; Mommendé; Net; Ouderling; Schoon; Sul/Scholten/Scholtus; Toeter; Visser.
Belangstelling? Ik stuur je dit boek in digitale vorm graag kosteloos toe. Klik voor meer informatie op de boektitel.

De familie Russer in Toldijk (Steenderen) van 1736 tot 1841

Als je anno 2026 Toldijk doorkruist via de Zutphen-Emmerikseweg (ZE-weg), passeer je driemaal de naam Russer. Tweemaal prijkt deze op een huis/boerderij (huisnrs. 67 en 69), eenmaal op een straatnaambord, de Russerweg. Daarnaast is de veldnaam De Russer er nog in gebruik.

Een indrukwekkende nalatenschap van een familie die slechts zo’n 100 jaar in Toldijk heeft gewoond: van 1736 tot 1841. Maar niet alleen verdween de familienaam uit Toldijk. Ook in de rest van ons land is deze op z’n retour. Tegenwoordig heet zelfs bijna niemand meer zo. In 1947 zijn er nog slechts 29 naamdragers, in 2007 zeventien. 

Het is Hendrik Russer (1706-1762) die de naam in 1736 naar Toldijk brengt. In 1752 zal zijn broer Waander Russer (1705-1759) volgen. Ze zijn geboren op de Russerplaats in Vierakker, ook wel Russerstede en Röster genoemd. Hun stamvader is Warner op Russerstede. Hij zal rond 1620 geboren zijn. De boerderij lag ca. 100 meter noord van Broekslag, Koekoekstraat 15, Vierakker.

Een stukje Toldijk (bron: Boerderij- en veldnamen in Steenderen, Doetinchem 2009) met de naam Russer omkaderd 























De Russerboerderijen in Toldijk

Het blijkt nog een hele zoektocht om te achterhalen wáár deze familie in Toldijk zoal heeft gewoond. Geregeld duikt in de geschriften daarbij ‘de Hietcole’ op. Met die naam worden op enig moment in Toldijk acht boerderijen aangeduid: zes aan de ZE-weg westzijde en twee aan de Hoogstraat. Vier daarvan blijken een band met de familie Russer te hebben, slechts één wordt soms al met die familienaam aangeduid: Jan Russersplaats (ZE-weg 65). De namen De Russer en De Kleine Russer moeten van latere datum zijn, of werden slechts in de spreektaal gebezigd.

Namen hebben de functie om dingen van elkaar te kunnen onderscheiden, dus wat betreft communicatie lijkt achtmaal Hietcole niet heel handig. Maar vroeger werden zaken meestal plaatselijk afgehandeld, en iedereen kende elkaar. Iedereen wist waar bijvoorbeeld ‘Jan op de Hietcole’ woonde.
Het zal de naam van het gebied zijn geweest. Hiet betekent heide. 


Overzicht van de Hietcoles aan de ZE-weg westzijde anno 1806 (bron: H.W. Rasch, bewerking
Bertus Rietberg) 

Als we echter anno nu willen weten wie bij welke boerderij hoorde, hebben we een probleem. Gelukkig heeft de Steenderense rechter H.W. Rasch in 1806 een overzicht samengesteld van wie eigenaar was van welk pand, en is per 1832 het Kadaster ingesteld. In het vanaf circa 1811 functionerende Bevolkingsregister vinden we vervolgens wie vanaf dan op welk adres woont. Dat biedt ons enigszins houvast, maar we zijn er nog niet.

Hendrik Russer heeft zich immers al ver voor die tijd in Toldijk gevestigd. Gelukkig zijn er voor de betreffende boerderijen ook andere namen in omloop. En met behulp van bewaard gebleven aktes zoals die van nalatenschappen en onroerend goed hebben we per boerderij een lijntje kunnen trekken naar de feiten die we kennen uit begin 19e eeuw. 




Hieronder een overzicht van de Russerboerderijen met alle namen waarmee ze ooit zijn aangeduid, en hun bewoners:

De Russer / Eijbergens Hietcole / Lenneps Hietcole / Hendriks / Hietcole, ZE-weg 67 (gesloopt in 1848, herbouw (pas) in 1933)
Zeer waarschijnlijk heeft Hendrik Russer (1706-1762) na zijn huwelijk in 1736 deze boerderij als pachter betrokken. Meerdere keren wordt ‘Hietcole’ in één adem met zijn naam genoemd. En van de andere Hietcoles kennen we de bewoners, dus...
De tweede naam verwijst naar Ludolph van Eijbergen, de Steenderense rechter die de boerderij in 1707 kocht. Via vererving komt hij begin 1800 in het bezit van ds. W.J. ten Cate, predikant in Ootmarsum. ‘Hendriks’ is de familienaam van een latere bewoner.
Hendrik Russer woont al in Toldijk als hij in 1736 in Steenderen trouwt met de Toldijkse Geesken Garrits Evers. Mogelijk werkte hij ergens als knecht en bleef hangen vanwege deze liefde.
Financieel gaat het hen niet voor de wind. Medio 1754 wordt er zelfs beslag gelegd op hun roerende goederen wegens een belastingschuld. Het gaat om drie gulden en drie stuivers. Dat was meer dan het nu lijkt. Ook in 1755 is het weer raak. En even later eisen twee personen hun aan Hendrik uitgeleende geld terug: in totaal 19 gulden en 10 stuivers plus rente.
Kort na 1757 verhuist het gezin naar Baak. Daar ook is hij in 1762 overleden.

De Russer, ZE-weg 67, Toldijk (eigen foto)






















Van enkele van hun tien kinderen hebben we geen verdere sporen gevonden. In elk geval niet in Toldijk.

1.       Jan Russer (1737-1753)
2.       Jan Russer (1738-1791). Hij trouwt in 1766 in Steenderen met weduwe Liesbeth Everts (+1792). Ze zijn per 1779 eigenaar van boerderij Veldkamp, Dollemansstraat 6 te Baak. Hij laat geen kinderen na.
3.       Garrit Russer (1740-1769) trouwt in 1765 met Jantjen Harmsen uit Steenderen. Ze wonen in Baak. Hij sterft jong, evenals zijn enig kind Hendrik (1765-1784).
4.       Willem Russer (ca. 1742-1789) trouwt in 1777 in Steenderen met Wilmken Bleumink (+1779) en hertrouwt in 1780 in Steenderen met Wilmken Kievekamp (+ vóór 1792) uit Hengelo (Varssel).
In 1780 woont hij op Imhuijsen, Toldijkseweg 26, Steenderen, in 1786 inmiddels in Hengelo (Gld). Zijn kinderen:
        4.a. Hendrik Russer (1778-1781) uit het eerste huwelijk
        4.b. Willem Russer (1781-vóór 1790) uit het tweede
        4.c. Leida/Leijde Russer (1782-na 1790)
        4.d. Hendrik Russer (1786-1869) trouwt in 1813 in Huissen met Joanna Vedder (1786-vóór 1825) uit die plaats. In 1825 hertrouwt hij in Arnhem met de Amsterdamse ontvangersdochter Geertruij Wilhelmina Catharina Rademakers. In 1813 is hij koetsier in Huissen, meteen daarna in Arnhem. Daar is hij in 1825 winkelier. Hij overlijdt in Hengelo (Gld). We vonden van hem alleen twee dochters.
5.    Aaltje Russer (*1743)
6.    Janna Russer (*1745)
7.       Anna Margarita/Anneken Russer (1745-1783) trouwt in 1774 in Steenderen met Steven Wassink(maat). Samen pachten ze boerderij De Kleine Emmer, Emmerweg 7, Steenderen. Na haar dood vertrekt Steven naar Hengelo (Gld).
8.       Grietjen Russer (1748-na 1775)
9.       Arend Russer (1750-1802) trouwt in 1775 in Amsterdam met Mietje Keijser uit die plaats. Ze wonen er eerst op de Prinsengracht, later aan de 2e Looiersdwarsstraat.
10.   Jannes Russer (*1754)
      Hendrik laat daarmee in Toldijk niemand met de achternaam Russer achter.

Het hek naast De Russer, ZE-weg 67, Toldijk (eigen foto)











Wissinkskampjen / Gerrit Sletteringsplaatsjen / Santbult, ZE-weg 10
Dit is de enige Russerboerderij die nooit met Hietcole is aangeduid. In het voorjaar van 1752 strijkt Hendriks broer Waander Russer (1705-1759) hier vanuit Nijmegen neer. Hij heeft de boerderij gekocht/geërfd van zijn schoonvader Garrit Evers.
Waander is 39 jaar oud als hij in december 1744 in Steenderen trouwt met Elsken Garrits Evers (+1767), zus van zijn schoonzuster Geesken. Twee broers getrouwd met twee zussen.
Hij is militair, en op dat moment in Zutphen gelegerd als kwartiermeester in 't Regiment Carabiniers (cavalerie) van brigadier Hooft van Oojen in de compagnie van ct. ritmeester Metelekamp. In die functie ben je belast met het zoeken van geschikte legerplaatsen, en met het toezicht op de levering van levensmiddelen, transportmiddelen en materieel. 

Het paar vestigt zich echter pas in 1752 in Toldijk. Eerst woont het in Zutphen en Nijmegen. Maar daaraan gaat nog iets vooraf.
Waander en Elsken moeten op z’n laatst in juni 1743 verkering hebben gekregen, want die maand heeft Waander haar bezwangerd: dochter Aaltje wordt in maart 1744 in Hengelo (Gld) gedoopt, negen maanden vóór hun huwelijk.
Je kunt je afvragen waarom het paar niet tijdens haar zwangerschap is getrouwd. Dat was immers vrij gebruikelijk. Misschien doordat Waander vanwege zijn soldatenbestaan ver van huis verbleef?
Bij de doop is hij in ieder geval wél aanwezig. Broer Hendrik en schoonzus Geesken zijn de getuigen.
En waarom vindt die doop in Hengelo (Gld) plaats? Een reden kan zijn dat de eigen predikant tijdelijk niet beschikbaar is. Daarvan is echter geen sprake, want in deze periode wordt in Steenderen gewoon gedoopt.
Wat opvalt is dat de tekst van de doopinschrijving totaal niet afwijkt van die van kinderen van gehuwde ouders. Gewoonlijk staat er dan zoiets bij als ‘buiten echt’ of ‘in onecht’ geboren. ‘Echt’ betekent hier ‘huwelijk’, denk aan echtpaar en echtgenoot. Meestal ook wordt de vader in zo’n geval niet genoemd.
Zou Waander naar de kerk in Hengelo (Gld) zijn uitgeweken om schande te voorkomen, en zich daar voorgedaan hebben als zijnde getrouwd? Wist die dominee veel… Bewijsmiddelen als een trouwboekje bestonden waarschijnlijk nog niet. Hij zal voor deze opvallende uitwijk dan wel een aannemelijke smoes gehad moeten hebben…
Of … Elsken is vanwege haar zwangerschap tijdelijk in Hengelo ondergebracht geweest…

Enkele van hun kinderen zijn in Nijmegen gedoopt: een garnizoensstad, net als Zutphen. Daar zullen ze vanwege Waanders beroep hebben gewoond. Zeer kort na de geboorte van zoon Gerret in februari 1752 moet het gezin naar Toldijk zijn verhuisd, want twee maanden later overlijdt daar een dochter.
Waander is dan 47 jaar. Rond die leeftijd gingen soldaten vaak al met pensioen. Misschien daarom dat ze naar Elskens geboortedorp zijn gekomen.
In oktober 1754 is hij inmiddels zóver in zijn nieuwe omgeving ingeburgerd dat hij (eenmalig) dienst doet als gerichtsman. Dat is een vrijwilliger die de plaatselijke professionele rechter assisteert.
Vijf jaar later overlijdt hij, 54 jaar oud.

Waander heeft zijn familienaam steviger in de bodem van Toldijk verankerd dan zijn broer Hendrik. Twee van zijn kinderen zorgen er voor nazaten, ook al kan alleen zoon Jan de naam Russer doorgeven.
1.     Aaltjen Russer (…. 1744-Toldijk 1765) is gedoopt in Hengelo (Gld). Ze trouwt in 1765 in Steenderen met Waander Jansen Heitink (+1796). In het Trouwboek staat als extra: ‘Deze zijn op en voor 't bed getrouwt, wijl de bruid de pokken krieg.’ Ze sterft meteen de volgende dag.
2.       NN Russer (Nijmegen ca.1748-Toldijk 1752)
3.      Jan/Johannes Russer (Nijmegen 1750-Toldijk 1815): zie bij De Grote Russer
4.    Gerret Russer (*Nijmegen 1752)
5.    Garritjen Russer (Toldijk 1754-Steenderen 1826) trouwt in 1777 met weduwnaar Hendrik Jan Hoge Wesselink (1744-1808). Zij trekt bij Hendrik Jan in op Hoge Wesselink, Dr. Ariënsstraat ca. nr. 33, Steenderen (nu een bedrijventerrein).

Na Waanders overlijden in 1759 erft zijn dan 9-jarige zoon
Jan Russer (1750-1815) een deel van het Wissinkskampjen, de rest ervan krijgt hij in 1767 na zijn moeders dood. Jan zal er niet gaan wonen. De boerderij wordt verpacht. Rond 1787 verkoopt hij deze aan zus Garritjen en haar man. Ook zij trekken er niet in. Zij blijven in Steenderen.

Assen Hietcole / Melgersplaatsjen / Reiger, ZE-weg 71
Waanders weduwe Elsken hertrouwt in 1761 later met Hendrik Jansen Reiger (ca. 1710-1781). Ze verhuist dan met haar drie dan nog levende kinderen (16, 10 en 6 jaar oud, zie boven) naar zíjn huis, de Assen Hietcole. Beide dochters krijgen bij die gelegenheid een bed met toebehoren toegezegd, zoon Jan het fijne linnen en de zilveren gespen van zijn vader.
De naam Assen Hietcole duikt vaak in geschriften op. Het naamdeel ‘Assen’ herinnert aan de fam. Assen. Zo is ene Aaltje Assen in 1654 eigenaar, en later ene Frerik Assen. Melgersplaatsjen verwijst naar de latere eigenaar Melger Jansen. Zijn dochter Janna Melgers (+1760) trouwt in 1731 met de al genoemde Hendrik Jansen Reiger. Na Janna’s overlijden hertrouwt hij dus met de weduwe van Waander Russer. Hendrik heeft bij testament bepaald dat de kinderen uit zijn eerste huwelijk later de boerderij zullen erven.
Jan Russer sr is zeventien als in 1767 ook zijn moeder sterft. Hij woont op dit adres van 1761 tot uiterlijk 1776 (zijn eerste huwelijk).

De Grote Russer / Jan Russersplaats / Hietcole, ZE-weg 65 (afgebroken in 1954)
De plaats waar deze boerderij stond, valt eenvoudig te bepalen. In 1788 wordt hij genoemd in de zinsnede ‘aan het einde van de dijk van Jan Russersplaats’ (de vroegere Russerdijk) en in 1795 in ‘de allee van Jan Russer of de Hietcole genaamd’. Zo weten we ook meteen wie er woonde: de eerdergenoemde Jan Russer sr (1750-1815). De boerderij is eigendom van de fam. Schimmelpenninck. Jan is dus pachter.

Handtekening van Jan Russer sr anno 1786 (bron: Tutele Richterambt Steenderen, inv.nr. 798)




De in Nijmegen geboren Jan zal er uiterlijk in 1776 bij zijn huwelijk met Geertruid Weideman (1757-1779) zijn ingetrokken. Zij komt van de Timmerplaats/Hietcole, Hoogstraat 6, Toldijk. Samen krijgen ze een zoon: Willem. Geertruid overlijdt echter al na drie jaar huwelijk, slechts 21 jaar oud.
Vijf maanden na haar dood hertrouwt hij met Johanna Jansen Revelman (1754-1823) uit Bronkhorst.
Voorafgaand aan dat tweede huwelijk wordt er zoals gebruikelijk een inventaris opgemaakt van de bezittingen van Jan en zijn eerste vrouw. Daaruit maken we op dat Jan drie koeien, twee eenwinters, twee kalveren, een paard en negen varkens bezit. In díe tijd een behoorlijk aantal. En verder: een hoge kar, ploeg, eegden (eggen?) en een stortkar; paardengereedschap met ketens en touwen; diverse gereedschappen op de deel, de goot en in de melkkamer; meubels in keuken en kamer; beddengoed; brandhout, vlas, doek en linnen.
De zilveren gespen die Jan 20 jaar eerder van zijn vader erfde, heeft hij nog steeds. Daarnaast bezit hij onder meer een zilveren haak en oog, en het Nieuwe Testament met zilveren klampen. Er liggen ook een paar nog onbetaalde rekeningen, zoals voor ‘het hengsten van twee paarden’, ‘het timmeren van de doodkist’, pacht, en loon voor knecht en meid. 


    Een zilveren gesp uit de 18e eeuw (bron: haffmansantiek.nl)



Bijbel met zilveren klampen uit de 18e eeuw (bron: invaluable.com)



Geleden schade
In maart 1784 wordt Steenderen en omgeving geteisterd door 'een zware overstroming van 's lands rivieren'. Gelukkig zijn er enkele ‘vaderlands- en menslievende inwoners’ die geld inzamelen voor de getroffenen. Ook de overheid springt bij. Iedereen kan zijn ‘verloren beesten of paarden’ melden, en ontvangt geld om nieuw vee te kopen. Ook wordt er hooi uitgedeeld.
Van Jan Russer zijn er bij die gelegenheid drie kalveren omgekomen en drie zakken aardappelen verloren gegaan. Naast geld ontvangt hij 400 eenheden hooi.
In 1794 en 1795 lijdt hij zoals vele anderen schade door - en wordt verplicht te werken voor - de toenmalige Franse bezetter en zijn huurlingenlegers. Zo verzorgt Jan 26 dagen lang ‘spandiensten met kar en paard’ voor de troepen uit de Duitse regio Hessen-Darmstadt, elf dagen voor die uit Hannover, en 4,5 dag voor de Fransen zelf.
Verder wordt hem 300 pond stro en daarnaast hout ‘afgeperst’. Ook moet hij voor de bezetters een peppel (populier) omhakken en vervoeren.
In 1805 is ons land nog steeds bezet. Jan moet dan een dag of drie onderdak verlenen aan een soldaat van het zesde Frans Keizerlijke Huzarenregiment uit Zutphen en zijn paard.

Divers
In 1784 is er een lijst opgemaakt van ‘weerbare mannen’, mannen die opgeroepen kunnen worden om bijvoorbeeld te helpen bij het onderhoud van de wegen. Die moeten steeds in goede staat verkeren opdat het leger zich zo nodig vlot kan verplaatsen. Ook Jan wordt daarop genoemd. Zelfs zijn twee zonen staan erop, al zijn die dan pas 6 en 2 jaar oud. En een kostganger, een jongen van 12.
Vijf keer in zijn leven wordt Jan tot voogd benoemd van (half)wees geworden kinderen.
In 1807 doneert hij middels een collecte drie gulden voor het schilderen van het kerkorgel door fijnschilder IJ. Brandz van Zutphen. Een gemiddeld bedrag.

Jan heeft acht kinderen, de oudste samen met Geertruid, de andere met Johanna.
1.       Willem Russer (1777-1799). Zie bij boerderij Timmerplaats (zie onder)
2.       Geertruida Russer (1780-1836) trouwt in 1813 in Steenderen met haar neef Arend Wesselink (1778-1842), zoon van tante Garritjen Russer. Het paar bezit in 1832 het Wissinkskampjen (zie boven), die nog van haar grootvader Waander Russer is geweest. Zelf wonen ze als pachters op  Arends ouderlijke boerderij: Hoge Wesselink (zie bij Garritjen Russer).
3.       Jan Russer (1782-1841). Zie onder.
4.       Elsken Russer (1785-1785)
5.       Elsken Russer (1786-1867), mijn voormoeder. Ze trouwt in 1810 in Steenderen met Steven Pennekamp (1778-1823). Ze boeren op de Grolsplaats, Hoogstraat 2, Toldijk. Na zijn overlijden hertrouwt Elsken in 1824 in Steenderen met Willem Hogenkamp (1794-1872). In 1832 is de boerderij hun eigendom. Zoon Jan Pennekamp zal in 1846 de pacht van de Grote Russer overnemen van zijn dan inmiddels overleden oom Jan Russer.
6.       Mechelina Russer (1789-1850) huwt in 1817 in Steenderen met Jan Memelink (1785-1858). Zij trekt bij hem in op boerderij In den Bos, ZE-weg 32, Toldijk. Recht tegenover de Grote Russer.
7.       Aaltje Russer (1791-1866) trouwt in 1821 in Steenderen met landbouwer Albert van ’t Schaar (1776-1854) uit Spankeren. Zij wonen op ’t Schaar, Bockhorstweg 10, Spankeren.
8.       Anna Russer (1794-1865) trouwt in 1822 weduwnaar Herman Wesselink (1792-1837), broer van haar zwager Arend. Ze pachten de Roodheuvel, Hoogstraat 21, Toldijk. Anna woont daar ook na haar hertrouwen in 1840 in Steenderen met Gerrit Jan Bloemendaal (1810-1882).

Hieruit volgt dat alleen zoon Jan jr (zie nr. 3 hierboven) de naam Russer in Toldijk in stand zal kunnen houden. Hij is er op dat moment nog de enige mannelijke Russer.

Deze Jan Russer jr neemt de pacht van De Grote Russer over. In 1817 trouwt hij in Steenderen met Johanna Hiddink (1791-1853) uit Baak.
Ze krijgen dertien kinderen, van wie er zes volwassen worden.
1.       Johanna Russer (1818-na 1869). Ze trouwt in 1857 in Zelhem met metselaar, later arbeider, de             weduwnaar Jan Jansen (1806-1869). Hij overlijdt in Zelhem (Winkelshoek).
2.       Berendina Russer (1819-vóór 1821)
3.       Jan Russer (1820-1838)
4.       Berendina Russer (1821-1858). Ze trouwt in 1857 in Steenderen met dagloner Evert Huetink (1830-1867)
5.       Jacobus Lubbartus Russer (1823-1860). Hij trouwt in 1851 in Zelhem met Fredrica Woolschot (1816-1888). Hij is landbouwer in Zelhem (Velswijk).
6.       Elsken Russer (1824-1865). Ze trouwt in 1854 in Steenderen met timmerman Arend Gaijkhorst (1824-1897). Het paar woont in Toldijk.
7.       Willem Russer (1825-1876). Hij trouwt in 1861 in Zelhem met Aaltjen Berkelaar (1831-1907) uit Zelhem. Hij is landbouwer in Spankeren, per 1866 in Eerbeek, en overlijdt in Arnhem als arbeider.
8.       Aaltjen Russer (1827-1827)
9.       Geertruid Russer (1829-1829)
10.   Geertruid Russer (1830-1830)
11.   Jantjen Russer (1831-1833)
12.   Steventjen Russer (1833-1908). Ze trouwt in 1866 in Zelhem met landbouwer Barend Berkelaar (1825-1901), broer van haar schoonzus Aaltjen. Ze wonen in Eerbeek.
13.   Jantjen Russer (1835-1855)

Met Jans dood in 1841 sterft de laatste Russer in Toldijk. Al blijven enkele van zijn kinderen er nog wonen tot hun verhuizing naar Zelhem (Velswijk) in 1846. Tot dat jaar houdt Johanna de boerderij nog draaiende. In Velswijk bestiert ze opnieuw een boerderij.
Neef Jan Pennekamp, zoon van Jans tante Elsken Russer, neemt de pacht over. Acht jaar later zal hij naar Bronkhorst verhuizen.

Dan nog een Russerboerderij waar de familie niet heeft gewoond:

De Timmerplaats / Lubbert Jansenstede / Hietcole, Hoogstraat 6
(Vóór 1700 ook Lenneps Muijsegat en Droge Warnerstede genoemd)
Over de tweede naam: in 1684 is Lubbert Jansen uit Vorden ingetrouwd op de gepachte Timmerplaats, in 1698 koopt hij de boerderij.
Medio 18e eeuw is de Timmerplaats eigendom van de ouders van Geertruid Weideman (1757-1779), de eerste vrouw van Jan Russer sr (1750-1815). Zij sterft al snel, zodat hun zoontje Willem Russer (1777-1799) in 1782 rechtstreeks van zijn oma een tiende deel erft. Jan koopt er ook zelf in 1787 en 1791 delen van. In 1799 erft hij van zijn inmiddels overleden zoon Willem, in 1806 blijkt hij volledig eigenaar.
Volgens het Kadaster anno 1832, zeventien jaar Jans zijn dood, is de boerderij eigendom van ‘de erven Russer’. Kort daarna wordt Jan Russer jr (1782-1841) de enige eigenaar. En weer zes jaar na zíjn dood wordt de boerderij verkocht. De hoeve zal tot 1847 in de (aangetrouwde) familie blijven.
(Zie voor mee info over deze boerderij Blog 34 Over boerderij Timmerplaats...)


Het naambord op De Kleine Russer, ZE-weg 69 (foto: Bertus Rietberg)   











Blijft over boerderij De Kleine Russer:

De Kleine Russer / Hietcole, ZE-weg 69
Wat de naam ook doet vermoeden, we hebben er geen Russer kunnen ontdekken.
Van vóór 1770 tot ten minste 1806 is de boerderij eigendom van de familie Toewater. In 1832 van de Zutphense smid Hendrik Reesink. Later van de familie Aalderink.
Vanaf 1744 (mogelijk al per 1732) hebben we de bewoners kunnen achterhalen. In die rij is geen plek voor Hendrik Russer die dan al enkele jaren in Toldijk woont (zeer waarschijnlijk op De Russer). Al moeten we natuurlijk steeds een slag om de arm houden.
Die oudst ons bekende bewoner is Derk Hendriks van de Hietcole (+1749). Na zijn dood hertrouwt zijn weduwe Mechteld Jansen Muller met Waander Derksen Herink. Hun dochter Dersken Herink (1750-1807) neemt de pacht over. Na een kort eerste huwelijk hertrouwt ze in 1786 met de uit Warnsveld ingevlogen Harmen Aalderink (1758-1826). Hun zoon Hendrik (1794-1876) zal de pacht overnemen. Op enig moment na 1832, mogelijk in 1843, kopen de Aalderinks de boerderij van Reesink. Hij gaat van zoon op zoon totdat de familie in 1960 er voor zichzelf een nieuw huis naast bouwt. De oude boerderij wordt eerst verhuurd, later verkocht.


De veld- en straatnaam Russer

De veldnaam De Russer
Russer is (ook) de naam van het gebied achter het rijtje Hietcoles langs de ZE-weg. Jan Russer sr was er eigenaar van menig perceel. Voldoende om de naam te verklaren. Ook Jan Russer jr bezit er grond.

De Russerdijk / Russerweg
De Russerdijk is verdwenen. Het begin ervan wordt tot op heden gemarkeerd door een dikke paal in een beukenhaag langs de ZE-weg, zo’n 15 meter ten noorden van de huidige Russerweg. Deze Russerdijk vormde destijds de toegangsweg tot kasteel Holthuizen.


    De Russerweg in Toldijk (eigen foto)



De betonnen paal die het begin van de vroegere Russerdijk markeert (foto: Bertus Rietberg)


Met het overlijden in 1841 van Jan Russer jr verdween de familienaam uit Toldijk. Maar als je door Toldijk rijdt, zou je dat niet zeggen.
Dankzij een paar vrouwelijke nazaten zijn er echter wel wat Russergenen achtergebleven.

Met dank aan Bertus Rietberg

Een deel van deze tekst verscheen in 2025 in het OTGB en De Zwerfsteen verspreid over twee artikelen: De naam Russer in Toldijk, en Hoe Russer uit Toldijk verdwijnt

Genealogische noot

Overzicht van mijn afstamming van de Russers
Waander Russer                        1744 Elsken Garrits Evers
Jan Russer                                 1779 x Johanna Jansen Revelman
Elsken Russer                            1810 x Steven Pennekamp
Johanna Pennekamp               1842 x Teunis Garritsen Hartman
Tonia Johanna Hartman          1868 x Arend Gerhard Garritsen
Harmen Garritsen                   1906 x Aleida Berendina ten Broek
Marinus Garritsen                   1939 x Gerrie Busser
Alice Garritsen

Bronnen:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL)
Gelders Archief
www.cbgfamilienamen.nl
www.wiewaswie.nl