In dit blog worden de levens van in totaal acht generaties Ten Broek beschreven. De broers en zussen van hen, en hun kinderen, worden hierin slechts met hun DTB-gegevens vermeld. Het volledige document waarin ook zij nader aan bod komen (50 A4), stuur ik op verzoek graag per mail toe (zie rechts de contactvelden).
Stamvader is
Berend ten Broek(e) (overl. vóór 1693). Hij pacht boerderij Ten Broek, Den
Broekweg 2 in de buurtschap Oeken (Brummen). Zijn nazaten zullen er wonen tot 1798.
Dat jaar verhuist zijn achterkleinzoon Willem naar het nabijgelegen Bolveen. Maar
de boerderijnaam neemt hij mee, of liever gezegd, hij blijft ermee aangeduid
worden. Begin 1800 wordt het zijn
officiële familienaam.
Bijzonder vind ik het pachtcontract dat voorvader Willem Derk ten Broek (1799-1881) in 1830 afsluit met Huis Voorstonden.
We stappen in bij mijn grootmoeder Aleida
Berendina ten Broek (1868-1937). Zij is de jongste van deze vooroudertak. Ik
heb haar niet gekend. Ze overleed voor mijn geboorte.
(Alleen beroepen anders dan landbouwer
worden vermeld.)
Generatie 1
Aleida Berendina ten
Broek, geb. Noord-Empe (Voorst)
13-10-1868, overl. Voorst 06-06-1937, d.v. Marinus ten Broek en Everdina
Johanna Langenberg (zie Generatie 2), tr. (1) Steenderen 20-04-1906 Harmen
Garritsen, geb. Toldijk (Steenderen) 07-08-1869, overl. ald. 20-07-1909,
z.v. Arend Gerhard Garritsen en Tonia Johanna Hartman, tr. (2) gem. Voorst
26-08-1911 Jan Hummelman, geb. Eefde (Gorssel) 19-10-1873, overl. (gem.)
Voorst 25-02-1953, z.v. Egbert Jan Hummelman en Willemina Hendrika Loman.
Aleida is in 1868 geboren op het Leusveld, Leusvelderweg 2, Voorst (Noord-Empe). Deze boerderij is negen jaar eerder door haar grootvader Willem Derk ten Broek (1799-1881) gekocht, en zal nog tot 2018 in de familie blijven: 159 jaar lang.
Het Leusveld ca. 1950 (bron: Willemien Bos-Meulmeester, bewerkt door Martin Wilbrink)
Tot haar huwelijk, ze is
dan 37, woont ze thuis. Ze zal haar moeder in de huishouding hebben geholpen.
Ook haar broer Jan Fredrik trouwt laat, op z’n 38e. In 1906 trouwt ze in
Steenderen met de 36-jarige Harmen Garritsen. Hij is enig kind. Ze trekt bij
hem en zijn ouders in op de Grote Hietcole, Hoogstraat 10, Toldijk.
Al snel krijgen ze twee zonen, beiden in 1907: Johan op
16 januari, en Marinus op 17 december (overl. Apeldoorn 17-11-1992)
![]() |
Harmen Garritsen, Aleida’s eerste man (1869-1909) |
Marinus en Johan Garritsen als kleuters
(bron: familiebezit)
Hoe zouden ze elkaar
hebben ontmoet? Zij in Voorst, hij in Toldijk, met daartussen de IJssel
als hindernis? Er waren wel banden met die streek, want grootmoeder aan
moederskant, Berendina Harenberg, komt uit Baak. Zij legde in 1835 min of meer
de omgekeerde route af. En Aleida’s zus Berendina woont sinds 1895 in de Steenderense
buurtschap Rha.
Hoe dan ook, voorafgaand aan hun huwelijk zullen ze menig
keer heen en weer zijn gereisd. Misschien ging die reis per trein en tram. Op
station Empe (1876-1938) aan de spoorlijn Zutphen - Apeldoorn nam je dan de
trein naar Zutphen. Daar stapte je over op de stoomtram Zutphen - Emmerik
(1902-1934). Deze stopte midden in Toldijk bij herberg Den Bremer, zo’n 400
meter van de Grote Hietcole.
| De Grote Hietcole (foto van schilderij eigendom van de fam. Offenberg) |
Maar … al na drie jaar huwelijk overlijdt Harmen, nog net
geen 40 jaar oud. Hun jongste zoon is dan pas anderhalf… Volgens overlevering is
Harmen een gezonde boom van een kerel, nooit ziek. Hij zou zomaar plotsklaps
omgevallen zijn. Uit de afhandeling van zijn nalatenschap blijkt iets anders.
Er staan nog twee doktersrekeningen open:
-
‘den arts Van Lonkhuizen te Steenderen over 1909
tot de laatste dag 75 gulden,’ en
-
‘den arts Van der Hoeven te Zutphen 20 gulden’.
Vergelijk: Harmens begrafenis kost 46 gulden.
Een half jaar hierna verhuist Aleida met haar twee
peuters terug naar haar ouderlijk huis in Voorst. Daar blijven ze anderhalf
jaar.
In 1911, twee jaar na Harmens overlijden, hertrouwt ze
met de vijf jaar jongere Jan Hummelman (1873-1953). Hij is in Eefde geboren, en
in 1893 met zijn ouders naar de regio Voorst gekomen. Ze pachten er de
Pannekoek, Oudhuizerstraat 16,
eigendom van het Bornhof in Zutphen. Het adres valt (nu) onder
Klarenbeek, maar men was volledig op het dorp Voorst gericht.
Het paar trouwt tegelijk met haar broer Jan Fredrik (die
het Leusveld zal overnemen) en Jans zuster Engberdina Wilhelmina. Beide mannen
blijven daarna in hun ouderlijke boerderij, de vrouwen ruilen van woning.
Aleida en haar zoontjes komen zo op de Pannekoek terecht.
Ook daar treft ze schoonouders. Haar schoonmoeder overlijdt al na enkele
maanden, haar schoonvader in 1933.
Zelf overlijdt
ze in 1937, 68 jaar oud. Haar beide zonen wonen dan nog thuis. Die zullen in
respectievelijk 1938 en 1939 trouwen en daarbij de Pannekoek verlaten. Jan
Hummelman sterft begin 1953.
Jan Hummelman (1873-1953) ca. (bron: familiebezit)
Verkoop van
eikenhakhout op de Pannekoek,
aanw(ijzer) J. Hummelman (Zutphensche
Courant 04-04-1934)
Aleida’s broers en zussen,
allen geboren op het Leusveld in Voorst (Noord-Empe)
1.1 Willem Derk ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 08-02-1866, overl. Apeldoorn 25-02-1945, 79 jr oud, tr. (1) gem. Voorst 09-11-1895 Johanna Leusink, geb. Voorst 29-03-1858, overl. ald. 02-06-1916, 58 jr oud, d.v. Garrit Leusink en Janna Gerrits de Vries, tr. (2) gem. Voorst 01-09-1917 Antonia Cornelia Monshouwer, geb. Gorinchem 30-05-1876, overl. Apeldoorn 28-06-1947, 71 jr oud, wed.v. Jietse Posthumus, wagenpoetser.
1.2. Aaltjen ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 02-03-1867, overl. ald. 31-05-1867, bijna 3 mnd.
1.3. Berendina
ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 27-11-1869, overl. Lutten (Hardenberg) 29-04-1953, 83 jr oud, tr. gem.
Voorst 16-02-1895 Jacob Weenink, geb. Empe (gem. Brummen) 28-10-1865, overl.
Heemserveen (Hardenberg) 18-10-1926, 60 jr oud, z.v. Wolter Harmen Weenink en
Maria Helena Bleumink.
1.4. Jan Fredrik (Jan) ten Broek, geb. Voorst
(Noord-Empe) 17-11-1872, overl. ald.
27-04-1936, 63 jr oud, tr. gem. Voorst 26-08-1911 Engberdina Wilhelmina Hummelman, geb. Eefde (Gorssel) 09-04-1882, overl. Voorst (Noord-Empe)
07-05-1937, 55 jr oud, d.v. Egbert Jan Hummelman en Willemina Hendrika
Loman.
1.5. Hendrika Alberdina ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 14-10-1875, overl. ald. 18-08-1876, 10 mnd oud.
1.6. Johanna ten Broek, geb. Voorst
(Noord-Empe) 12-09-1877, overl. ald.
26-05-1880, 2 jr oud.
Generatie 2
Marinus ten Broek, geb. Voorstonden (Brummen) 30-07-1840,
overl. Voorst (Noord-Empe) 16-04-1914, 73 jr oud, z.v. Willem Derk ten Broek en
Aaltje Harms Smits (zie Generatie 3), tr. Brummen 30-04-1864 Everdina
Johanna Langenberg, geb. Voorst (ws. Noord-Empe) 02-02-1836, overl. Voorst
(Noord-Empe) 02-04-1914, 78 jr oud, d.v. Jan Fredrik Langenberg, timmerman, en
Berendina Hendriks Harenberg.
Trouwakte Marinus ten Broek anno 1864 (bron: Gelders Archief, Huwelijksregister Brummen)
Handtekening Marinus ten Broek onder geboorteakte Aleida 1868 (bron: Gelders Archief, Geboorteregister Voorst)
Marinus is in 1840 geboren op Olde
Nijenbeek in
Voorstonden (Brummen).
In 1859, op zijn 19e, wordt hij gekeurd voor
de Nationale Militie (de dienstplicht) met als lotnummer 43. Hij woont dan inmiddels
in Voorst, waarschijnlijk als kwartiermaker op het zojuist door zijn ouders
gekochte Leusveld, Leusvelderweg 2, Noord-Empe.
In 1864 trouwt hij met Everdina Johanna Langenberg. Zij
trekt bij Marinus en zijn ouders in. Dat denken we tenminste, maar ze wordt daar
pas op 23 maart 1866, bijna twee jaar later, in het Bevolkingsregister ingeschreven.
Hun oudste zoon Willem Derk is dan al ruim een maand oud. Een administratieve
kwestie? Of … misschien is het huisje dat vader Willem Derk op het erf bijbouwt,
niet eerder klaar.
In 1876 neemt Marinus officieel het Leusveld over van
zijn dan 77-jarige vader. Zijn moeder is dan al overleden. Bij de afhandeling
van zijn vaders nalatenschap worden de kosten verrekend die Marinus vanaf medio
1876 voor hem heeft gemaakt in verband met ‘inwoning, kost, bewassing en
verdere verzorging.’
Van hun zeven kinderen overlijden er drie jong (zie Generatie
1). Dochter Aleida woont tot haar huwelijk (april 1906) thuis. Ze zal haar
moeder in de huishouding hebben geholpen. Na het overlijden van haar eerste man
komt ze begin 1910 met twee peuters terug. Zij zullen anderhalf jaar inwonen.
Zoon Jan Fredrik blijft steeds thuis wonen.
Marinus en Everdina overlijden beiden in april 1914, slechts twee weken na elkaar. Ze waren bijna 50 jaar getrouwd. Ze laten het Leusveld na, het daar bijgebouwde huisje en 14,8 ha. grond: bouwland, weide en hei. Voor díe tijd een redelijk grote boerderij. Ook staat er geld op een spaarbank in Zutphen. En men heeft nog geld tegoed van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te Loenen. Daarnaast zijn er openstaande rekeningen van onder meer: gemeentelijke hondenbelasting; smid Sarink, Voorst; timmerman Harmsen, Tonden; metselaar Radstake, Voorst; veearts Heimans, Zutphen; dokter van Zanten, Voorst; dienstbode Rika ter Haar, Voorst; dienstknecht Tienus S..ut, Voorst; mw. Kalff te Oosterbeek vanwege landpacht.
In de Memorie van Successie lezen we nog dat hun kinderen
Jan Fredrik en Aleida elk over de periode 1897 tot hun moeders overlijden een
gelijk bedrag erven ‘wegens verdiend loon’. Opvallend, want Aleida heeft
daarvan zes jaar niet thuis gewoond.
De broers en zussen van Marinus. De eerste drie zijn geboren op de Perle in Voorst (Noord-Empe), de laatste twee op Olde Nijenbeek in Voorstonden.
2.1. Jan
Willem ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 17-09-1820, overl. Voorstonden
31-03-1833, 12 jr oud.
2.2. Aartjen ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 15-05-1823,
overl. Rhienderen (Brummen) 17-04-1870, 46 jr oud, tr. Brummen 17-02-1849 Gerrit
Jan Slijkhuis, geb. Tonden 01-06-1819, overl. Rhienderen 12-01-1892, 72 jr
oud, z.v. Jacob Slijkhuis en Reintje Romein; Gerrit Jan tr. (2) Brummen
26-06-1875 Maria Elisabeth de Jong, geb. Loenen aan de Vecht 13-01-1828, overl.
Ede 02-08-1909, 81 jr oud, weduwe van Cornelis Lankkamp (1827-1868).
2.3. Harmen Jan ten Broek, geb. Voorst (Noord-Empe) 22-04-1827, overl.
Apeldoorn 06-10-1884, 57 jr oud, tr. Apeldoorn 24-08-1861 Alberdina van
Amersfoort, geb. ald. 23-09-1830, molenaarster, overl. ald. 16-02-1897, 66
jr oud, d.v. Marten Adolfs van Amersfoort, molenaar, en Janna Harms Smid.
2.4. Gerdina Antonia ten Broek, geb. Voorstonden 16-03-1831, overl. ald.
30-03-1836, 5 jr oud.
2.5. Jan
Willem ten Broek, geb. Voorstonden 02-12-1833, overl. ald. 12-09-1841.
Generatie 3
Willem Derk ten Broek, geb. Voorst (Appen)
22-09-1799, overl. Voorst (Noord-Empe) 18-03-1881, 81 jr oud, z.v. Arend
Willems ten Broek en Margaretha/Grietje Stegeman (zie Generatie 4), tr.
gem. Voorst 24-04-1819 Aaltje Harms Smits, geb. Beekbergen 15-09-1795, overl.
Voorst (Noord-Empe) 25-12-1874, 79 jr oud, d.v. Harmen Jansen Smid en Maria
Hendriks (van de Hel).
Willem Derk is in 1799 geboren op de Otto Boelens
Hofstede, Appenseweg 17, Voorst
(Appen). Hij is het negende kind van zijn moeder Grietje Stegeman, van
wie er dan inmiddels twee zijn gestorven. En het tweede kind van vader Arend
ten Broek.
In 1818 wordt hij vanwege de Nationale Militie gekeurd. Zijn
signalement luidt: lengte 5 voet en 2 duim, vol aangezicht, breed voorhoofd,
blauwe ogen, langwerpige kin en donkerbruin haar. Hij hoeft echter niet in
militaire dienst omdat hij op de boerderij de enige zoon is. Kennelijk hebben
zijn oudere halfbroers de boerderij dan al verlaten.
Hij is 19 als hij in 1819 trouwt met de 23-jarige Aaltje
Smits uit Beekbergen. Zij woont op dat moment al in Voorst, waar ze werkt als
dienstmeid. Eerder trouwde Aaltjes zus Hendrika met Willem Derks halfbroer Berend
Wissink. Van een bruiloft komt een bruiloft, zei men vaak.
Als Willem Derk al lang en breed uit huis is, 26 jaar oud
en zelf vader van een kind van zes, krijgt hij nog een halfbroertje. Zijn vader
is in 1826 hertrouwd met een vrouw die slechts vier jaar ouder is dan Willem
Derk zelf.
Bij zijn huwelijk wordt hij karman genoemd, iemand die
met een kar spullen van a naar b brengt, vergelijk een transportbedrijf. Net
als zijn vader.
Willem en Aaltje betrekken de Perle, Perleweg 2, Voorst (Noord-Empe),
een boerderij die al in het jaar 1405 wordt genoemd[1]. Mogelijk
pachten ze deze eerst, maar uiterlijk 1832 (kadaster) zijn ze eigenaar. Ze zijn
dan zelf inmiddels vertrokken naar de Olde Nijenbeek. De Perle is daarom per
1830 verpacht, en in 1844 verkocht. Waarschijnlijk bracht de Olde Nijenbeek
meer op.
Middenboven (zwarte cirkel) de Olde Nijenbeek. Daar rechtsonder met blauw omgeven, het Huis Voorstonden (bron: Kadaster 1832 via hisgis.nl/projecten/gelderland)
De Olde Nijenbeek
Eigenaar is in die periode Gerrit Carel baron van Spaen tot Voorstonden (1756-1841). Hij is minister (diplomaat, AG) van zijne majesteit de Koning der Nederlanden aan het Hof te Wenen. Daarom neemt zijn zoon Alexander Diederik (1779-1834) de honneurs waar. Alexander is wethouder van Zutphen, rentenier en grondeigenaar. Hij woont op Huis Voorstonden.
Olde Nijenbeek is met haar 23 ha. grond voor die tijd een grote boerderij. Daarbij is er ook nog een ‘plaggenslag’ van 12 ha. (het gebied waar de boerderij het recht heeft om plaggen/zoden te ‘maaien’, AG). In het Bevolkingsregister wordt dan ook een aardige rij inwonende meiden en knechten opgesomd.
Deel voorblad van het pachtcontract van Olde Nijenbeek (bron: RAZ, archief 2068, inv. 21, akte 1505)
Enkele pachtvoorwaarden[2]
Het pachtcontract beslaat acht pagina’s vol
gedetailleerde voorschriften (hieronder deels hertaald en ingekort). Zo moeten
de pachters:
1. het
huis behoorlijk net en zindelijk bewonen, en glas- en dakdicht houden.
2. de
bouwlanden behoorlijk bemesten, bebouwen, bezaaien en onkruidvrij houden.
3. de
weilanden behoorlijk onderhouden: jaarlijks op de geëigende tijd molshopen,
worthaak, doornen, distels en biezen verwijderen, de mierenhopen laten zakken,
en voor Sint Jacob het land bloten (het maaien van de planten die het
grazende vee heeft laten staan, zoals (on)kruiden en graspollen, AG)
4. de
hooilanden op de juiste tijd maaien.
5. de
wrochtheggen en graven (sloten, AG) langs bouw-, wei- en hooilanden in
goede staat brengen en onderhouden.
6. En
ook de beken, sloten en tochtgraven schoonmaken en -houden.
7. de
uit de sloten opgeworpen aarde op hopen gooien en op een geschikte tijd over de
weilanden uitstrooien.
8. de
landerijen verder ook als goed huisvader behandelen. Dit overeenkomstig hun
bestemming: wei- of hooilanden mogen niet veranderd worden in bouwland, en
bouwland niet in weiland. Tenzij met toestemming van de Heer Verpachter.
9. rijtuigen
of los vee van het land weren. Ook mogen er geen voetpaden over het gepachte
land aangelegd worden.
En (Een actueel onderwerp, maar dan in spiegelbeeld.
Destijds was er juist een tekort aan mest):
10. De
pachters mogen zo veel vee houden als tot bemesting van het land in
redelijkheid voldoende kan worden geacht.
11. Zij
mogen geen ander dan bij de boerderij horend bouwland in gebruik nemen, tenzij
tegenover iedere bunder (hectare) bouwland ook een halve bunder goed weiland in
gebruik genomen wordt en daar naar evenredigheid meer vee wordt gehouden.
12. Dit
bouwland mag niet meer worden bemest dan het land dat bij de boerderij hoort.
13. Mest
of stro mag de boerderij niet verlaten. Ook plaggen of schadden (zoden, AG) mogen
niet aan anderen verkocht worden.
Andere punten:
14. De
pachters mogen geen ander hout hakken dan van wilgen die tenminste drie
jaar oud zijn.
15. En
geen gras, heide of plaggen maaien bij of onder het jonge houtgewas, en het
daaronder liggende blad niet opharken of weghalen.
16. Zij
moeten dode wilgen vervangen door goede jonge wilgen.
17. Eén
van de bij het huis staande zaad- of hooibergen blijft in gebruik bij de Heer
Verpachter.
18. De
vruchten van de jonge vruchtbomen zijn ook voor hem. Het snoeien van deze bomen
komt voor zijn rekening.
19. Als
er reparaties aan de gepachte gebouwen nodig zijn, zullen de pachters dat
moeten gedogen. Zij hebben geen recht op eventuele schadeloosstelling. Daarbij
moeten zij alle benodigde materialen aanvoeren en de werklieden van huisvesting
en voedsel voorzien.
20. Zij
zijn verplicht om als dienst aan de Heer Verpachter zes keer per jaar met wagen
en paarden van Huis Voorstonden naar Zutphen te rijden en terug.
21. En
ze moeten in september of oktober bij dat Huis ‘zeven paar volwassen jonge
hanen’ afleveren.
22. De
pachters mogen absoluut geen ganzen of eenden houden. Dit op straffe van drie
gulden voor iedere gans of eend (vergelijk: de jaarpacht van de boerderij
bedraagt 370 gulden).
23. Zij
moeten de pachtsom voorafgaand aan het aankomende pachtjaar voor of op 11
november voldoen, ‘in goede op rijkskantoren gangbare muntspeciën, naar de
tegenwoordige koers.’
Twee personen staan garant voor de betaling van de pacht,
onder wie Willem Derks vader Arend ten Broek. Willem zal er maar liefst 33 jaar
blijven, tot 1863.
De handtekeningen onder het pachtcontract van W.D. ten Broek, zijn vrouw A.H. Smet (moet zijn Smits, AG), (E. Wolters) en vader A. ten Broek (bron: idem)
Willem Derk als opstandig kerklid
Vanaf 1834 beginnen zich groepen gelovigen af te scheiden
van de Nederlandse Hervormde Kerk, waar rijke boeren de dienst uitmaken. Ze hebben
bezwaar tegen het zingen van de gezangen en tegen de vrijzinnigheid, eigenlijk
tegen de gehele sfeer. Weliswaar is er godsdienstvrijheid, desondanks mag niet
iedereen zomaar zelf een nieuwe Kerk stichten. Toch probeert men een Gereformeerde
Kerk op te richten.
Begin 1836 bereikt deze beweging ook Empe. Op 9 februari
verzamelen zich daar in boerderij De Larke (Ganzekolk 5) zo’n 50 mensen samen
met een eveneens afgescheiden predikant. Ze hebben een voorlopig bestuur
geformeerd. ‘Willem ten Broek uit Voorstonden’ zal een van de twee diakens
zijn. Er zullen ook drie kinderen worden gedoopt. Buiten is er een grote
toeloop van volk.
Maar het feest gaat niet door, want even na 12.00 uur
komt de politie. Die wijst de aanwezige dominee erop dat zo’n samenkomst
verboden is. De predikant antwoordt dat hij aan God meer gehoorzaamheid
verschuldigd is dan aan de mensen.
Daarop worden de aanwezigen gesommeerd uiteen te gaan,
maar men blijft zitten. Vervolgens arriveert er rond vieren vanuit Zutphen een
detachement bestaande uit 100 militairen. De dominee kiest dan eieren voor zijn
geld en verzoekt zijn volgelingen geen geweld te gebruiken, en rustig te
vertrekken.
Door de rechtbank in Arnhem worden fikse boetes opgelegd,
zowel aan de predikant als aan de boer op de Larke. Later worden beiden echter in
Hoger Beroep te Amsterdam vrijgesproken.[3]
Na 1863
Bij zijn vertrek van Olde Nijenbeek (inmiddels eigendom
van de familie De Vos van Steenwijk) in 1863 is Willem Derk ten Broek 64 jaar
oud. Hij verkoopt zijn boedel middels een erfhuis, een veiling. Daartoe
verschijnt begin februari een advertentie in de Zutphensche Courant. De
boerderij heet dan inmiddels de Beek. Aangeboden worden: ‘Allerlei
huismeubelen, waaronder glazenkast, tafels, stoelen, kisten, kasten, een grote
fornuiskachel, bouw-, melk- en deelgereedschappen, grote zaadkist,
paardentuigen, enz. Drie paarden en een eenjarig bruin veulen, twee vette
koeien, twee vette ossen, een vette bol, verscheidene nurende, drachtige en
guste koeien, twee wagens, een kleedwagen, twee karren, ploegen, eggen, een
welboom, 50 vim rogge, 50 mud aardappelen, een partij hooi, verscheidene
percelen elshout en lang wilgenhout, slieten, enz.’
Zutphensche courant 07-02-1863
Het (Grote) Leusveld[4]
De eerdergenoemde Perle is in 1844 verkocht, maar inmiddels
kocht Willem Derk in 1859 een andere boerderij, het Leusveld, Leusvelderweg 2, Voorst (Noord-Empe).
Deze zal bedoeld zijn voor hun jongste zoon, Marinus, en tevens voor hun eigen oude
dag. Marinus lijkt er meteen al de zaak te gaan opstarten, want volgens de
Nationale Militie (het leger) woont hij in 1859 in Voorst. Willem Derk en
Aaltje volgen in 1863.
De naam Leusveld bestaat al lang. In 1432 wordt de plek
Luesvelt genoemd en in 1448 Loesvelt, later ook Luijsvelt. Het eerste deel van
de naam zal staan voor het Middelnederlandse woord luusch (= riet, rietgras). In
1493 is er voor het eerst sprake van een boerderij: het goet Luysvelt.
Midden 18e eeuw wordt dichtbij boerderij Klein
Leusveld gebouwd (huisnummer 4). Daarna wordt ter onderscheiding in stukken wel
de naam het Grote Leusveld gebruikt, zoals in ‘het boerenerve en goed het Grote
Leusveld, bestaande uit woonhuis, schuur, berg en bakoven’.
Tot 2018 zal de boerderij in het bezit van nazaten
blijven.
Aaltje sterft er in 1874, na een huwelijk van 55 jaar,
Willem in 1881, 81 jaar oud. Bij de verdeling van zijn nalatenschap worden de
kosten verrekend die zoon Marinus vanaf medio 1876 voor hem heeft gemaakt in
verband met ‘inwoning, kost, bewassing en verdere verzorging.’
Willem Derk en Aaltje hebben zes kinderen, van wie er
drie jong overlijden (zie Generatie 2).
Het Leusveld anno 2026 (foto: huidige eigenaar/bewoner)
Willem Derks (half)broers
en -zussen Ten Broek, allen geboren op de Otto Boelens Hofstede in Voorst
(Appen)
Zijn broer
3.1. NN ten Broek, geb. en overl. Voorst (Appen) 06-09-1798.
Zijn halfbroers en -zussen
3.2. Hendrika ten Broek, geb. Voorst (Appen) 06-02-1827, overl.
Wilp 03-02-1864, 36 jr oud, tr. gem. Voorst 11-11-1854 Hendrik Voorhorst,
geb. Welsum (gem. Olst) 15-10-1820, overl. Wilp 16-02-1881, 60 jr oud, z.v.
Jacob Voorhorst, daghuurder, en Johanna Hermanna van Cleef; Hendrik tr. (2)
gem. Voorst 23-07-1864 Willemina de Wilde, geb. Terwolde 01-08-1833, overl.
Deventer 08-10-1912, 79 jr oud, d.v. Willem de Wilde en Hendrika
3.3. Hendrik
ten Broek, geb. Voorst
(Appen) 10-11-1828, overl. Voorst 22-04-1902, 73 jr oud, tr. (1) gem. Voorst 27-04-1850
Gerritjen Wagenvoort, geb. Voorst 26-01-1828, overl. ald. 12-06-1875, 47
jr oud, d.v. Harmen Wagenvoort, stro- en rietdekker, en Eva Jansen, tr. (2)
gem. Voorst 26-04-1883 Hendrika Hendrina van den Brink, geb. Wilp
09-04-1835, overl. Voorst 24-06-1894, 59 jr oud, wed.v. Jannes Denekamp,
schoenmaker, tr. (3) gem. Voorst 17-11-1894 Antonetta Stein, geb.
Steenderen 14-04-1836, overl. Voorst 16-11-1919, 83 jr oud, wed.v. Jan Hendrik
Penterman, daghuurder.
3.4. Margaretha ten Broek, geb. Voorst (Appen) 03-11-1831, overl.
ald. 16-02-1833, 1 jr oud.
3.5. Martinus ten Broek, geb. Voorst (Appen) 18-11-1833, overl. ald. 23-12-1901, 68 jr oud, tr. gem. Voorst 24-04-1858 Fredrika Gerlach, geb. Voorst 31-08-1833, overl. ald. 17-06-1887, 53 jr oud, d.v. Hendrikus Gerlach, daghuurder, en Fredrika Denekamp.
Generatie 4
Arend Willems ten Broek, geb. Oeken 20-08-1773, overl.
Voorst (Appen) 04-01-1838, 64 jr oud, z.v. Willem Arends/Berends ten Broek en
Derkjen Claesen Noorman (zie Generatie 5), tr. Voorst 03-12-1797 Margaretha/Grietje
Stegeman, geb. ws. Epse, ged. Deventer 09-05-1758, overl. Appen 26-10-1825,
67 jr oud, wed.v. Berend Jan Wissink (overl. 01-06-1797), d.v. Hendrik Berents
Stegeman en Johanna/Janna Heimens Oosterbroek, tr. (2) gem. Voorst 29-04-1826 Teuntje
Hendriks, ged. Loenen (Apeldoorn) 08-03-1795, overl. Voorst 03-11-1866, 71
jr oud, d.v. Jan Hendriks en Hendrika Stokking; Teuntje tr. (2) gem. Voorst
17-11-1838 Harmen Harmsen (1807-1868).
Arend is de jongste voorouder die (in 1773) geboren is op Ten Broek, Den Broekweg 2, Oeken (Brummen). Anders dan bij zijn broers en zus vinden we over hem niets dat wijst op (een schijn van) financiële ondersteuning door zijn ouders. Zoals in april 1797 wanneer zijn eveneens nog jonge broers aan hun ouders een aanzienlijke hypothecaire lening verstrekken.
Doopakte Arend ten Broek (bron: RAZ, Doopboek Brummen)
Al vóór dat jaar heeft Arend zijn ouderlijk huis verlaten,
dus ook voordat zijn ouders naar het Bolveen verhuizen. Hij woont dan al in
Zutphen waar hij werkt als karman. We hebben van hem geen inschrijving bij de Nederduits-Gereformeerde
Kerk gevonden, niet in Brummen, niet in Zutphen, en ook niet in zijn latere
woonplaats Voorst.
Als hij begin december 1797 in Voorst met Grietje Stegeman trouwt, staat hij nog in Zutphen ingeschreven. Grietje is waarschijnlijk geboren in Epse, in elk geval dichtbij Deventer. Deels groeit ze op in Eefde/Gorssel. Rond 1780 komt het gezin naar Voorst. Ze is dan 22 jaar. In 1785 trouwt ze met haar eerste man, Berend Jan Wissink. In dat huwelijk kreeg Grietje zeven kinderen van wie er dan inmiddels eentje is gestorven.
Deze Berend Jan is begin juni 1797 overleden. Vijf
maanden later vindt de boedelscheiding tussen Grietje en haar kinderen plaats. Daarbij
wordt een inventaris opgemaakt van alle bezittingen, waarbij de waarde van elk item
wordt bepaald. Dat is noodzakelijk als iemand kinderen heeft, en wil
hertrouwen. Zo ligt vast op welk bedrag de kinderen later recht hebben. Alleen
‘het leder in de kuip’ kan op dat moment niet getaxeerd worden…
Meteen ook wordt ‘consent tot hertrouwing’ gegeven. Op 10
november 1797, de dag erna, gaan Arend en Grietje in Voorst in ondertrouw. Op 3
december trouwen ze: hij 24, zij 39.
Zo wordt Arend op zijn 24e stiefvader van zes
kinderen tussen de 9 en 2 jaar oud. En meteen ook (mede)eigenaar van de Otto Boelens
Hofstede. Financiële steun van zijn ouders had hij dus helemaal niet nodig. Maar
dat het zó zou lopen, kan in april 1797 nog niet bekend zijn. Grietjes eerste man
leeft dan nog.
De ene dag is Arend karman in Zutphen, de volgende dag landbouwer
onder Voorst. Een gespreid bedje zogezegd. En zij heeft weer een man in huis,
en een (stief)vader voor haar kinderen.
De Otto Boelens Hofstede bestaat uit huis en hof,
bouwland (groot een mudde gesaaij) en peppelbomen (populieren), en is
‘alleen bezwaard met herenschattingen’. Een soort belasting. Grietje en
haar eerste man hebben de helft ervan in 1790 gekocht, de andere helft kopen
Arend en zij een maand na hun huwelijk. Ze sluiten er een hypotheek voor af.
Arends nazaten zullen de hofstede nog tot in 2024
bezitten, 234 jaar lang.
Het eerste kind wordt zo’n tien maanden na hun huwelijk geboren, maar overlijdt vrijwel meteen. In 1799 volgt de geboorte van Willem Derk (zie Generatie 3). Hij is Arends tweede kind, en Grietjes negende, tevens laatste.
De Otto Boelens Hofstede anno 2010 (eigen foto’s)
De boerderijnaam op de achtergevel
Als Grietje in 1825 sterft, zijn alle (stief)kinderen inmiddels
uitgevlogen. Willem Derk blijft alleen achter in een leeg huis, 52 jaar oud. Maar
net als zij destijds, hertrouwt ook hij na zes maanden, en wel met Teuntje
Hendriks uit Loenen. Was Grietje 15 jaar ouder, Teuntje is 21 jaar jonger dan
hij. Arend wordt 26 Jaar na de geboorte van zijn laatste kind opnieuw vader. Het
nieuwe paar krijgt er in totaal vier van wie er eentje jong sterft.
Het is een oud gebruik om na het overlijden van een
partner het eerste kind uit een volgend huwelijk naar hem/haar te vernoemen,
als een soort eerbetoon. Dat gebeurt hier niet. De oudste twee heten naar de
ouders van Teuntje. Pas het derde kind krijgt de naam Margaretha.
Bij de aangiftes van deze kinderen staat als Arends
beroep steeds karman vermeld, het beroep dat hij ooit in Zutphen uitoefende.
Kennelijk is hij dit naast zijn eigen boerenbedrijf blijven doen.
Arend sterft in 1838, 64 jaar oud. Hij laat de hofstede
en zijn land (3,3 ha.) na aan zijn gezamenlijke biologische kinderen. Zoon Willem
Derk is dan 38 jaar oud, en ‘landbouwer te Brummen’ (op de Olde Nijenbeek in
Voorstonden). De drie kinderen uit Arends tweede huwelijk zijn tussen de 10 en
4 jaar oud. Zoon Martinus zal de volgende eigenaar worden.
Teuntje hertrouwt tien maanden later als 43-jarige met de
31-jarige Harmen Harmsen (1807-1868). Zij sterft in 1866, 71 jaar oud, Harmen in
1868.
Arends zes stiefkinderen Wissink zijn: Hendrik Jan
(1788-1860), Joannis (1789-<1825), Hendrika (1791-1871), Berend (1793-1849)
en de tweeling Marten (1795-1865) en Aaltje (1795-1861).
Zie Generatie 3 voor zijn zes biologische kinderen,
twee met Margaretha/Grietje Stegeman, vier met Teuntje Hendriks.
De broers en zuster van Arend Willems ten Broek, allen geboren op Ten
Broek in Oeken
4.1. Klaas Willems ten Broek, geb. Oeken 13-03-1769, overl. Rhienderen
30-09-1834, 65 jr oud, tr. Brummen 17-09-1797 Jenneken Harmsen, ged.
Voorst 25-06-1769, overl. Rhienderen 13-03-1847, 77 jr oud, d.v. Jan Harms en
Henders Bosch.
4.2. Grietjen Willems ten Broek, geb. Oeken, ged. Brummen 13-06-1770, overl.
Oeken 16-11-1830, 60 jr oud, tr. (1) Brummen 30-01-1791 Berend Wilbrink,
ged. Zelhem 17-09-1758, overl. Oeken 02-04-1813, 54 jr oud, z.v. Jan Hendrik
Wilbrink en Aaltjen Horstink, tr. (2) Brummen 09-02-1816 Arend Gerritsz
Houtzeel, geb. Oeken, ged. Brummen 11-03-1768, overl. Oeken 20-12-1850, 82
jr oud, wdnr.v. Aaltje Gerrits Jansen.
4.3. Hendrik Willems ten Broek, geb. Oeken, ged. Brummen
15-03-1772, overl. na 1810, tenminste 38 jr oud.
Generatie 5
Willem Arends/Berends
ten Broek, geb. Oeken,
ged. Brummen 04-09-1737, overl. Oeken 12-07-1811, 73 jr oud, z.v. Berend Arends
ten Broeke en Gerritjen Jansen (Burgers) (zie Generatie 6), tr. Brummen
04-04-1768 Derkjen Claesen Noorman, ged. Hall 11-12-1735, overl. Oeken
01-04-1805, 69 jr oud, d.v. Claes Derksen Noorman en Maria/Merritje Willems.
Willems doop (bron: RAZ, Doopboek Brummen)
Willems
patroniem
Willem is in
1737 geboren op Ten Broek, Den
Broekweg 2, Brummen (Oeken), net als zijn vader en grootvader. Zijn
overgrootvader Berend ten Broeke is de oudst bekende pachter/bewoner.
Willem lijkt
enig kind te zijn.
In 1756 wordt
hij aangenomen als lidmaat van de Brummense kerk onder de naam: ‘Willem Berends
ten Broek – Oeken’. Het patroniem Berends is correct, zijn vader heet immers
Berend. Zo’n aanduiding is een automatisme, een naam die je niet kunt kiezen.
Deze dient als achternaam in de tijd dat niet iedereen er al eentje draagt.
Maar al voor
zijn huwelijk in 1768 met Derkjen Claesen Noorman denkt Willem daar zelf anders
over. In het Trouwboek lezen we: '… Willem Berends Ten Broek j.m., zich thans
noemende Arends …’ Arend is de naam van zijn grootvader.
En vervolgens
noemt hij zijn oudste zoon niet Berend, maar Klaas, naar zijn schoonvader,
Claes Noorman. Ook zijn tweede zoon niet, zelfs zijn derde niet. Die wordt
(ook) naar opa Arend ten Broeke vernoemd… Dochter Grietje krijgt echter de naam
van haar grootmoeder, Gerritje Jansen. . Dat is wél zoals gebruikelijk.
Vaak wordt
Willem slechts aangeduid met zijn patroniem, soms ook extra met Ten Broeke. In
de loop der tijd zal die laatste E verdwijnen.
Derkjen Noorman is geboren bij Brummen, maar in 1735 in Hall gedoopt. Waarschijnlijk is ze opgegroeid op de Gelmershofstede in Rhienderen.
Het huwelijk van Willem Berendts Ten Broek j.m. ‘zig thans noemende Arendtz’ (bron: RAZ, Trouwboek Brummen)
Begin 1776
wordt Willem voogd over de ‘onmondige’ dochter van zijn neef Arend ten Broek,
zoon van zijn oom Gerrit Arends ten Broeke. Ook later in 1776 en in 1792 is
Willem bij voogdijschappen betrokken.
In 1779, het
jaar nadat Willems moeder Gerritjen Jansen (Burgers) overlijdt, sluiten hij en
Derkjen samen met zijn vader Berend een hypotheek af op het door Berend in 1753
gekochte Bolveen, Voorsterweg 95, Oeken (Brummen). Zij zijn dus inmiddels
mede-eigenaar. Vader Berend is dan circa 73 jaar oud.
In september
1785 verkopen ze gedrieën de in 1750 door vader Berend gekochte akker onder
Holtwijk op de Haar (vijf schepel gesaaij).
In hetzelfde
jaar worden de eigendommen van Derkjens moeder, weduwe Maria Willems, alvast
verdeeld, ook al zal ze dan nog 10 jaar leven. Willem en Derkjen erven de
percelen: Korte Zand en Hamakker (onder het erve De Brake gehoord hebbende),
het Kip, de Veltbrake, een deel van de Kruisakker (onder de Gelmershofstede
gehoord hebbende), en een tiende van het Krommeland en de Oort. Dit alles onder
Rhienderen, en samen minimaal 25 schepel gesaaij groot. Wel zal schoonmoeder
tot haar dood het vruchtgebruik ervan genieten.
In de
tussentijd hebben Willem en Derkjen in 1780 al het andere deel van de hierboven
genoemde Kruisakker van de Noormanfamilie gekocht. In 1787 kopen ze de landjes
Malsteren en Klein Malsteren (samen een mudde gesaaij), en in 1789 van Derkjens
broer Teunis nog bouw- en weideland de Zomp. Dit alles ook onder Rhienderen.
Dat jaar 1789
sluiten ze een aanzienlijke hypotheek af. De jaren daarop nog enkele.
De meeste benodigde leningen worden afgesloten bij
particulieren, maar in 1790 lenen ze 500 gulden tegen 4% rente per jaar bij de
Waalse diaconie in Zutphen. Als onderpand dient het Bolveen en het in 1789
gekocht land de Zomp.
Een van de hypotheken moet afgelost worden in ‘goede,
grove, ongedut Hollands geld van geen minder waarde als sestehalven of in
gouden rijders of gerande wittige ducaten’.
In april 1797
sluit het paar de eerdergenoemde hypotheek van 500 gulden af bij hun zonen
Klaas en Hendrik, en later nog een van 400 gulden alleen bij Hendrik. Grote
bedragen, want vergelijk: voor 600 tot 900 gulden kocht je al een huisje met
een lapje grond.
Mogelijk sluizen ze dit geld liever door naar deze zoons
dan er hun schulden mee af te lossen. Wat er echt is gebeurd, weten we
natuurlijk niet, maar qua financiën
gaat het opeens snel bergafwaarts. Begin 1798 blijken Willem en Derkjen
achter met het betalen van de pacht van boerderij Ten Broek. Ook kunnen ze een
lening niet terugbetalen. Ze gooien de handdoek in de ring. Tegenover de
dorpsregering van Brummen (het is de tijd van de Bataafse Republiek 1795-1806)
verklaren ze dat ze zich realiseren dat hun schuld van jaar tot jaar
vermeerdert. En dat ze door hun ‘opklimmende jaren’ (Willem is dan 60, Derkjen
62) hoe langer hoe minder in staat zullen zijn om deze schuld af te
lossen. Daarom dragen ze al hun roerende goederen, ‘have en vee’, en wat er
verder toe gerekend kan worden, over aan de toenmalige eigenaren van Ten Broek:
Hendrik Cromhout en Johanna Ossenkamp.
Na minimaal vier generaties wordt boerderij Ten Broek in
1798 verlaten. Het paar verhuist
naar het Bolveen, hun tot dan toe verpachte boerderijtje. Ze wonen er tot
hun dood samen met dochter Grietje en schoonzoon Barend Wilbrink.
Maar de naam Ten
Broek blijft aan de familie kleven. Die verhuist mee.
Tussen 1799 en
1804 verkopen ze al hun landerijen. Het Bolveen blijft echter in de familie. In
1803 verkopen ze die boerderij aan dochter Grietje. Nazaten zullen deze tot
1861 behouden.
En in 1804 koopt zoon Hendrik hun bouw- en weideland de
Zomp.
Overlijden Willem ten Broek in 1811 (bron: RAZ Register overledenen Brummen)
Hun jongste zoon Arend (1773-1838), mijn voorvader, komt
nergens in dit verhaal voor. Hij is al vóór 1797 naar Zutphen vertrokken.
Hun vier
kinderen worden allen volwassen (zie Generatie 4).
Generatie 6
Berend
Arends ten Broeke, geb.
Oeken ca. 1705, overl. ald. 12-03-1791, ca. 86 jr oud, z.v. Arend ten Broeke (zie
Generatie 7), tr. Brummen 10-03-1736 Gerritje Jansen (Burgers), geb.
ca. 1710, overl. Oeken 13-01-1778, ca. 68 jr oud.
Berend zal
rond 1705 geboren zijn op Ten Broek in Oeken, op dezelfde boerderij als zijn
zoon Willem en zijn vader Arend. In 1725 doet hij belijdenis in de
Nederduits-Gereformeerde kerk als ‘Berend Arends uit Oeken'.
En in 1736
trouwt hij met Gerritje Jansen. Van haar weten we weinig. Zowel in het doop-
als in het lidmatenboek van de Brummense kerk zien we meerdere naamgenoten. We
missen echter aanknopingspunten om te bepalen wie van hen ónze Gerritje is.
Haar familienaam Burgers duikt pas op in 1838 bij het tweede huwelijk van
kleinzoon Arend ten Broek. Zij wordt daar als grootmoeder aan vaderskant
Gerritje Burgers genoemd. Het is meteen de enige keer dat we deze achternaam
zien.
Nog maar net
getrouwd wordt aan Berend en Gerritje gevraagd om officieel te ‘getuigen en
certificeren’ dat een zekere Henders als dochter van Hendrik Lammertz in Oeken
‘getogen en geboren’ is. Zo’n getuigenis is kennelijk nodig, want men kon haar
doop niet in het doopboek terugvinden. Dat boek is óf niet accuraat
bijgehouden, óf … Henders is niet gedoopt.
Op de pagina
met de kinderen die in juni/juli 1727 gedoopt zijn, staat onderaan
bijgeschreven: ‘aangaande de geboorte van Henders, dochter van Hendrik
Lammerts, zie (…)’. En met ‘zie’ wordt verwezen naar bovengenoemde getuigenis
die achterin het boek te vinden is.
Daarna duikt
het paar pas in 1750 weer in de stukken op. Ze kopen dan voor 625 gulden van
Amsterdamse eigenaren ‘twee akkers bouwland op de Haar in (…) Oeken, genaamd Holtwijk’.
En medio 1753
kopen ze voor 500 gld het Bolveen, Voorsterweg 95, Oeken, bestaande uit huis,
hof en een kamp land’, in 1832 (Kadaster) samen 25 roeden groot. Daartoe lenen
ze 300 ‘caroli guldens à 20 stuiver Hollands het stuk’ van de Brummense
predikant Anthonis Verbeeck. Als onderpand dienen de twee in 1750 gekochte
akkers. De hypotheek is in 1766 afgelost.
De veldnaam
‘Bollenveen’ of ‘Bolveen’ verwijst vrijwel zeker altijd naar het gebruik als
offerveen.[5]
Dus onder of bij dit huis liggen mogelijk resten van geofferde mensen.
Het
boerderijtje zal verpacht zijn geweest, want het paar blijft op Ten Broek
wonen. Ruim 20 jaar later, eind 1775, Berend zal inmiddels de 70 zijn
gepasseerd, verkopen ze voor 400 gld. een van de twee in 1750 gekochte akkers,
de Kleine Akker genaamd, groot ‘drie schepel gesaaij’. Deze was eerder
onderdeel van Holtwijksgoed.
In 1778
overlijdt Gerritje, zo’n 68 jaar oud. De inmiddels 40-jarige zoon Willem (zie
Generatie 5) neemt langzamerhand de pacht van Ten Broek en de eigendommen
van zijn vader over. In 1779 leent Berend samen met hem en schoondochter
Derkjen 250 gulden met als onderpand het Bolveen (in 1790 afgelost). Samen ook
verkopen ze in 1785 de andere in 1750 gekochte akker op de Haar voor 650
gulden.
Berends leven
eindigt in 1791, circa 86 jaar oud.
| Overlijden van Berend Arends in 1791 (bron: RAZ Register overledenen Brummen) |
De ons bekende broers en zuster van Berend Arends ten Broek, allen geboren op Ten Broek in Oeken
6.1. Derk
Arends aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1706, overl. na 1726.
6.2. Henders
Arends aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1713, overl. na 1737, tr. Brummen 24-11-1736
Jan Garrits.
6.3. Gerrit
Arends ten Broeke/aan ’t Broek, geb. Oeken ca. 1715, overl. ald.
16-12-1788, ca. 73 jr oud, tr. Brummen 06-08-1747 Geesken Teunissen,
geb. Oeken, ged. Brummen 25-08-1715, overl. Oeken 09-07-1771, 55 jr oud, d.v.
Teunis Petersen en Aaltjen Wilts/Willemsen.
Generatie 7
Arend ten
Broeke, geb. Oeken ca.
1675, z.v. Berend ten Broeke (zie Generatie 8), tr. NN, overl.
Oeken 02-09-1751.
Arend is geboren op Ten Broek, Den Broekweg 2, Oeken (Brummen). Van zijn vrouw kennen we alleen de sterfdatum. Zoon Berend deed de aangifte van haar overlijden: ‘Berend ten Broeke bekent gemaakt het overlijden van zijn moeder’. Mogelijk is Arend zelf al eerder gestorven.
| Overlijden van de vrouw van Arend ten Broek in 1751 (bron: RAZ Register overledenen Brummen) |
We vonden vier kinderen, drie zonen en een dochter (zie Generatie 6).
De enige ons bekende zus van Arend ten Broeke is
7.1. Engeltje
Berends ten Broeke, tr.
Brummen 01-01-1693 Peter Jansen, wdnr.v. Jacobjen Berents.
Generatie 8
Berend ten
Broeke, overl. vóór 1693.
Dat Berend de
stamvader van deze familie zal zijn, én dat hij op het gelijknamige Ten Broek
in Oeken woont, leiden we af uit het volgende:
b. Zoon Arend noemt zijn oudste zoon Berend (Generatie 6).
c. En wat betreft de juiste boerderij: achterkleinzoon Willem Arends ten Broek (Generatie 5) is in 1798 achterstallige pacht verschuldigd voor ‘de bouwplaats Ten Broek in Oeken’. Daarmee weten we dat het niet om de gelijknamige boerderij in Leuvenheim gaat.
We vonden van
hem twee kinderen (zie Generatie 7).
Bij de oudste generaties schreven we de achternaam met een E op het eind: Ten Broeke. Geleidelijk verdwijnt deze E, maar tot ver in de 19e eeuw is er soms nog twijfel over de juiste schrijfwijze. Zo lezen we in een notitie bij de Memorie van Successie opgemaakt na het overlijden van Willem Derk in 1881 ‘… verklaart bij deze dat wijlen Willem Derk ten Broeke of ten Broek, overleden den 18 maart…’
| Memorie van Successie Willem Derk ten Broek 1881 (bron: Gelders Archief) |
Met dank aan
Willemien Bos-Meulmeester, Gerco Klopman, Ellen Lobeek, Martin Wilbrink en de
huidige eigenaar/bewoner van het Leusveld in Voorst (Noord-Empe).
In andere vorm en deels uitgebreider is deze tekst eerder gepubliceerd in:
-
Oudheidkundig tijdschrift De Marke nr. 2026-01
stond onder de titel ‘Het pachtcontract van Willem Derk ten Broek in
Voorstonden (1830)’ dit contract weergegeven, met daarbij een beknopt overzicht
van de generaties Ten Broek.
- Veluwse Geslachten publiceerde in 2026-02 een
uitgebreidere versie onder de titel ‘De familie Ten Broek rond Brummen en
Voorst’.
Bronnen en voetnoten
- Delpher.nl
- Gelders Archief
- Kadaster
- nl.wikipedia.org
- Regionaal Archief Zutphen
- Veld- en boerderijnameninventarisatie in de gemeente Brummen, Herman Blom en Arie van Bodegom, 2010 Oudheidkundige vereniging De Marke
- www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-09030
- www.online-begraafplaatsen.nl
- www.topotijdreis.nl
- www.wiewaswie.nl
[1] Dirk Otten, Boerderijnamen in Voorst, Kampen 2009, pag. 145
[2] Bron pachtcontract: Regionaal Archief Zutphen, archiefnr. 2068, inventarisnr. 21, akte 1505
[3] Empe, een open gemeenschap aan de Oude IJssel, Jan Schurink, Bussloo 2005, p. 58
[4] Dirk Otten, Boerderijnamen in Voorst, Kampen 2009, pag. 66
[5] www.rug.nl/research/kenniscentrumlandschap/mscripties/2020-mascr-pingo-ruines-drenthe-koops.pdf
[6] Veluwse Geslachten 2022-01,
Artikel Hamer, pag. 27

Geen opmerkingen:
Een reactie posten